Van het kastje… #2

Nog net in Letland (wat scheelt het: 300 meter tot de grens) stoten we drie keer onze neus als we proberen een autoverzekering af te sluiten. Dat moeten we dan maar in Rusland regelen.

Hoe laat startte ik vanmorgen ook al weer de motor? Was dat niet om half negen? En kijk: om kwart over twaalf tuf ik Rusland binnen. Op een kwartiertje na zijn we vier uur bezig geweest met grensformaliteiten.
Moeten we formulieren invullen. Moeten we wachten bij een loketje tot die formulieren in de computer zijn ingevoerd. Krijgen we een stempel. Mogen we twintig meter oprijden tot een volgend loketje. Krijgen we daar een set van nieuwe formulieren. Moeten we die in tweevoud invullen met de al bekende en  aanvullende gegevens. Moeten we dat inleveren. Gaat de nauwelijks tot een glimlach over te halen ambtenaar in die papieren zitten krassen omdat we bepaalde gegevens op een verkeerde plek hebben ingevuld. Krijgen we nieuwe blanco formulieren. Moeten we die overschrijven van het gekraste papier. Moeten we die nu correct ingevulde formulieren weer inleveren. Moeten we wachten tot ook die gegevens aan de computer zijn toevertrouwd…

En het is koud, bar koud. Af en toe dwarrelt er wat sneeuw naar beneden en er staat een ijzige wind die door de tochtige grenspoorten en mijn dunne jas snijdt. Gelukkig heb ik alle (wacht)tijd om een dikke jas en andere schoenen aan te trekken.
Die wacht- en drenteltijd gebruik ik ook om de papieren te bekijken die voor de ramen van de loketjes hangen. Allemaal in het Cyrillisch, dus voor mij onleesbaar, behalve eentje die ook in het Engels is. Het bevat de mededeling dat de grensformaliteiten without costs zijn en de oproep een bepaald telefoonnummer te bellen als er door de grensbeambten toch om geld wordt gevraagd…

Vijf van die grensbeambten komen op m’n bussie af, waarvan een met spiegeltje aan een stok om onder het voertuig te gluren en een ander met een aangelijnde herdershond. Alle deuren moeten open, de motorkap moet open en de man met de drugshond vraagt beleefd toestemming om de hond binnen te laten snuffelen. Heb ik keus? Natuurlijk mag die hond naar binnen, als-ie (leg ik de douanier uit) binnen maar geen plasje doet.
‘Heeft u ook medicijnen bij u?’, vraagt hij beleefd.
Denkend aan mijn krat met medicijnen die bij een uitgebreide controle de grensformaliteiten alleen maar nog meer zouden vertragen, antwoord ik voor het gemak maar ontkennend. Gelukkig gaat de man er niet verder op in en ook zijn hond weet niks te snuffelen.

Dan meldt het spiegelvrouwtje zich bij de schuifdeur. Ze gebaart me naar binnen te gaan, komt achter me aan en verzoekt me een voor een alle kastjes, laden en deuren te openen. Ze heeft iets bij zich dat op een zaklantaarntje lijkt (er komt tenminste een lichtje uit), maar ik betwijfel of dit alleen gebruikt wordt om bij te schijnen. Waarom gebruikte ze dat ‘lampje’ dan ook om de hele buitenkant van m’n bussie te ‘belichten’? Met dat apparaatje controleert ze mijn hele interieur. Eén blik bij ieder geopend kastje is voor haar voldoende. Dat heb ik op mijn eerdere reizen wel anders meegemaakt, toen de inhoud van alle kastjes nauwkeurig werd bekeken en ze met een wapenstok tussen mijn kleding zaten te porren. Deze controle is behoorlijk oppervlakkig, anders had het spiegelvrouwtje toch mijn kistjes met bij elkaar vijfhonderd sigaren en -pak ‘m beet- mijn slordige veertig pakjes pijptabak wel ontdekt?

