2019GRIEK_58_Jammer

Gepubliceerd door Frits op

Jammer

‘Nee, mijnheer, dat is echt onmogelijk.’
De vrouw aan de balie van de Super Fast Ferries is zeer gedecideerd als ze antwoordt op mijn vraag naar welke Italiaanse bestemming en bij welke maatschappij ik een overtocht kan boeken met camping-on-board. Ik weet dat die mogelijkheid bestaat. Lijkt me leuk om een keer mee te maken: je rijdt met je camper het open dek op, ze koppelen je aan de stroom, je mag in je eigen voertuig bivakkeren en overnachten en je krijgt een toegangspas tot het passagiersgedeelte waar je gebruik kunt maken van alle faciliteiten aan boord. Waarvan mij natuurlijk het restaurant het meest aanspreekt.
‘Is er dan geen enkele maatschappij die…’
‘Zoals ik al zei, mijnheer’, onderbreekt de baliemedewerkster me wat snibbig, ‘zoals ik al zei: het is onmogelijk. Dat doen we alleen in de zomer. In de winter kan dat echt bij geen enkele maatschappij.’
In de winter. Natuurlijk. Logisch ook. Maar wel jammer, ik had het graag een keer meegemaakt. ‘Om zes uur vanavond is de afvaart, het boarden begint om vier uur en dan bent u morgen om half tien in Bari. Zal ik dat dan voor u boeken?’ ‘Doe maar’, zeg ik berustend, ‘en boek er ook een cabin bij.

OVERNACHTING #35

Als ik de volgende morgen aan boord op weg naar het ontbijtbuffet even bij de receptie informeer of de ETA voor Bari in Griekse of Italiaanse tijd is, krijg ik te horen, dat we om twee uur, probably one o’clock, in Bari zullen aankomen. Om twee uur? We zouden er toch om half tien zijn?
‘Klopt, mijnheer, maar we hebben flinke vertraging vanwege het slechte weer. Heeft u daar niets van gemerkt vannacht?’ Natuurlijk had ik dat gemerkt. Ik had de pech dat mijn cabin zich helemaal voorin het schip bevond. Iedere duik die de boeg in de golven maakte, deed me schudden in mijn smalle bedje op de toch al niet zo comfortabele matras. Ieder ben-toch-weer-wakker-rondje dat ik over het schip maakte, had ik zwalkend door de gangen gelopen, steun zoekend bij de leuningen langs de wand. En toen ik vanmorgen de borstel door mijn haar haalde, werd ik pijnlijk herinnerd aan de bons waarmee ik vannacht tegen het bovenbed was geknald. ‘Misschien toch een beetje rauw weer’, had ik gedacht en stiekem verlangd naar m’n stabiele bussie (zelfs als dat af en toe in de storm stond te schudden). Een beetje ruig weer dus. Ok. Maar lopen we daar een vertraging van dik vier uur mee op?
‘We volgen de stormroute, mijnheer en dat betekent dat we zo dicht mogelijk bij de kust blijven’, legt de receptionist uit. ‘Open zee was onverantwoord. We volgen ook nu nog zo lang mogelijk de kustlijn van Kroatië en Albanië en pas iets noordelijker dan Tirana maken we een ruime bocht naar links en maken de oversteek naar Bari. Vanaf tien uur gaat de storm wat liggen. Dan is ook de haven van Bari weer toegankelijk, die is nu nog gesloten.’
Vier uur vertraging dus op een oversteek die zestien uur zou duren. Ik laat er mijn eetlust niet door bederven en geniet van mijn uitgebreide ontbijt. Geniet ook van mijn cabin als ik daarheen terug loop in een ijdele poging dat met zeebenen te doen. Tussen de zich overal in stoelen en op banken genestelde slapende passagiers, sommigen op een zelf meegenomen tweepersoons matras, waarmee ze in een hoekje hun eigen ‘slaapkamer’ hebben gecreëerd. In mijn hut ga ik nog maar even op bed liggen om wat slaap in te halen van de afgelopen nacht. Het lukt niet. Wat gaat dat schip tekeer. Hoe laat is het?

Het werd uiteindelijk pas om vier uur ’s middags dat de Super Fast(?) Ferry in Bari afmeerde. Precies vierentwintig uur geleden reed ik in Patras aan boord voor een overtocht die krap zestien uur zou duren. Het kan verkeren.
Het eerste wat me opvalt als ik aan boord m’n bussie nader zijn de grote houten blokken die bij mijn wielen zijn geplaatst. Bij de vrachtwagens is het personeel nog druk doende de borgkettingen rinkelend te verwijderen. En er ligt een ondoorzichtige aangekoekte waas opgedroogd zeewater over alle voertuigen die (hiep hoera) op het open buitendek de overtocht hebben gemaakt. Als ik met de wiswas mijn voorruit probeer schoon te krijgen, wordt het alleen maar erger. Gewapend met de flacon ruitenreiniger, lappen en de keukenrol probeer ik mijn ramen zo goed en zo kwaad als mogelijk is toonbaar te krijgen. Het lukt maar ten dele.
Dat breekt me op als ik om half vijf de ferry verlaat: vanwege de laagstaande zon en mijn niet bepaald heldere ruiten en buitenspiegels zit ik met samengeknepen ogen (en billen) behoorlijk te turen of ik de juiste route wel rijd om deze voor mij onbekende stad uit te komen. Ik voel me niet op mijn gemak, ben gespannen en draai dan ook -zodra ik de drukte van Bari achter me heb gelaten- een grote parkeerplaats bij een tankstation op, waar ik me voeg bij de truckdrivers die hier ook overnachten. Ik heb op leukere plekjes gestaan, maar nood breekt wet.
Ik maak meteen een emmertje sop om nog voor de snel invallende duisternis mijn ramen en spiegels van het Adriatische zout te ontdoen. De kleverige koek op de rest van m’n bussie komt later wel. Morgen maar een autowasplaats opzoeken. Maar dat is morgen. Nu eerst een mok sterke koffie, straks een simpele boterham en vanavond bijtijds naar bed. Ik heb nog wat slaap in te halen…

OVERNACHTING #36

(more or less) Translate »