Frits in de media

Uit & Thuis

Tweemaandelijks magazine over wonen, reizen en gezond ouder worden
juni/juli 1999

BOOTJESMENSEN FRITS EN NEL MAHN

Lekker

tuffen

DOOR JAPKE SCHONEWILLE
Mensen vertellen in deze serie wat reizen voor hen betekent. 
Waar gaan ze heen op vakantie? Met wie reizen ze het liefst: met partner, vriend of vriendin; in een groep of juist alleen?

Houden ze van lui, sportief of cultureel? En kun je een fervent watersporter worden als je van huis uit een landrot bent?

‘Mijn vader had niks met boten of met varen, was er helemaal wars van. De liefde voor het water heb ik zeker niet van hem meegekregen’, vertelt Frits Mahn (52). Zijn vrouw Nel (53) daarentegen groeide min of meer op het water op, haar vader was een fanatiek zeiler, deed zelfs aan wedstrijdzeilen, en elke vakantie werd op de boot doorgebracht. Nel: ‘Via mij is de vonk overgeslagen.’ Ondertussen noemt Frits zichzelf een ‘bootjesmens’ en is hij intens tevreden als hij, liggend op het voordek van hun Petronella M, de zachte deining van het water voelt. ‘In april begint het waterseizoen. Als we dan voor het eerst weer op onze boot komen, snuif ik echt de geur op die in de kajuit hangt’.

Sinds vier jaar zijn Nel en Frits de gelukkige bezitters van een Drammer 820, een motorboot waarmee ze ’s zomers op hun gemakje door het Nederlandse landschap tuffen. Beiden hebben een drukke baan in het basisonderwijs en de overgang naar het simpele en ongecompliceerde leven op hun boot vinden ze een verademing. Nel: ‘Het hele jaar moeten we regelen en organiseren, moet alles op tijd, maar op de boot leven we van dag tot dag. Dat vrije vind ik heerlijk.’ Frits: ‘Voor ons is het belangrijkste: op de boot zijn. Zonder haast. Zonder vooropgezette plannen of routes. Ik achter het stuur en Nel die in de kombuis een lekker bakkie koffie zet of op de bank zit te lezen. Misschien erg kneuterig, maar we genieten er zeer van.’

Toch heeft het knusse en kneuterig niet altijd voorop gestaan bij deze watersportliefhebbers. Lange tijd hadden Frits en Nel Mahn een zeilboot waarmee ze er vanaf de geboorte van hun eerste kind op uit trokken. Zeilen is totaal iets anders dan varen met een motorboot, vindt Frits. ‘Op een zeilboot ben je steeds bezig, met het zeilen, met het weer, of de wind uit de goede hoek komt. Je kunt niet rustig een boek lezen of voor je uit staren. Na zeventien jaar waren ze het ‘gedoe’ van het zeilen een beetje zat, temeer omdat de kinderen groot werden en meer van de wereld wilden zien. Een bootloos tijdperk brak aan, maar het water bleef lonken. Nel: ‘Tijdens de vakanties kwamen we

altijd bij een meer of rivier terecht.’ Plannen om weer aan een boot te beginnen hadden ze echter niet, tot ze op een werf hun Drammer 820 zagen liggen. Op slag verliefd!

