Nel

Gepubliceerd door Frits op

Nog zo midden in het leven.
Nog zo boordevol plannen.
Nog zoveel te doen.
En dan -plotseling- valt alles stil…

Nel Mahn-Evers

26 maart 1946

19 februari 2007

Frits Mahn
Saskia en Gertjan
Karlijn, Jurgen
Frank en Andrea
W.H. Evers
N.M. Mahn-Hakman

Nieuwstraat 6
3267 AR  Goudswaard

Gelegenheid tot condoleren vrijdag 23 februari van 19.30 tot 21.30 uur aan de Nieuwstraat 6 te Goudswaard.
De crematieplechtigheid zal plaatsvinden op zaterdag 24 februari om 12.45 uur in het crematorium ‘Rotterdam’, Maeterlinckweg 101 te Rotterdam.
Na de plechtigheid is er ook gelegenheid tot condoleren.

Geen bloemen

Geschokt hebben wij kennis-genomen van het zeer plotselinge overlijden van

Nel Mahn-Evers

Vanaf 1976 heeft Nel met hart en ziel gewerkt als leerkracht op de open-bare basisschool De Gouwaert in Goudswaard. Wij verliezen in haar een zeer beminnelijke leerkracht die van grote waarde is geweest voor de school. Zij zal ontzettend worden gemist door de kinderen, ouders en de collega’s.

Nel was de vrouw van Frits Mahn, directeur van basisschool De Gouwaert en de moeder van Saskia Mahn-van den Berg, directeur van de Burgemeester van Bommelschool in Blaaksedijk.
Wij wensen Frits en Saskia en verdere familie heel veel sterkte bij het verwerken van dit grote verlies.

Namens het bestuur en personeel
van de Stichting Acis
Openbaar Primair Onderwijs
Hoeksche Waard

L.J. van Heeren
algemeen directeur

Lieve Nel,
Wat zullen we je missen
nooit meer “labbekak”

Verbijsterd en vol ongeloof moeten we veel te vroeg afscheid nemen van onze lieve juf en attente collega

Nel Mahn-Evers

leerkracht van groep 7 en 8

Wij wensen (meester) Frits en familie heel veel sterkte.

Leerlingen, team
en ouders
obs De Gouwaert
Goudswaard

Wij hadden jou na al die jaren een heel ander afscheid gegund.

(juf) Nel Mahn

Zo veel kaarten en brieven.
Zo veel tekeningen en verhaaltjes.
Zo veel handdrukken, schouderklopjes, kussen en knuffels.

Wat is het een geweldige steun voor ons geweest.
Niet dat het enorme gemis daardoor minder wordt, maar
het heeft ons enorm geholpen in de eerste zware periode.

Dank aan iedereen voor dit warme bad van medeleven.

Goudswaard
Frits Mahn
Saskia en Gertjan
Frank en Andrea

Hoi meester Frits
Het is fet balen dat juf Nel oferlede is

Bij de dood van Nel

Lieve Saskia en Gertjan, Frank en Andrea, Karlijn, Jurgen, familie, vrienden, kennissen, collega’s, kinderen en ouders van De Gouwaert, dames en heren.

Wie mij maar een beetje kent, weet dat ik in mijn leven en in mijn werk de zaakjes graag op orde heb en strak georganiseerd. Niet voor niets sta ik bekend als een regelneef. De afgelopen week is er van dat regelneverige van me niet veel overgebleven.

De situatie is de meesten van u bekend.
Op maandagmorgen ga ik de deur uit om -inderdaad- nog even een paar zaakjes op school te regelen, nog even het een en ander te organiseren. Nel is ziek en ligt met griep in bed. Gewoon een onschuldig griepje. Ik zet wat te eten en te drinken voor haar neer, zeg nog: ‘Probeer wat te slapen, daar knap je van op’, kus haar en ga naar school. Als ik thuiskom tref ik Nel aan in een diepe slaap. Maar mijn eerste geruststelling om dat louterende slaapje slaat binnen enkele minuten om in ongerustheid. Deze slaap is zo diep, dat zij er nooit meer uit wakker zal worden.

