Boeken

LADIES EN CEMENTZAKKEN

Juf Nel en meester Frits werken samen op dezelfde basisschool. Dat doen ze al ruim dertig jaar. In al die jaren hebben ze met hun leerlingen heel wat meegemaakt.
In 2007 besluiten ze te stoppen met werken.


Op zoek naar een afscheidscadeautje kwamen ze op het idee een boekje te maken met verhaaltjes over hun schoolleven. Het resultaat is dit boekje dat de belevenissen vertelt van een groep 7 en 8 op een klein dorpsschooltje.

BOEKFRAGMENT

De schooldokter
Het was donderdagmiddag en iedereen in de klas was druk bezig. Floortje en Linda zaten samen achter de computer en zochten op internet plaatjes voor bij hun werkstuk. Mike zat driftig op een toetsenbord te tikken om de woordjes voor spelling nog even te oefenen. Sanne was naast Selma gaan zitten en hielp haar met het rekenwerk dat ze nog af moest maken en in de hoek van het lokaal was een stel kinderen bezig met een schrijfopdracht. Af en toe liep er een kind naar het planbord om daar een taak af te tekenen.
Meester Frits keek op zijn horloge en zag dat het tijd was. Hij klapte in zijn handen.
‘Allemaal opruimen!’, riep hij, ‘je spulletjes opbergen, de boeken netjes in de kast en de snippers van de vloer, want je weet, ik ben allergisch voor vuil en bovendien hoeft de schoonmaakster jullie troep niet op te vegen!’
Toen ze klaar waren, richtte de meester zich weer tot de klas. ‘Naar huis’, zei-ie, ‘ga je moeder maar plagen enne… voor ik het vergeet: groep acht, morgen allemaal douchen en schoon ondergoed aantrekken, want de schooldokter komt.’
Giebelend en lawaaierig stommelden ze de klas uit, pakten hun jas van de kapstok en verdwenen een voor een van het schoolplein.

De volgende morgen was groep acht opvallend onrustig. Al voor schooltijd zaten ze druk met elkaar te praten. Niet hardop, zoals altijd, maar een beetje geheimzinnig fluisterend. ‘Weet jij wat de dokter nou precies bij je doet?’, vroeg Floortje aan haar buurvrouw. ‘Ik weet het niet’, antwoordde Linda, ‘maar ik vind het wel een beetje spannend. Ze zeggen dat je helemaal bloot moet.’ ‘Helemaal?’ Floortje sloeg haar hand geschrokken voor haar mond. ‘Alles uit? Ook je broekje?’ ‘Ja, ze zeggen het. En dan komt ze met haar…’

‘En dan komt ze met haar grote, kouwe handen’, bemoeide Koen zich ermee, ‘en met die grote kouwe handen pakt ze dan…’
‘Hou’ op Koen! Ik wil het niet weten!’ Floortje trok een angstig gezicht en hield haar handen voor haar oren.
‘Doe effe normaal, Koen’, nam Linda het voor haar vriendin op, ‘zie je niet dat je Floor hartstikke bang maakt?’
‘Bang?’ blerde Koen door de klas, ‘bang? Wie is er nou bang voor de schooldokter? Mijn vader zegt, dat die al zoveel blote kinderen heeft gezien, dat ze nergens meer van opkijkt!’

Gelukkig ging op dat moment de bel. Ze pakten hun rekenspulletjes en begonnen allemaal aan hun taak, behalve Irma die als eerste naar de schooldokter moest. Echt rustig werd het niet in de klas. Meester Frits moest regelmatig waarschuwen om het wat stiller te krijgen. Vooral toen Irma terug was van de schooldokter gonsde het in haar groepje. Ze deden wel allemaal alsof ze druk met hun rekentaak bezig waren, maar ondertussen kreeg Irma een spervuur van fluistervragen over zich heen. ‘Hoe was het? Wat deed ze? Blijft je moeder er al die tijd bij? En moet je al je kleren uit? En zijn de gordijnen wel goed dicht dan?’
En ach, het bleek allemaal wel mee te vallen. Het was lang zo erg niet als ze dachten. Gerustgesteld ging het groepje weer verder met hun taak, maar ze zaten wel steeds op de klok te kijken om te zien of ze al aan de beurt waren om naar het onderzoekskamertje te moeten.

