Buren

Gepubliceerd door Frits op

Frits leest voor:

Samen met drie andere campers sta ik in het uiterste hoekje van het enorme parkeerterrein. Omdat het zo rustig is, zijn we niet hutje-bij-mudje vlak naast elkaar gaan staan, maar hebben -zeg maar- ieder een camperbreedte tussen ons in open gelaten.

In de vooravond komt een Belgische auto-met-caravan het parkeerterrein opgereden. Met een wijde boog draait de man zijn sleurhut over het terrein en parkeert pal naast m’n bussie. Niet -zoals de anderen- netjes in een vak met de neus naar de duinen, maar dwars over zes vakken. En zo dicht bij mij, dat ik de dealersticker op de achterkant van de caravan probleemloos kan lezen. Geen probleem, moet iedereen zelf weten.
Maar als de man even later naar buiten komt en een dieselaggregaat naast zijn caravan zet, verbaast me dat. Na een uurtje het gebrom te hebben aangehoord, stap ik naar buiten en klop op de deur van mijn caravan-buren. Binnen slaat een hond aan en als de deur opengaat, komt een walm van warm eten naar buiten.
Of het nog lang duurt met zijn aggregaat, is mijn vraag. En of hij niet overwogen heeft met zijn gebrom en stank in een andere hoek van het terrein te gaan staan, waar niemand last van hem heeft. ‘Duurt niet zo lang meer hoor’, is het antwoord, ‘moet alleen mijn telefoon even opladen.’

Bijna drie uur later (…) stopt het monotone gebrom en bergt de man, gewapend met een zaklantaarn, zijn aggregaat op. Z’n telefoon is opgeladen…