En dan, beste mensen, dan stort je wereld in. Dan ben je volledig de regie kwijt.
Dan doorloop je een scala van gevoelens. Gevoelens van ongeloof, verbijstering, intens verdriet, woede ook. Maar het laatste, het blijvende, het alles overheersende gevoel dat uiteindelijk de overhand krijgt, is pure meelij. Geen meelij met mezelf. Ik leef nog. Ik kan en mag nog van alles meemaken. Ik weet me omringd en opgevangen door vier kanjers van kinderen. Ik kan terugvallen op mijn familie, op mijn vrienden, mijn kennissen, mijn collega’s, op u. Nee, mijn meelij gaat uit naar Nel, die het allemaal niet meer zal meemaken.

Zo stond het toch ook op de rouwkaart?
Nog zo midden in het leven.

Ik neem met dit verhaal definitief afscheid van mijn schoolmaatje.
Want wat genoten we samen van ons werk op school. Wat waren we samen druk in de weer met de kinderen van groep 7 en 8. Samen waren we al bezig met de afscheidsmusical. Samen keken we al uit naar de driedaagse schoolreis. Samen bereidden we ons voor op ons afscheid van de school, waar we –samen- dik dertig jaar gewerkt hadden. Op 23 juli van dit jaar –dat is over vijf maanden- zouden we samen met groot verlof gaan. En wat maakten we al plannen voor die nieuwe fase in ons leven. Zo heerlijk we het nog vonden om voor de klas te staan, zo verkneuterend konden we uitkijken naar de grote vakantie, die dit jaar wel een hele grote vakantie zou gaan worden.

Nog zo boordevol plannen.
Nog zo veel te doen.

Ik neem met dit verhaal niet alleen definitief afscheid van mijn schoolmaatje, ik neem bovenal definitief afscheid van mijn levensmaatje. Dat maatje waar ik zo verkikkerd op was, dat ik dik 37 jaar geleden met haar in het huwelijksbootje stapte. Met dat huwelijksbootje hebben we veel voor de wind gezeild, maar ook regelmatig pal tegen de wind en stroom in moeten laveren. Dat huwelijksbootje heeft stormen doorstaan, stroomversnellingen bedwongen, averij opgelopen, maar altijd en steeds weer een beschutte haven gevonden.

En datzelfde huwelijksbootje van ons werd later ook nog eens een echt bootje en Nel werd mijn scheepsmaatje. We hebben wat afgezworven over de Nederlandse wateren.

Mijn maatje is er niet meer.
Dag huwelijksmaatje, dag scheepsmaatje, dag schoolmaatje, maar ook: dag omaatje, gek op de kinderen en de kleinkinderen. De oppasoma, de knutseloma, de koekjesbakoma, de logeeroma, het is allemaal abrupt gestopt.

Mijn grote troost bij dit onverwachte verlies is de wetenschap, dat Nel vredig in haar slaap gestorven is.
Mijn troost is dat zij niet heeft geleden.
Nel is letterlijk ingeslapen.
Die troost wil ik u allen vandaag meegeven.
Het neemt de pijn niet weg.
Het neemt het verdriet niet weg.
Ik ga haar vreselijk missen. Wij gaan haar vreselijk missen.

Mijn Nel -en dat bedoel ik niet bezitterig- mijn Nel was mijn tegenpool.
Ze hoefde niet op te vallen, ze hoefde niet op de voorgrond, ze hoefde niet het hoogste woord.
Ze hoefde ook geen meelij.
Laat me maar, ik kom er wel uit, we komen er samen wel uit, was haar levensmotto.

Vandaag staat Nel op de voorgrond.
Vandaag krijgt Nel alle aandacht.
Wat zou ze zich daarbij opgelaten voelen als ze nog leefde.
Maar ze leeft niet meer.

De afgelopen week ben ik niet alleen overrompeld door de dood van Nel, maar ook door jullie medeleven en steun.
Het regende telefoontjes, de kaarten en brieven stroomden binnen, zoveel mensen wipten even bij ons aan. Ik ben gezoend, ik ben geknuffeld, ik heb schouderklopjes gekregen, kortom mijn omgeving, mijn gezin, mijn familie, mijn vrienden, mijn kennissen, mijn collega’s, mijn school, mijn dorp hebben me een warm bad van steun en medeleven bezorgd. Daar ben ik iedereen onbeschrijfelijk dankbaar voor.

Nel en ik hebben een dichteres in de klas.
Ze zit in groep 8 en heet Melanie.
Afgelopen dinsdagmiddag kreeg ik van haar een briefje met de volgende tekst:

Ik wil iets schrijven maar het gaat niet
Ik wil iets schrijven maar ik weet niet wat
Ik wil iets denken maar het lukt niet
Ik wil niets schrijven want ik denk steeds aan haar