november 2013 Chornobyl’

Chornobyl’ #3

Het zit me niet lekker.
Vanaf het moment dat ik in Nederland terugkeerde van mijn Rondje Zwarte Zee heb ik al het gevoel, dat mijn reis niet af is. Dat er iets ontbreekt. Ik weet ook precies wat er aan schort: de gemiste kans om Chornobyl’ te bezoeken, één van de absolute must seens die bij mijn voorbereidingen hoog op mijn lijstje stonden.

Het laat me niet los.
Dus stap ik begin november een reisbureau binnen en boek een excursie naar Chornobyl’: vrijdag vliegen naar Kyiv, op zaterdag de excursie en zondag weer terug naar Nederland. Ik ga mijn Rondje Zwarte Zee afmaken.

Weerzien met Kyiv

Voor de derde keer in betrekkelijk korte tijd ben ik in Kyiv. De transfer van vliegveld Borispyl naar mijn hotel is keurig geregeld: in de aankomsthal staat de taxichauffeur me met een bordje op te wachten. In drie kwartier overbrugt hij de afstand van veertig kilometer naar mijn hotel.
Hoe dichter ik de stad nader, hoe groter het feest der herkenning. Kijk, hier is de afslag naar de stadscamping waar ik met m’n bussie heb overnacht. En daar links staat hotel Rus waar ik vorig jaar met mijn verjaardag verbleef. En als we nu hier rechtsaf gaan, komen we toch op de Vul Khreschatyk, waar ik in mei heb geslenterd?
‘Aan het einde van deze Vul is toch het Plein van de Onafhankelijkheid?’, vraag ik de chauffeur. Als hij mijn vraag bevestigend beantwoordt, ga ik in gedachten terug naar een van mijn vorige bezoeken aan Kyiv. Toen ik op dat plein stond, the place to be in Kyiv. Toen ik met bewondering naar de gebouwen rond dat plein keek. Toen mijn oog werd getroffen door dat enorme hotel, dat -half op de heuvel- uitkeek over dat plein. En nu -een half jaar later- draait mijn taxi de oprit van datzelfde hotel Ukrain op.

Ik krijg de sleutel van kamer 415.
Als ik mijn kamer binnen stap, weet ik niet wat ik zie: een mooier uitzicht op het beroemdste plein van Kyiv had ik niet kunnen hebben. Recht voor mijn kamerraam staat de vijftig meter hoge Onafhankelijkheidszuil, met bovenop de aartsengel Michaël, de beschermheilige van Kyiv. Ik gooi mijn bagage op het bed, sla beide ramen wijd open, maak een foto en rook -ver buiten het raam hangend- een verboden sigaartje…

Checkpoint

Als ik me om half negen bij de bus meldt waarmee de excursie naar Chornobyl’ gemaakt zal worden, maak ik kennis met de twee gidsen en krijg ik bij het instappen een polsbandje en een Intructions Letter. Die laat aan duidelijkheid niets te wensen over:

FOR VISITORS OF THE EXCLUSION ZONE AND THE ZONE OF ABSOLUTE (COMPULSORY) RESETTLEMENT

When visiting the exclusion zone all foreign and Ukrainain national shall be obliged to:
-Use clothes & shoes, maximally protect body, head, hands ands feet;

-Comply with the radiation safety rules, health and safety regulations;
-Strictly comply with all instructions of the envoy officer;
-Move around only according to the prescribed routes;
-Follow the personal hygienic rules.

During the visit to the exclusion zone it is totally prohibited to:
-Carry any kind of weapons;

-Drink liquors or take drugs;
-Have meal and smoke in the open air;
-Touch any structures or vegetation;
-Sit or place photo and video equipment on the ground;
-Take any items outside the zone;
-Violate dress code (open-type shoes, shorts, trousers, skirts);
-Stay in the zone without the officer, responsible for the envoy;
-Gather, use and bring from the exclusion zone and the zone of absolute (mandatory) resettlement vegetables and cattle breeding products (vegetables, fruits, berries, mushrooms, plants, fish etc.), which were cultivated on the area of the exclusion zone and the zone of absolute (mandatory) resettlement, except specimens for scientific purposes;
-Bring in and bring out of the exclusion zone and the zone of absolute (mandatory) resettlement any animals (dogs, cats, etc.);
-Drink water from wells, rivers and other open water sources. It is allowed to use water only from Chernobyl water supply system, or water from store;
-All instructions of the envoy officer shall be binding for visitors;
-Photographing and filming on the designated route shall be subject to authorization of the envoy officer.

