Schuiver

Gepubliceerd door Frits op

Wat ziet het landschap er fantastisch uit als ik wegrijd van mijn overnachtingsplekje in the middle of nowhere op weg naar Bremen.
Er ligt inmiddels een dikke laag sneeuw en de weggetjes -voor zover die te zien zijn- liggen er ongerept bij. Er is nog niet gestrooid. Er zijn nog geen schuivers voorbij gekomen. Mijn bussie is vanmorgen het eerste voertuig dat sporen trekt in deze witte wereld. Twintig kilometer per uur rijd ik, soms nog langzamer. Harder rijden is niet verantwoord. Maar wat is het mooi. Heel af en toe zie ik iemand het pad voor zijn boerderij schoonvegen. Ik word gegroet en nagekeken. Tuffend door deze oogverblindende witte schoonheid geniet ik van elke kilometer die onder mijn wielen doorknarst.

Tot m’n bussie plotseling, zonder enige aanleiding, op een kaarsrecht stuk weg een schuiver maakt. Langzaam, tergend langzaam glijd ik naar de linkerkant van het weggetje. Ik laat mijn gas los, stuur bij en weet m’n bussie uit de berm te krijgen. Maar nu slip ik naar de rechterberm. Wat ik precies gedaan heb, weet ik niet, maar tot mijn geluk krijg ik m’n bussie weer op het rechte spoor en op de weg. Ik haal even diep adem en prijs mezelf gelukkig dat het zo goed afgelopen is. Ik stap uit en bekijk wat ik heb ‘aangericht’: achter me staan dikke, zwarte slipsporen in beide bermen en er ligt een hectometerpaaltje op één oor. Dat paaltje heeft een veeg op m’n deur gemaakt, maar die is er wel uit te poetsen. Lekker belangrijk trouwens. Ik kan er niet mee zitten. Ben allang blij dat ik met dat bussie van me nog op vier wielen sta in plaats van op z’n kant langs de sloot. Mijn uitstaptreetje, dat vanmorgen bij het wegrijden al vastgevroren zat en niet meer naar binnen wilde, zit inmiddels muurvast met aangekoekt ijs.

Als ik van de schrik ben bekomen, besluit ik letterlijk het roer om te gooien. Mijn route naar Bremen via ‘kortste weg binnendoor’ lijkt me niet langer verantwoord en ik laat Claire-mijn-Garminnetje een snelle route over hoofdwegen berekenen. Maar eer ik die grote weg bereik, moet ik zeker nog dertig kilometer binnendoor. Het weer verslechterd met de minuut: het gaat harder sneeuwen en het wordt ook mistig. Van het schitterende landschap zie ik niet veel meer. Ik krijg pijn in mijn handen van het krampachtig sturen en mijn ogen beginnen te branden van het getuur door de voorruit. Gelukkig past het overige verkeer zich ook aan de omstandigheden aan, maar het is vermoeiend rijden en vooral veel glibberen. Ik tel de kilometers af naar de A27. Nog 24, nog 18, nog 12… eindelijk, daar is de oprit. Nooit kunnen denken, dat ik -gek op de kleinste binnendoorweggetjes en gehuchtjes- tijdens een campertrip zo zou uitkijken naar een snelweg. Maar het is een stuk gerieflijker rijden, ook al is er maar één rijstrook goed berijdbaar en ligt de snelheid van het verkeer op zo’n tachtig kilometer per uur. Hard zat. Bremen loopt niet weg.

(more or less) Translate »