De loketdame is intussen nog steeds druk bezig mijn gegevens te controleren, alles in de computer te zetten en de nodige stempels op de formulieren te plaatsen. Eindelijk, eindelijk is ze daarmee klaar, krijg ik (letterlijk) groen licht en kan ik Rusland binnen rijden. Bijna dan, want na een paar honderd meter doemt een nieuwe slagboom op. Uitstappen, gestempeld formulier laten zien en dan -het zal niet waar zijn- krijg ik met een handgebaar vrij baan.

En dat heeft dan wel wat om zomaar op eigen wielen het land binnen te rijden dat in het verleden minder gastvrij was.
Dat het regelen van een autoverzekering bij het tweede-het-beste pompstation nog zo’n drie kwartier in beslag nam, mag dan geen naam meer hebben. Alle beslommeringen achter de rug drinken we meteen na de grensovergang koffie met koek. Het heeft een ochtend geduurd, maar we zijn in Rusland!

Een klein, piepklein stukje verderop kunnen we bij een pompstation langs de M9 tegen betaling van 150 roebel overnachten. Dat doen we maar al te graag: 31 kilometer hebben we vandaag gereden. Meer dan genoeg!

OVERNACHTING #8

Gaap…

De M9, bijgenaamd de Baltiya, is de federale hoofdweg vanaf de grens met Letland tot aan Moskou. In totaal is deze weg 610 kilometer lang en daarvan heb ik er vandaag 470 gereden.
En wat is deze tweebaans, bijna kaarsrechte streep asfalt door Rusland slaapverwekkend saai!

Gaap…
Op zo’n lange afstand is er uiteraard genoeg te zien: berkenbomen, naaldbomen, berkenbomen, naaldbomen en natuurlijk ook berkenbomen en naaldbomen.
Gaap…
Negentig kilometer per uur mag ik hier rijden. Op die bijna vijfhonderd kilometer ben ik (spannend!) onder acht cameraportalen doorgereden, voorafgegaan door een grote afbeelding van een snelheidscamera op het wegdek.
Gaap…
Links van me zag ik een keer wat herten, links en rechts tijdens de hele route van vandaag sneeuw in de bermen en bevroren meren.
Gaap…
En één verkeerslicht, talloze zebrapaden en even zovele benzinepompen.
Gaap…
En een kartonnen politie-auto.
Gaap…
En niet te vergeten: berkenbomen, naaldbomen, berkenbomen en eh… naaldbomen.

Aan het einde van deze slaapverwekkende dag blijkt het moeilijk een plekje voor de nacht te vinden. Afslagen naar dorpjes hebben de eerste tien, twintig meter nog asfalt, maar veranderen dan in door de smeltende sneeuw blubberige wegen vol kuilen en plassen. De benzinepompen zijn ofwel aftands en shabby ofwel we worden er weggestuurd.
Geen zin meer nog veel kilometers te maken, nemen we de afslag bij Shakhovskaya en parkeren bij het historisch museum pal aan de weg. Soms zit het mee, soms zit het tegen, want dat ‘museum’ blijkt een kermis te zijn met gezellige bonkebonkmuziek. Tot vanavond elf uur geopend. Ach, in ieder geval geen saaie nacht… (gaap).

OVERNACHTING #9

Ober!

Na zo’n saaie reisdag laat ik me ’s avonds door een voorbijganger de weg wijzen naar het dichtstbijzijnde restaurant in Shakhovskaya. Dat blijkt een dikke kilometer verderop te zijn, maar dat komt goed uit na een dag achter het stuur zitten.

Het is fraai ingericht, dat restaurant: keurig gedekte tafels met kandelaars en linnen servetten en een Engels sprekende, vriendelijke ober. Hij helpt me met de Russische menukaart en ik ga -daar zal de afgelopen dag debet aan zijn- helemaal uit mijn plaat. Eerst laat ik een groot glas bier aanrukken met een wodka ernaast, daarna kies ik voor de gegrilde forel met French fries en een salade. Om het af te toppen, neem ik als dessert een dubbele espresso met een home made tiramisu. En wat moet ik na afloop aftikken? 1314 roebel, omgerekend zo’n 17 euro!

