Bremen

Gepubliceerd door Frits op

Eintausend zweihundert Meter is het vanaf Reisemobil Stellplatz Am Kurhirten naar het oude centrum van Bremen. Prima aan te lopen, volgens de beheerder van de camperplaats en -als ik dat wil- kan hij ook een taxi voor me regelen die me voor Є 5,50 naar de Altstadt brengt. Lopen? Een taxi? Ik heb toch niet voor niks mijn fietsje meegenomen? Even twijfel ik: als mein Fahrrad onderweg maar niet wordt afgepikt. Per slot van rekening ben ik in Duitsland…*)

Het is koud, er liggen nog resten sneeuw van gisteren en af en toe valt er een spatje regen. Niet bepaald omstandigheden om een stad te bezoeken, maar in mijn geval ideaal. Het is elf uur en er zijn nauwelijks mensen op straat. Wel de nodige groepen grijze duiven, die met een Reiseführer door het centrum worden geloodst.
Af en toe blijf ik even bij zo’n groep staan om wat informatie op te vangen. Over de Schnoor bijvoorbeeld, de oudste wijk van Bremen met kronkelige steegjes en 15e en 16e eeuwse huisjes.
Natuurlijk bekijk ik in de Altstadt de St. Petri Dom en sta ik stil bij Roland, het ‘vrijheidsbeeld’ van Bremen op het Marktplein (het grootste standbeeld van deze ridder in Duitsland, hoor ik een gids zeggen). Ik loop langs het Rathaus, sla de hoek om en sta oog in oog met het beroemde standbeeld van die Bremer Stadtmusikanten uit het sprookje van de gebroeders Grimm. Nou ja, oog in oog: mijn uitzicht op het beeld wordt behoorlijk belemmerd door de zoveelste groep gecapuchoneerde senioren. Ik wacht even om een foto-zonder-toeristen te kunnen nemen en luister ondertussen naar het verhaal van de gids.
Grappig wel: als u een wens wil doen, dames en heren, gaat u recht voor het beeld staan en kijkt naar de kop van de ezel. Pak dan met beide handen de voorpoten van de ezel stevig vast (en niet de snuit, niet de staart, waarschuwt de gids). Knijp nu uw beide ogen stevig dicht en doe uw wens. Laat de poten los, kijk de ezel nog even aan, draai u om en loop weg naar het westen (de gids wijst de richting aan). Om de wens werkelijk te laten uitkomen, mag men vierentwintig uur niet omkijken in de richting waar de Stadtmusikanten staan. En denk erom, dames en heren, beëindigt de gids zijn verhaal: u moet de ezel met twee handen vastpakken anders is het of de ene ezel de andere de hand schudt! (Lachen…)
Voor me in de groep staat een stijf gearmd echtpaar. Al tijdens de uitleg van de gids begint de vrouw haar man in zijn zij te porren. Zo’n wens, dat is wel wat voor hem, laat ze hem weten. De man reageert stoïcijns. Als de gids klaar is met zijn verhaal, duwt de vrouw haar man in de richting van de beeldengroep. Hij kijkt haar van opzij ongelovig aan, haalt zijn wenkbrauwen op en trekt haar bij de groep vandaan. Andere leden van het gezelschap doen wel een wens: een beetje lacherig pakken ze de glimmende bronzen poten vast en sluiten hun ogen. Op een afstandje bekijkt ‘mijn’ echtpaar dit ritueel. Aan haar houding zie ik, dat de vrouw nog een laatste poging doet, maar de man schudt gedecideerd zijn hoofd en kijkt neutraal een andere kant uit.

Ook bij een putdeksel op het Marktplein staat een groepje senioren. Ze verdringen zich om een muntje in een gleuf te gooien en hebben de grootste lol als er dan vanuit de put het slecht ingeblikte geluid van een ezel, een kat, een hond of een haan opklinkt. ‘Ein Mal noch, ein Mal noch’, jutten ze elkaar op en iedere keer schieten ze weer in de lach als er zo’n dierengeluidje klinkt. Ik heb oogcontact met de gids die terzijde van de groep het gebeuren welwillend glimlachend bekijkt. Nauwelijks merkbaar trekt ze even haar schouders op. ‘Tsja’, zeggen haar ogen…
Niks voor mij, dat wensen doen en muntjes gooien. Kinderachtig.
Nee, dan die Kerstman die ik in een straatje zie staan. Daar wil ik wel mee op de foto. Da’s tenminste een volwassen actie. Toch?

*) Flauwe opmerking, moet ik niet meer doen, zeventig jaar na de oorlog. Zal wel komen doordat die gedachte me met de paplepel is ingegeven.

(more or less) Translate »