Leaving the exclusion zone and the zone of absolute (mandatory) resettlement it is necessary to:
-Pass compulsory radiation control of clothes, foot wear, personal items;

-Pass compulsory radiation control of transport.

If contamination exceeds the established control levels, personal clothes, foot wear and items are subject to decontamination.

Tijdens de twee uur durende busrit van Kyiv naar het controlepunt van de 30-kilometer-zone krijgt ons gezelschap een video te zien van de ramp op 25 april 1986, waarbij na de ontploffing van reactor 4 negentig keer zoveel radioactiviteit vrijkwam als bij de atoombom op Hiroshima op 6 augustus 1945.

Na honderdzestig kilometer ben ik weer op ‘bekend’ terrein. Hier, bij checkpoint Dityatki stond ik een half jaar geleden met m’n bussie. Toen werd ik tegen gehouden en terug gestuurd, nu moet het hele gezelschap de bus verlaten en een rij vormen bij de controleslagboom.
‘Neemt u uw paspoort mee, alstublieft’, zegt de gids, ‘en laat al uw overige bezittingen achter in de bus. Aan de overkant bij dat witte gebouwtje met het blauwe dak zijn toiletten. Ik waarschuw u, dat het absoluut verboden is hier te fotograferen of te filmen. Houdt u zich daaraan alstublieft, anders bezorgt u de groep problemen.’
Als ik aansluit in de rij zie ik overal om me heen mensen foto’s maken. Geen militair die reageert. Ik loop terug naar de bus en pak mijn toestel.

Hotspot?

Als we zijn uitgestapt, verzamelt de gids de groep om zich heen. Hij toont ons de veilige waarde op zijn geigerteller en vraagt ons dan een stukje op te schuiven in de richting van de begroeiing. We zien de waarden van zijn metertje oplopen. Dat herhaalt hij drie keer en legt dan zijn geigerteller bij een boom. Met ontzag reageert de groep op de alarmerende piepjes van het meetapparaat.
‘En daarom’, zegt hij vermanend, ‘is het zo belangrijk, dat u als groep bij elkaar blijft en bij mij in de buurt. De wegen hier worden regelmatig gesproeid, maar een paar meter van de weg af… Nou ja, u ziet het zelf.’*)

Gelukkig zijn er ook toeristen die hun ‘veiligheidsmaatregelen’ nemen en worden we bij het verlaten van de tien-kilometer-zone gecontroleerd op mogelijke te hoge radioactiviteit (en krijgen we allemaal groen licht…).

*) Kwade tongen beweren, dat de reisorganisatie op deze plek een gat heeft gegraven en daar wat radioactief materiaal heeft gedumpt om de toeristen te laten huiveren. Ik weet niet wat daarvan waar is. Opmerkelijk vond ik wel, dat onze gids -midden in zijn verhaal- gestoord werd door een tweede bus vol toeristen die bij deze plek stopte. Geërgerd stond hij op. ‘De hotspot is nu bezet’, riep hij naar de al uitgestapte gids, ‘kom straks terug!’

Ramptoerisme?

‘En?’, vraagt de gids me, ‘indrukwekkend, nietwaar?’
Hij staat in de hal van de Kindergarten en ik heb zojuist het schooltje bekeken, dat na de ramp in allerijl is ontruimd.
‘Ik weet het niet’, zeg ik nadenkend, ‘eerlijk gezegd krijg ik de indruk dat het een tikkeltje gearrangeerd is. Kijk, ik wil best geloven, dat dit schooltje zevenentwintig jaar geleden plotseling werd ontruimd, maar ik heb zo mijn twijfels over zo’n gehavend popje met nog maar één been dat naast het pad hierheen tussen de bladeren lag. Alsof een kleuter dat -in de haast om weg te komen- daar verloren heeft. En dan binnen: die knuffels in de vensterbank, dat ‘toevallige’ pantoffeltje op dat bedje met een behoorlijk nieuw plakwerkje ernaast, die open schriftjes hier en daar. Zoals ik al zei: gearrangeerde puinhoop, toch?’
‘Weet u hoeveel toeristen hier jaarlijks komen?’, begint de gids zijn antwoord. ‘Tienduizenden! En allemaal willen ze thuis komen met mooie, aangrijpende foto’s. Dus helpen we een handje. Inderdaad, met zo’n popje, zo’n pantoffeltje en meer van dat soort dingen. En u heeft gezien dat het werkt, want iedereen heeft er foto’s van gemaakt. U toch ook? Of vergis ik me nou?’