Koen was een van de laatsten. Toen zijn moeder op de deur klopte en vroeg of ze hem mee mocht nemen, sprong hij meteen op, gooide in zijn haast z’n stoel omver en denderde de klas uit. Twintig minuten later was hij terug. Opvallend rustig liep hij naar zijn plaats. Hij sloeg zijn rekenschrift open en begon ijverig te werken.
De meester stapte op hem af. ‘En Koen’, begon hij, ‘hoe was het bij de dokter? Alles in orde? Helemaal gezond?’
Koen deed alsof hij de meester niet hoorde en boog zich nog dieper over zijn rekenwerk. Henk stootte hem aan. ‘De meester vraagt je wat, Koen. Geef eens antwoord!’ Koen keek verstoord op. ‘Wat is er nou, hè? Wat is er nou?’ De andere kinderen in de klas legden hun werk neer en keken naar Koen die zo vreemd reageerde. Wat was er met hem aan de hand? Koen, die altijd zo stoer deed, zat nu een beetje verlegen om zich heen te kijken.
‘Wat is er nou, Koen?’, vroeg Linda met een lijzig stemmetje, ‘moest je broekje helemaal uit? Kwam ze met haar grote, koude handen…’
De onderlip van stoere Koen begon vervaarlijk te trillen. Hij keek wild om zich heen, zag al die lachende gezichten en barstte plotseling uit: ‘Hou op! Ze zei, dat ik me uit moest kleden. Dat ik al m’n kleren uit moest trekken, maar dat ik m’n onderbroek aan mocht houden. Doe ik m’n shirt uit, denk ik shit! ik heb geen hemd aan! Wil ik m’n broek laten zakken, denk ik dubbelshit! ik heb ook geen onderbroek aan! Had ik mijn mooiste ondergoed gisteravond klaargelegd om vanmorgen aan te trekken, vergeet ik het helemaal! Sta ik daar dus bij die dokter helemaal voor…’
‘Gek?’, vroeg Linda plagerig, ‘of wilde je een ander woord zeggen. Dat mag niet hoor, Koentje. Zulke woorden zeg je niet op school. Dan wordt de meester kwaad!’
Ze draaiden allemaal hun hoofd om naar de meester. Die zat met een rood hoofd achter zijn tafel en net toen ze naar hem keken, kreeg hij weer eens een hoestaanval. De tranen sprongen ervan in zijn ogen.
‘Ga maar naar buiten’, zei-ie tussen twee hoestbuien door, ’t is toch bijna pauze!’

ON-LINE BESTELLEN

Ladies en cementzakken is rechtstreeks bij Frits Mahn te bestellen.
Dat doet u door Frits een email te sturen met uw aanvraag, voorzien van het afleveradres.
Maak gelijktijdig een bedrag van € 12,50 over naar rekening NL51 INGB 0001 6837 01 t.n.v. Frits Mahn in Goudswaard.
Na ontvangst van uw betaling wordt het boekje u toegestuurd.

ON-LINE DOWNLOADEN

Ladies en cementzakken is ook te downloaden als eBook.
Klik hier om naar de downloadpagina te gaan.

SCHOTS & SCHEEF
reisbelevenissen in Schotland

Jarenlang zwierven Nel en Frits Mahn tijdens de vakanties met hun boot over de Nederlandse wateren. Toen Nel in 2007 plotseling en onverwacht overleed, besloot Frits hun boot te verkopen en een andere manier van reizen te ondernemen.
Anders, omdat hij die reizen nu alleen moest maken.
Anders ook, omdat hij besloot de watersportvakanties te verruilen voor ‘landrot-activiteiten’.

In april 2008 huurde hij voor een maand een camper en zwierf daarmee door Schotland. Onderweg schreef hij een weblog, waarin hij zijn belevenissen voor het thuisfront bijhield. Die verzamelde verhalen uit dit blog zijn nu bijeen gebracht in dit boekje.

Verwacht van dit nieuwste boek van Frits geen gedetailleerd reisverslag, want dat is het niet. Tevergeefs zult u ook zoeken naar uitgebreide plaats- en routebeschrijvingen.
Wel bevat dit boek verhalen en notities van de dingen die Frits onderweg in Schotland meemaakte: belevenissen, ontmoetingen met mensen, kleine en grote voorvalletjes, overwegingen en gedachten. Geschreven zoals Frits zijn verhalen vertelt: levendig, vaak met humor en soms een traantje…

geïllustreerd, 124 pagina’s
tekst en foto’s Frits Mahn
© 2008

BOEKFRAGMENT

Haar #1
Bij het ontbijtbuffet op de veerboot terug naar Nederland passeer ik met m’n goed gevulde bordje*) het tafeltje van een mij tot op dat moment totaal onbekend ouder echtpaar. De vrouw pakt in het voorbijgaan mijn arm, houdt me staande en vraagt in onvervalst Amsterdams: ‘Luister eens, jongen, jij bent een Hollander, hè?’. Als ik haar vraag bevestig, gaat ze door: ‘Dat dacht ik al aan het liedje te horen, dat je loopt te fluiten. Weet je, wat zou ik graag effe door je mooie krullen willen graaien!’. Ach, en dan ben ik ook de beroerdste niet. Ik buig me naar haar voorover en ze woelt met twee handen door m’n haar. ‘Mooie kop met haar heb je’, zegt ze, ‘en weet je, schat, ik ben kapster en het is jammer dat ik m’n schaar niet bij me heb, want ik zou zo graag effe die dooie punten van je willen bijknippen!’ Ik krijg geen tijd om te reageren, want ze gaat meteen door: ‘Je bent alleen hier op de boot, hè? (haar man schuift al een stoel bij) Nou, weet je, kom dan lekker bij ons je bordje leeg eten, want alleen is maar alleen, vind je niet, en je lijkt me wel een gezellige kerel…’.

