Route

Bijna viereneenhalfduizend kilometer draaiden deze trip onder de wielen van het bussie door. Heen van huis naar Montelparo de snelste weg over de Autobahnen en Autostrada’s. Terug tolwegen en autosnelwegen vermijdend binnendoor kronkelend via Frankrijk weer terug naar huis.

En het bussie heeft zich wederom prima bewezen. Op een paar kleine dingetjes na (losgetrild schroefje, loskomend gelijmd haakje vanwege de hitte) geen enkel technisch of motorisch probleem.

Even zestien dagen er tussenuit.
‘Op de koffie’ geweest bij de kinderen en kleinkinderen, schitterende tocht gemaakt, wat wil een mens nog meer? *)

*) Nou, ik kan nog wel een paar tripjes bedenken. Heb nog wel het een en ander op mijn verlanglijstje staan. Komt allemaal nog.

Cadzand

‘Veilig achterop, bij vader op de fiets’, zong Paul van Vliet in  een ver verleden. Veilig, jawel, maar ook een tikkeltje vermoeiend.

Gezellig flaneren en een hapje eten in grensgemeente Sluis, voormalig pornoparadijs voor veel Belgen.
En Nina en Mara, vol bewondering voor de etalage van een seksshop, omdat ze daar van die mooie poppen zien…

Mooi ontwerp

Kom ik aan bij Frank, Andrea en de kleinkinderen in Cadzand, oogst mijn nieuwe vouwfiets direct bewondering.
En wat is de eerste actie van ‘mijnheer-de-ontwerper-Frank’, die zelf o.a. ook met een project vouwfiets bezig is? Onmiddellijk na de begroeting pakt-ie razendsnel zijn fototoestel!!

Mon général

Zie ik een richtingaanwijzer naar Colombey les deux Églises.
Denk ik: ‘Colombey, Colombey? Dat was toch iets met Charles de Gaulle?’
Het plaatsje ligt niet echt op mijn route, maar ik neem de afslag, onderwijl piekerend of De Gaulle daar nu geboren is of begraven.
Beide dus en even buiten Colombey ligt het gigantische Mémorial Charles de Gaulle, waarvan het torenhoge dubbele kruis bovenop de heuvel al van verre zichtbaar is.
Ik betaal mijn entree, krijg een Engelstalige koptelefoongids en dwaal over de tentoonstelling. Imposant. Schitterend. Leerzaam. Een bedevaartsoord. Maar tegelijkertijd een mega persoonsverheerlijking, heel chauvinistisch, heel pompeus, zoals ‘mon général‘ tijdens zijn leven ook was. Maar beslist de moeite waard er even zo’n veertig kilometer voor om te rijden.

Grandmère Simone

Natuurlijk weet ik ook wel dat een Auberge à la ferme een soort herberg is. Ik kijk inmiddels al een poosje uit naar een camping of een ‘wilde’ plek om te overnachten, maar zonder resultaat.
Als ik in het plaatsje Larçon (wie kent het niet?) het bordje Bienvenue à la ferme zie staan, parkeer ik voor de deur en stap naar binnen.

Grandmère Simone veegt de handen aan haar schort af en heet me welkom.
Of ik hier kan slapen, is mijn vraag. Dat blijkt geen enkel probleem. Ze hebben vier kamers en die zijn allemaal vrij. Ik wijs op m’n bussie en leg uit, dat ik mijn eigen ‘kamer’ bij me heb.
‘Wilt u ook hier eten vanavond?’, vraagt grandmère, ‘eigenlijk zijn we op zondag gesloten, maar er komen toch twee vrienden op bezoek, dus een derde kan er nog wel bij’.
‘Maar natuurlijk, madame, het ruikt nu al verrukkelijk!’ (ik had de konijnen buiten al in de hokken zien zitten, dus wie weet). Met hulp van de wat woordjes Engels sprekende kleindochter komen we overeen, dat ik naast de boerderij mag parkeren, stroom kan pakken via het keukenraam-op-een-kiertje en dat ik ’s avonds om acht uur bij de maaltijd wordt verwacht.

Met een kwartiertje ben ik geïnstalleerd. Geen plek, toch een plek en als ik het standpunt en de uitsnede van de foto’s slim bepaalt, ziet het er nog landelijk en idyllisch uit ook. Zou je niet zeggen, dat je naast de gastank op een boerenerf staat.
Het landelijk-idyllische wordt een tikkeltje teniet gedaan door de zwerm vliegen die binnen de kortste keren bezit neemt van mijn bussie. Bij het neerzetten van mijn stoel en tafeltje word ik al drie keer door een daas gestoken en pas als ik met koffie en een pijp zit te genieten van de landelijke stilte, kom ik erachter, dat er regelmatig trekkers en zware vrachtauto’s met graan voorbij komen over het landweggetje vol kuilen. De hond van de Auberge komt ook nog even kwispelend kennismaken, maar één ‘kssst’ is genoeg om hem weg te sturen. Voor hij wegloopt, licht-ie nog even snel zijn achterpoot en zet een geurvlag tegen m’n achterwiel. Maar verder: prima plek toch? Wie heeft dat?