Katrin

We stoppen heel wat keren om uitleg te krijgen en foto’s te maken. Iedere keer controleren onze gidsen bij het uitstappen met hun geigerteller het stralingsniveau. We rijden inmiddels door de tien-kilometer-zone als onze bus de zoveelste stop maakt. Onverwacht deze keer, want er loopt een kudde wilde paarden door het bos. Mijn medepassagiers drommen naar buiten om daar foto’s van te maken.

Koele, nuchtere Katrin -mijn Estlandse busgenote-voor-een-dag- kijkt me vragend aan. Doen we mee aan deze photoshoot of blijven we voor een keertje in de bus zitten? We besluiten in de bus te blijven. ‘Hoewel’, stelt Katrin na een paar minuten voor, ‘laten we toch maar even naar buiten gaan. Ik heb eigenlijk wel behoefte aan een beetje frisse lucht…’

Dag huis…

Ik loop door een ‘straatje’ in Chornobyl’ en zie een tekst op een gevel:
‘Het doet pijn. Dag mijn huis.’

Souvenir

Er wonen nog steeds mensen in Chornobyl’. Kort na de ramp keerden zo’n 3500 inwoners terug naar hun huizen. Er wordt geschat, dat er op dit moment minder dan tweehonderdvijftig, voornamelijk ouderen, nog in hun oude woning leven. Daarnaast werken er in het gebied ongeveer drieduizend mensen. Zij werken in ploegen en zijn hierdoor niet voor langere tijd in de verboden zone aanwezig.

Busgenote-Katrin en ik hebben de groep even de groep gelaten en zijn -met toestemming van de gids- een zijweggetje ingeslagen waar we in alle troosteloze stilte een ouder echtpaar tegen het lijf lopen. Katrin spreekt Russisch en zo komen we te weten, dat hier in dit huis tot voor twee weken geleden een vrouw van tweeënnegentig woonde, die helaas is overleden. ‘Aan een natuurlijke dood’, haast de man zich eraan toe te voegen. Het echtpaar -ook inwoners van Chornobyl’– komt regelmatig naar het huis om de honden te verzorgen. ‘Als jullie willen’, besluit de man zijn verhaal, ‘mogen jullie wel even mee naar binnen.’
Katrin en ik kijken elkaar aan, denken aan de waarschuwingen van de gids en de strenge Instructions Letter die we hebben gekregen, maar besluiten al snel, dat we zo’n kans niet moeten laten lopen.
De man opent het hangslot van het hek en we stappen met z’n vieren het erf op. Wat we zien is een half ingestort huis en overal rommel en kapot of half vergane huisraad. Het is beklemmend en we worden er stil van. Dan bukt de man zich, grabbelt wat tussen de spulletjes in de modder en houdt dan een kandelaar omhoog. Hij kijkt om zich heen, ziet een zwarte plastic tas liggen, stopt daar de kandelaar in en overhandigt die plechtig aan mij. Ik bedank met een van de weinige woorden Russisch die ik ken: ‘Spasiba! Spasiba!’.

Vanaf de weg horen we de gids naar ons roepen. We nemen snel afscheid van het echtpaar en op een holletje haasten we ons naar de bus. Wat ik daar in mijn handen heb, vraagt de gids me bij het zien van de boodschappentas. Als ik hem het verhaal vertel van de ontmoeting met het echtpaar schudt hij zijn hoofd. ‘Gooi weg!’, zegt-ie, ‘gooi weg. Laat het hier achter. U kent de regels.’
Ik stel hem gerust door te vertellen, dat ik de kandelaar in de loop van de dag -voor we de zone verlaten- wel ergens in een prullenbak zal stoppen, want om hem nou zomaar hier in het open veld achter te laten…

Terug in mijn hotel spoel ik de kandelaar langdurig af.
Terug in Nederland geef ik dit souvenir een mooi plekje op mijn vensterbank.
Ach wat, we bevonden ons nog in de dertig-kilometer-zone. Hartstikke veilig toch?