*) roerei, bacon, gebakken aardappelen, worstjes, gebakken tomaat en witte bonen in tomatensaus

HAAR #2
Als ik de ferry afrijd, moet ik stoppen bij de douanecontrole.
Er staat een vriendelijke vrouw naast mijn raampje, die -nauwelijks verstaanbaar- om m’n paspoort vraagt. Ze blijft vriendelijk, herhaalt haar vraag, maar ze praat zo zachtjes, dat ik blij ben dat ze met haar handen een gebaar maakt van een boekje open doen. Ik knik dat ik het begrijp en pak uit mijn tas m’n paspoort, ondertussen medelijden krijgend met die vrouw. ‘Heeft waarschijnlijk iets aan haar keel of stembanden’, denk ik, ‘ook zielig als je dan moet werken!’ Als ik haar m’n paspoort wil geven, kom ik er achter, dat mijn raampje nog dicht is… Vandaar! Ik put me uit in verontschuldigingen.
Ze bladert in mijn paspoort, kijkt van mij nog eens naar mijn pas, vergelijkt de foto van een paar jaar geleden en vraagt dan of ik haar even recht in het gezicht wil kijken. Blijkbaar is ze nu tevreden, want ik krijg mijn pas terug, maar niet zonder een waarschuwing-met-een-glimlach: ‘Als u nog eens van vakantie terug komt, ga dan eerst in Engeland even naar de kapper, want een volgende keer komt u zo Nederland niet meer binnen! Goeie reis…’

ON-LINE BESTELLEN

Schots & scheef is rechtstreeks bij Frits Mahn te bestellen.
Dat doet u door Frits een email te sturen met uw aanvraag, voorzien van het afleveradres.
Maak gelijktijdig een bedrag van € 12,50 over naar rekening NL51 INGB 0001 6837 01 t.n.v. Frits Mahn in Goudswaard.
Na ontvangst van uw betaling wordt het boekje u toegestuurd.

LA DOUCE FRANCE
met de camper over de Route Nationale 7

Ver voor de tijd van de grote, doorgaande péages, was de Route Nationale 7 dé route om van Parijs naar de Cote d’Azur te rijden.
Net als alle Nationale Routes in Frankrijk begint deze legendarische weg bij point zéro op het plein voor de Notre Dame in Parijs. Het laatste kilometerpaaltje (borne) staat in Menton aan de Frans-Italiaanse grens.

Voor veel Nederlandse vakantiegangers was deze route des vacances in de jaren vijftig van de vorige eeuw de eerste kennismaking met la douce France.
Veel historische, nostalgische punten langs de N7 zijn inmiddels verdwenen of aangevreten door de tand des tijds. Hoogste tijd dus voor Frits om in z’n bussie te stappen en langzaam door Frankrijk te toeren met als motto: de reis is belangrijker dan de bestemming…

geïllustreerd, 104 pagina’s
tekst en foto’s Frits Mahn
© 2015

BOEKFRAGMENT

1 x bellen
Bel aan en wacht een minuut, staat er op het bordje van de deur van het Musée de l’Insolite in Loriol-sur-Drôme. Na inderdaad een minuut wordt er op de derde verdieping een raam open geschoven. Een oudere dame buigt zich naar buiten en vraagt wat ik wil.
‘Het museum bezoeken’, roep ik terug, ‘het is toch niet fermé? Op het bordje staat dat het alle dagen open is.’
‘Klopt’, wordt me vanuit het raam toegeroepen. ‘Klopt. Maar vandaag heb ik geen zin om open te doen. En op dat bordje staat ook dat u een afspraak moet maken. Komt u morgen maar terug!’
Dat van ‘bezichtiging op afspraak’ had ik al gelezen bij mijn reisvoorbereiding en het bordje naast de deur bevestigt dat alleen maar. Ik trek mijn allerzieligste gezicht, kijk vertwijfeld naar de vrouw uit het raam boven en roep: ‘Ja maar, ik ben Frits (slaat natuurlijk nergens op…) en ik ben speciaal helemaal uit Holland voor dit museum hier naartoe gekomen. Ik heb er bijna vijftienhonderd kilometer voor gereden en dan kan ik er nu niet in?’
‘Nee’, wordt me vanaf boven toegeroepen, ‘ik heb geen zin, moet ook nog eten, dus morgen.’
‘Jammer van de reis die ik gemaakt heb’, roep ik terug, ‘maar als u niet wilt, dan houdt het op…’.
Overdreven teleurgesteld begin ik mijn foto- en videocamera op te bergen en maak aanstalten naar m’n bussie terug te gaan.