Hun acht meter lange Petronella M -naar traditie naar de vrouw van de kapitein genoemd- is naar huidige maatstaven een kleine motorboot. Frits: ‘In een jachthaven liggen we echt als een notendopje tussen al die grote strijkbouten.’ Onder het voordek bevindt zich hun bed, in het middenstuk is de kajuit met stuurstand, kombuis, petieterig toilet en zitbank met eettafel, en door de openslaande deuren van de kajuit kom je op het open achterdek met een kuipbank. Al met al geen groot oppervlak om met z’n twee-en zes weken lang op te leven. Worden ze af en toe niet gek van elkaar? Nel: ‘Zolang de kajuitdeuren maar open kunnen, is het voor mij groot genoeg.’ Frits: Ik zou soms wel meer ruimte willen.’ Nel: ‘Hij is een stuk onrustiger dan ik. Loopt altijd te poetsen of schroefjes aan te draaien, is altijd bezig.’ Frits: ‘Zij kan uren aaneen zitten lezen of puzzelen. Ik houd het bij korte verhalen.’ Toch zitten ze elkaar met hun verschillende temperament en bezigheden niet in de weg. Zo gauw ze op hun boot zijn, vallen ze terug in het ritme dat ze in de loop der jaren ontwikkeld hebben.
Frits staat ’s morgens als eerste op, gaat ‘dauwwassen’, haalt de krant en verse broodjes en maakt het ontbijt. Tegen die tijd is Nel ook klaar voor de dag. Na wat klusjes en een enkele boodschap gaan de trossen los en begint een nieuwe vaardag. Nel: ‘Van tevoren bedenken we globaal welke richting we opgaan. Komende zomer willen we bijvoorbeeld naar de Groningse maren. Per dag besluiten we welke route we volgen, hoe lang we zin hebben om te varen, waar we willen overnachten. Mensen die we onderweg tegenkomen, weten soms mooie aanlegplaatsen of hebben tips voor alternatieve routes.
In de loop van de middag zoeken Frits en Nel een plek om aan te leggen, liefst in de vrije natuur of bij een dorp, zo nodig in een jachthaven. Frits: ‘Het prettige van een haven is dat je er kunt douchen. Anders blijft

het bij “panneren”, een beetje opfrissen met een pan verwarmd water.’ Nel: ‘Als het erg heet is, springen we wel eens overboord.’

Meestal blijven ze één nacht op een plek en varen de volgende ochtend verder, een enkele keer blijven ze een nacht langer. Frits loopt dan binnen bij de plaatselijke VVV en wandelend of per gehuurde fiets verkennen ze de omgeving.
Vrienden en familie varen soms een dagje met hen mee, voor de gezelligheid en om de sfeer van een boot te proeven. Nel: ‘De een ontdekt de charme van het varen, de ander vindt dat beetje primitieve helemaal niks.’ ’s Avonds moet iedereen weer van boord, de boot is te klein om gasten te laten logeren. ‘En’, zegt Frits, ‘we houden erg van met z’n tweetjes, geen aandrang om steeds met anderen te zijn.’

Met een motorboot op vakantie gaan is voor ouderen bijzonder geschikt, volgens Frits en Nel -ook voor mensen die het niet eerder hebben gedaan. Zelf kennen ze een bakker die pas na zijn pensioen met varen is begonnen. Mensen die het aantrekkelijk lijkt, raden ze aan om eerst een paar keer met iemand mee te varen, om uit te vinden of het hen ligt Daarna is het belangrijk om ervaring op te doen en in je eigen tempo je gebied uit te breiden. In het begin dus liever de beroepsvaart en de sluizen mijden en niet bij harde wind gaan varen. Maar als je eenmaal de smaak te pakken hebt, is het een heerlijke manier om vakantie te houden, vindt Frits: ‘Je hoeft niet eerst honderden kilometers te rijden of uren te vliegen. Je start de motor en als je 150 meter hebt gevaren, heb je al een vakantiegevoel!’

ALGEMEEN DAGBLAD

6 december 2007

Frits Mahn schrijft verlies van zijn vrouw van zich af

Afscheidsboek laat juf Nel voortleven

JOKE WALTMANS
OUD-BEIJERLAND

Het was hún geheimpje.
Als afscheid van openbare basisschool De Gouwaert in Goudswaard zouden Nel en Frits Mahn een eigen boekje maken. Hij schreef de verhalen, zij maakte de illustraties. Geheel onverwacht werd ‘Ladies en cementzakken’ nog waardevoller dan verwacht.
Och, wat hebben ze zich erom verkneuterd. Binnen no time stonden de verhalen op papier. Over de eerste schooldag zou het gaan, Sinterklaas, de Cito-toets, het schoolkamp, de afscheidsmusical. Verhalen te over.
Met schrijven als hobby schudde Frits Mahn de hoofdstukken zo uit z’n mouw. Ruim dertig jaar onderwijs gaf voldoende stof tot schrijven.
Na enige aarzeling maakte Nel de illustraties. ‘Ik kan niet tekenen’, was haar eerste verweer. ‘Je moet doen waar je goed in bent, zei ik haar. Knippen en plakken. De volgende dag had ze al drie illustraties klaar’, verhaalt Frits.
Nel knipte en plakte door tot Frits haar vroeg te stoppen. ‘Ik moest al die verhalen nog maken.’
Dat zou gebeuren in de voorjaarsvakantie van dit jaar. Ter geruststelling van zijn ‘stok achter de deur’ had Frits Nel plechtig beloofd dat het boekje in de vakantie af zou komen. Dan kon het tenminste naar de drukker.