Pripyat

Omdat de wind die richting opstond, heeft niet Chornobyl’, maar de stad Pripyat -gelegen op slechts een paar kilometer van de centrale- de volle lading van de fall out over zich heen gekregen.
Pripyat was een modelstad van de Sovjet Unie, waarin het aan niets ontbrak. Goede woningen, sportvoorzieningen, scholen, een ziekenhuis en een hotel. De meeste van de 50.000 inwoners van deze stad werkten voornamelijk in de kerncentrale. En ze hadden het er goed. Er was de Sovjet Unie alles aan gelegen van deze stad een modern venster naar het westen te maken.
Deze ‘jongste stad van de Sovjet Unie’ was gereed in 1970. Zestien jaar slechts heeft Pripyat bestaan. In de nacht van 25 op 26 april 1986 werden de bewoners opgeschrikt door een ontploffing in kernreactor 4 in Chornobyl’. Terwijl de bewoners lagen te slapen, werd er bijna negen ton aan radioactief materiaal de lucht in geblazen. Pripyat had vanaf dat moment opgehouden te bestaan.

Onze bus stopt bij het grote stadsplein. Wat me opvalt is de stilte. Het enige geluid is de wind die over het plein waait. Die af en toe door een leeg en hol flatgebouw fluit. Behalve groepjes ramptoeristen is er geen levende ziel te bekennen. Pripyat is een verlaten spookstad geworden, waar de natuur bezit neemt van de bebouwing. Ik zie bomen groeien op het dak van het voormalige hotel.
Het is beklemmend, zeker als ik me bedenk dat op het moment dat wij in Nederland vlak na de ramp de spinazie van het land vernietigden, hier in Pripyat de mensen vrolijk dansten in de nucleaire regen, dat kinderen er een voetbaltoernooi speelden, dat in het gemeentehuis nog zestien echtparen trouwden, terwijl aan de horizon de centrale fakkelde. De Sovjet autoriteiten probeerden aanvankelijk het ongeval in de reactor geheim te houden voor de rest van de wereld, maar toen in een kerncentrale in Zweden het stralingsalarm afging, moesten ze wel toegeven dat er een ramp had plaatsgevonden. Pas op 27 april -veertig uur na de ontploffing- werden de inwoners van Pripyat geïnformeerd en werden alle bewoners geëvacueerd. Eén koffer mochten ze meenemen, want drie dagen later zouden zij weer terug kunnen keren. Zeiden de autoriteiten, waarvan de meesten al eerder een goed heenkomen hadden gezocht.

Opvallend rustig loopt onze groep een klein uurtje door deze verlaten stad, die inmiddels in zo’n staat van verval is, dat het gevaarlijk is nog gebouwen te betreden vanwege instortingsgevaar. Alleen het interieur van het zwembad mag nog bekeken worden, verder zien we de verlaten supermarkt, het vervallen hotel, de restanten van het gemeentehuis, de scholen en lopen we over het beroemde kermisterrein. Een kermis die nooit gedraaid heeft. Alles staat weg te roesten en wordt overwoekerd door de natuur.

‘Weet je’, zegt Katrin als we diep onder de indruk weer in de bus zitten, ‘ik heb ergens gelezen, ik weet niet meer waar, dat Pripyat werd omschreven als het nucleaire Pompeji‘. Ik knik en kan het alleen maar beamen.

BEWEGENDE BEELDEN

Taxi!

Kyiv – zondagmorgen
Ik spreek een taxichauffeur aan en vraag hem wat me een ritje kost naar de luchthaven Borispyl. ‘Fixed price, no meter’, voeg ik eraan toe. Na wat onderhandelen komen we een prijs overeen van tweehonderd hryvnia. Geen slechte deal, denk ik. Een rit van veertig kilometer. Elf hryvnia in een euro, dat is iets meer dan achttien euro.

Schiphol – zondagmiddag
Ik spreek een taxichauffeur aan en vraag hem mij naar de parkeerplaats in Schiphol Oost te brengen. Als ik na een ritje van vier kilometer bij mijn geparkeerde auto wordt afgezet, staat de meter op twintig euro.

Afgerond

Een bezoek aan de voormalige kerncentrale van Chornobyl’.
Zonder twijfel de meest bizarre excursie die ik van mijn leven heb gemaakt.
Waarschijnlijk de meest extreme excursie die ik in de toekomst ooit nog zal maken.
Ik heb het gezien en vooral ervaren.
De troosteloosheid. Het onwerkelijke. Het onbegrip.
Ik heb op een paar honderd meter afstand van reactor 4 gestaan.
Ik heb de geigerteller horen piepen.
Onverstandig? Onbegrepen?
Wellicht. Maar ik heb mijn Rondje Zwarte Zee afgerond.
Op een niet alledaagse manier weliswaar, maar het reisboek kan dicht.

(more or less) Translate »