‘Wacht u even’, roept de vrouw, ‘ik kom naar beneden…’
Het duurt lang en ik begin al te twijfelen of ik de vrouw wel goed verstaan heb, maar dan gaat de voordeur open en sta ik oog in oog met Max Manent, kunstenaar, schilder, beeldhouwer en ontwerper van zijn eigen museum. Die vrouw van drie-hoog-boven blijkt dus Max zelf te zijn!

Ik krijg een omstandig verhaal, dat dit eigenlijk de bedoeling niet is, dat hij net aan de lunch zou beginnen, dat hij er geen gewoonte van wil maken, dat hij graag zijn vrijheid wil bewaren, maar vooruit. Ik krijg een hand. Hij houdt die wat langer vast dan normaal en trekt me over de drempel naar binnen.
Zesentwintig kamers telt het huis van Manent en in die kamers heeft hij meer dan tienduizend verbazingwekkende voorwerpen bij elkaar gebracht. En daar tussendoor hangen zijn schilderijen (vrouwen, vrouwen en nog eens vrouwen), gemaakt in allerlei technieken.

Het wordt een bliksembezoek.
Ik heb nauwelijks tijd te filmen of te fotograferen, want Max voert me de ene na de andere kamer in. Hij doet het licht aan, vertelt wat er te zien is en loopt alweer naar een volgende ruimte. Het is bizar. Het is idioot. Het is indrukwekkend. Een hele kamer vol pijpen, een andere kamer met pakjes sigaretten en sigaren. ‘Kijk’, zegt-ie, wijzend op een doormidden gebroken enorme sigaar, ‘deze was van De Gaulle.’
Luciferdoosjes, oude medische instrumenten, foto’s, krantenartikelen, een ruimte vol kepies, fototoestellen, een Japanse kamer, een Afrikaanse kamer, een ruimte met aan alle wanden crucifixen, sigarenbandje en in alle gangen schilderijen en beeldhouwwerken van hemzelf (en weer vrouwen).
‘En hier’, zegt-ie, en hij opent alweer een volgende deur, ‘hier is mijn verzameling bidets en op deze hier in de hoek ben ik heel trots: een bidet voor lesbiennes. Uniek in Frankrijk! Er is nog een tweede en derde verdieping, maar daar heb ik nu geen zin meer in en ook geen tijd. Ik vind het al heel wat, dat ik u heb binnen gelaten’, besluit hij zijn rondleiding als we de trap naar beneden nemen. ‘Komt u gerust nog eens terug en als u zelf bijzondere dingen heeft voor mijn verzameling, neemt u ze dan mee.’
Bij de deur nemen we afscheid. Ik bedank hem heel hartelijk. ‘Ja, ja, ja het is goed. Maar gaat u nou maar, want dan kan ik gaan lunchen.’

Wat een bijzonder mens! Ik had al gelezen over zijn wispelturigheid, maar ook over zijn trots op zijn Musée Privé. Met mijn gebrekkige school-Frans heb ik maar de helft begrepen van wat hij allemaal verteld heeft, maar wat ben ik blij dit ‘museum van het ongebruikelijke’ gezien te hebben en hem te hebben ontmoet.

Ik loop terug naar het dorpspleintje waar m’n bussie geparkeerd staat. Er is ook een klein marktje en ik besluit -net als Max- eerst maar te lunchen. Bij het kraampje van de poelier draaien kippen aan het spit. Of de mevrouw zo vriendelijk wil zijn zo’n kip doormidden te snijden, is mijn vraag. Dat kan niet, maar ze heeft wel stukken lapin. Dan ga ik toch voor konijn? ‘En doet u er ook maar wat van die aardappeltjes bij’, zeg ik, ‘en een schepje gebakken uien.’

Met het zakje baggervette lunch loop ik terug naar ma fourgonnetteMet de deur wagenwijd open zit ik even daarna heerlijk te eten. Niks geen bestek, gewoon lekker met mijn handen, zo uit de open gescheurde zak.

Ik heb het museum van Max Manent bezocht, het is schitterend zonnig weer, het pleintje is omzoomd met platanen (kan het Franser?) en het vet druipt uit mijn baard. Deze ochtend kan niet meer stuk! Zal ik vanmiddag een zwarte alpinopet kopen?