Nel was er gewoon nog.
Achter in het klaslokaal
prijkte haar foto

Toen meester Frits na een uurtje weer thuiskwam en twee volle kratten boodschappen op het aanrecht plofte, ging hij eerst even naar de slaapkamer om te kijken hoe het met de zieke was. Hij stak zijn hoofd om de deur van de slaapkamer. Juf Nel lag op haar zij en was diep in slaap.

Op ontroerende wijze schrijft Mahn in het laatste hoofdstuk van zijn boekje hoe zijn leven op 19 februari 2007 abrupt veranderde. Zijn echtgenote Nel, zijn duo-leerkracht voor groep 7 en 8, de oma bij opa, overleed in haar slaap aan een hartstilstand.
‘Dat heeft veel impact gehad. Voor mij en de kinderen natuurlijk, maar ook hier in het dorp. Ik kon de kaarten en brieven van de mat scheppen. Dat voelde als een warm bad’, vertelt hij in zijn woning in Goudswaard.
Nog op de dag van Nels overlijden kwam het ineens in hem op: ‘Mijn god, dacht ik, hoe moet dat nou. Je bent bezig met een produkt. In het grootste geheim, voor de kinderen van jouw school. Met zoveel plezier gemaakt. Wij waren ook trots op het idee.’
Dat idee zakte weg. Frits werd in beslag genomen door andere zaken. Kaarten schrijven, de crematie regelen.

‘Mijn god’, dacht Frits Mahn nog op de dag dat zijn vrouw overleed, ‘hoe moet het nu verder met ons boekje?’
FOTO REIN GELEIJNSE/ANOUK HEBING

En de volgende dag naar school, ondanks de vakantie opengesteld om ouders de gelegenheid te geven elkaar te ontmoeten. ‘Ik ben gegaan, na veel dubben. Het was de eerste confrontatie met de kinderen.’

Een maand na Nels overlijden, richtte Frits zijn aandacht weer op het boekje. Hij had het zo in de prullenbak kunnen kieperen, maar vond dat hij dat niet kon maken. Zijn kinderen Saskia en Frank steunden hem in zijn besluit om het af te schrijven.
‘Voor het eerst van mijn leven had ik een writersblock. Er waren genoeg ideeën, maar die gingen over opa en oma, over Nel en mij. Het voelde zo tegennatuurlijk om het verhaal chronologisch door te laten gaan.’
Tot Frits het besluit nam dat hun boekje net zo’n onverwachte wending zou krijgen als zijn eigen leven. Bijna als vanzelf tikte hij het verhaal, de ontroering kwam toen hij het ging lezen. ‘En dan komt het moment dat je het boekje gaat uitdelen in de klas. Dat was heftig. Maar ook weer een warm bad van alle mensen die zeiden ‘Dat je dáár mee bezig was!’ En van de kinderen ‘Meester Frits, ik ben zeker die en die?’, vertelt hij.
Nu, enkele maanden later, kan het boekje verder dan zijn eigen kring. ‘Ik ben er emotioneel beter tegen bestand’. Hij hoeft er niet aan te verdienen. De winst gaat naar een goed doel.
Het zal niet bij dit boekje blijven. ‘Wij wilden een kinderboek gaan schrijven. Eerst een prentenboek met weinig tekst. Mijn stok achter de deur ontbreekt, maar er komt zeker meer.’