Nee, konijn komt er die avond niet op tafel. Wel een ‘eenvoudige, doch voedzame maaltijd’ (zou Marten Toonder gezegd hebben) met zelfgemaakte, van lillend vet aan elkaar plakkende varkenstong en ‘viande de tête’. En onaangemaakte kouwe krieltjes en rode bietjes. Het hele gezelschap (grandmère Simone, haar dochter en man en de twee vrienden) doopt regelmatig hun vork in een grote pot mosterd om het eten wat smaak te geven. Alsof ik niet anders gewend ben, doe ik braaf mee, ook met de glazen Bourgogne, die constant worden bijgevuld. Ik doe ook maar net of ik niet merk, dat mijn armen aan het vettige tafelzeil blijven plakken en laat me voor een tweede keer door mijn ‘tafeldame’ Yvette opscheppen van de aardappelomelet.
Maar wat is het gezellig en wat zijn ze vriendelijk en gastvrij. Het merendeel van hun gesprekken kan ik met geen mogelijkheid volgen met mijn paar zinnetjes school-Frans, maar dat doet er niet toe. En wat hebben ze een lol soms om die Hollanders met hun rare taaltje. Die als ze een stel ‘vaches‘ in de wei zien staan, die beesten ‘koeien’ noemen. Koeien! De hele tafel ligt dubbel van het lachen. Monsieur Fréderique (dat ben ik dus) weet zeker niet wat ‘koeien’ in het Frans betekent? Ze proberen het me uit te leggen, maar ik snap het niet. Dan gaat schoonzoon staan, grijpt met zijn ene hand zijn ballen vast, schudt er eens lekker aan, steekt met zijn andere hand twee vingers op en roept: ‘Koeien! Koeien!’. Da’s lachen…

De volgende morgen neem ik hartelijk afscheid van Simone. Ik betaal haar € 15 voor de overnachting plus ‘diner’, in de keuken trek ik tussen de rommelige potten en pannen door mijn stekker los en gooi die door het raam naar buiten. Als ik even later mijn elektrasnoer oprol, komt de Auberge-chien ook nog even afscheid nemen door een tweede geurvlag tegen mijn andere achterwiel te zetten. Ach, het regent een beetje, dat spoelt er wel af.

Ho ho ho!

Rijdend door een van de vele kleine Franse dorpjes zie ik vanuit mijn ooghoek in een flits de Franse variant van Malle Pietje*): een uitdragerij vol merkwaardige troep en curiosa. Ik denk niet lang na, keer mijn bus en parkeer even later voor de deur.
Pierre le Drôle stapt naar buiten. ‘Bonjour, monsieur.’
‘Bonjour monsieur. Voulez vous prener une photo de moi s’il vous plait?’
Hij kijkt me verbaasd aan. Maar als ik door mijn haren woel en langs mijn baard strijk en hem bovendien vertel dat ik vaak voor de Kerstman word uitgemaakt, lacht hij begrijpend.

Tsja.
Zo’n kans laat je toch niet liggen?
Daar stop je toch even voor?
Gefundenes Fressen, zeggen ze in Duitsland.

*)
Voor de jonge lezertjes: Malle Pietje (rechts op de foto) was een voddenman in de kinderserie Swiebertje van 1955 tot 1975 (en nu ben je nog niet wijzer…)

Smalletjes

Er stond toch alleen maar een bord aan het begin van dit weggetje dat het verboden was voor vrachtauto’s? Heb niks gezien over campers…

Onweer?

Gelukkig. Ongelukkig.
Gebruikelijk. Ongebruikelijk.
Gewoon. Ongewoon.
Weer. Onweer?
Voor mij niet. Vandaag is onweer voor mij geen on-weer.

Wat ging het de hele nacht tekeer: felle flitsen, rommelende donderslagen en striemende regen. Toen het vanmorgen licht werd, was het nog bezig.
Maar on-weer?
Welnee. De boel is weer eens lekker opgefrist, het stof van de afgelopen dagen is van m’n bussie gespoeld en de temperatuur is gedaald naar voor mij prettiger waarden. Ik haal mijn lange broek weer uit de kast (hè, lekker temperatuurtje in dat kledingkastje, prettig warm aan je kont…) en zet m’n pet op. Jammer alleen, dat ik daarna in de regen dat elektrasnoer sta op te rollen, maar ja, je kunt niet alles hebben. En ach, na twee uurtjes rijden is het weer droog en een half uurtje later schijnt de zon alweer.

Minpuntjes

Op de DN1508 in Frankrijk geldt een maximumsnelheid van 90 km/u. Maar bij iedere zijweg, bij iedere kruising moet je pakweg zo’n vijfhonderd meter even 70 rijden. Dat doe ik vier keer, dat doe ik vijf keer, maar het is zondagmorgen vroeg en er is nauwelijks tot geen verkeer op de weg, dus die zesde keer…
Onmiddellijk floept er een matrixbord aan met mijn gemeten snelheid (82) en daaronder de tekst: ‘-4 points’.
Het lijkt het Eurovisie Songfestival wel: ‘La Hollande, – quatre points’.
Benieuwd of die vier minpunten nog gevolgen hebben voor mijn financiële eindklassement in de vorm van de mij bekende envelop van het Justitieel Incassobureau…

(more or less) Translate »