‘Ladies en cementzakken’ is te bestellen via www.mahn.tv

• Geboren: 20 mei 1947 in Rotterdam

• Carrière: Frits Mahn begon in 1969 als onderwijzer op een school in Rotterdam. Vijf jaar later verhuisde hij naar Goudswaard. Daar werd hij directeur van openbare basisschool De Gouwaert. Eerder dit jaar nam hij daar afscheid. Frits Mahn zit in de vut.

• Privé: weduwnaar van Nel Mahn, heeft een zoon en een dochter.

HET KOMPAS
7 december 2007

Hommage aan juf Nel

JANNEKE SUNDERMEIJER

GOUDSWAARD – ‘Ladies en cementzakken, ook juf Nel en ik beginnen aan ons laatste schooljaar. We stoppen ermee. We gaan met pensioen.’ In het begin van het schooljaar 2006/2007 vertelt meester en directeur Frits Mahn zijn leerlingen dat hij en zijn vrouw de openbare basisschool de Gouwaert in Goudswaard gaan stoppen met werken.

Ruim 33 jaar stonden meester Frits en zijn vrouw Nel samen voor groep 7 en 8: hij ’s morgens en zij ’s middags. ‘Opa en oma voor de klas’, zegt hij glimlachend.
Ook samen dachten zij na over een passend afscheidscadeau voor alle leerlingen van hun school. ‘De gebruikelijke zak snoep viel al snel af. Een boek met daarin een persoonlijk woord voor iedereen leek ons wel leuk. Maar we konden niets vinden. Toen besloten we de stoute schoenen maar aan te trekken en zelf een boek te gaan schrijven vol verhalen over het leven op school. Nel zou voor de illustraties zorgen en ik zou gaan schrijven’, vertelt de oud-directeur.
Het verliep anders dan gedacht. In februari overleed juf Nel onverwacht. Mahn: ‘Ik wilde niet meer doorgaan met schrijven, gewoon stoppen met het hele project.
Maar aan de andere kant voelde ik me aan haar verplicht om door te zetten en het boekje af te maken. Nel had immers alle illustraties al klaar.’
Het is een dun, maar prettig lezend boekje geworden. Abrupt eindigend. ‘Net zo abrupt als het leven van Nel eindigde op de 19e februari’, zegt haar man.

Alle leerlingen en leerkrachten van de Gouwaert en andere bekenden uit het dorp (‘We staan bekend als de juf en meester van de openbare’) hebben net voor de zomervakantie het boekje ‘Ladies en cementzakken’ gekregen van meester Frits. ‘Je begrijpt wat een impact het uitdelen had. Maar ik ben blij dat ik doorgezet heb, want, wat zou Nel trots geweest zijn.’

Eindtoets
Mike was zenuwachtig voor de citotoets. Hij had vanmorgen geen hap door zijn keel kunnen krijgen van de zenuwen. En die opmerking van meester Frits van gisteren had ook niet veel geholpen, hoewel hij wel gezegd had dat het een geintje was. Maar toch…
‘Kinderen van groep acht’, had-ie gezegd. ‘Die eindtoets is eigenlijk niks bijzonders. het is een toets zoals je er al zoveel hebt gemaakt op school. Alleen een beetje anders. Maak je er niet al te druk om. Het enige wat ervan afhangt is je hele toekomst…’

Dit is een deel van een van de vele verhaaltjes uit het boekje van Frits en Nel Mahn. Inmiddels ligt het in de boekhandel bij Marjan Houtman in Puttershoek en in de winkel bij Piet Buth in Goudswaard. Ook kan het via de website www.mahn.tv besteld worden.

RADIO RIJNMOND
11 januari 2008

Op 11 januari 2008 was Frits te gast bij Radio Rijnmond.
In het middagprogramma van Ilse van Enkhuijzen werd hij geïnterviewd over ‘Ladies en cementzakken’ en las hij een fragment voor uit het boek.

Beluister het volledige interview:

Met dank aan RTV Rijnmond & Rowen Sound Design

MAN BIJT HOND
oktober 2014

In oktober 2014 was Frits in de race voor de televisiepresentatie van Expeditie Man bijt Hond.

Klik op de foto voor een uitgebreid verslag.

(more or less) Translate »