Tijdens en na het eten wil de ober alles van me weten. Het bekende werk: waar ik vandaan kom, waarheen ik op weg ben en hoe ik reis. Als ik hem vertel rond te reizen met een camper kijkt hij nieuwsgierig naar buiten. Ik leg hem uit, dat mijn camper bij het kermisterrein staat en dat ik te voet naar het restaurant ben gekomen. ‘Maar’, zegt hij (met behulp van de interpreter op zijn telefoon), ‘het is al avond en ik wil niet dat u in het donker langs de weg gaat lopen. Er zijn toch nog niet veel gasten, ik kan best even weg, dus weet u wat, ik breng u even. Maar wilt u dan eerst met mij op de foto, zodat ik mijn vrienden morgen kan laten zien dat ik zo’n leuke Hollander heb ontmoet?’ Tegen het maken van die foto heb ik natuurlijk geen bezwaar en voor de lift stribbel ik (voor de vorm) één keer tegen, stap dan bij hem in de auto en word even later keurig naast m’n bussie afgezet. Ober!

Van het kastje… #3

‘Weet je wat we morgen doen?’, hadden we gisteren tegen elkaar gezegd, ‘we hebben vandaag zoveel uren gereden, morgen doen we het kalmpjes aan. Het is nog maar een goeie tweehonderd kilometer naar Sergiev Posad, waar de Gouden Ring begint, daar rijden we op ons gemak naar toe, zoeken een mooie overnachtingsplek bij het klooster en doen verder helemaal niks. Dan besteden we de dag erop om het hele complex te bekijken. En oh ja, we moeten onze aankomst in Rusland ook nog even registreren op een postkantoor. Dat doen we dan maar hier in Shakhovskaya, zijn we er van af.’

Als we om half negen bij het postkantoor arriveren, blijkt dat pas om negen uur open te gaan. We slenteren wat langs de winkeltjes en kraampjes van het plein, melden ons strak om negen uur bij het verkeerde loket, worden naar een collega gestuurd en krijgen te horen, dat we ons hier niet kunnen registreren. De beambte spreekt alleen Russisch, maar via het vertaalprogramma op de tablet komen we er achter, dat we op het Migratie Kantoor moeten zijn, even verderop.

Het is dat we voor de zekerheid aan een politie-agent de weg vragen, anders zouden we de onooglijke ingang van het Kantoor zijn voorbij gelopen. We vegen onze voeten op een stuk vloerkleed dat dertig jaar geleden zijn beste tijd al heeft gehad en komen terecht in een nog helemaal ouderwets-communistische kantoorruimte: sober, aftands en kraak noch smaak.
Eenmaal binnen in kamer 2 krijgen we tot onze stomme verbazing te horen, dat we onze registratie in de hoofdstad Moskou moeten halen. Daar zit namelijk het bureau dat ons heeft ‘uitgenodigd’ een bezoek aan Rusland te brengen. Door Rusland toeren zonder registratie is geen optie: we riskeren dan bij een eventuele controle onmiddellijke uitzetting uit het land, een forse boete en het verbod de komende vijf jaar Rusland in te mogen. Maar we moeten er niet aan denken voor zo’n papiertje op en neer naar Moskou te rijden en in die stad naar dat visumbureau te moeten zoeken. Zijn we dan zo verkeerd voorgelicht toen we de grens passeerden?

Misschien ligt het aan onze teleurgestelde gezichten, maar de eerst zo norse beambte van kamer 2 pakt haar telefoon, legt de situatie in het Russisch aan ‘iemand’ uit en geeft dan de telefoon aan ons.

Aan de andere kant van de lijn ligt de vloeiend Engels sprekende Lena. Ligt inderdaad, want ze is haar bed nog niet uit. Ze hoort ons verhaal aan, zegt ons graag te willen helpen en we spreken af haar met een half uurtje te treffen bij de KFC, waar onze busjes geparkeerd staan. ‘En’, voegt ze er aan toe, ‘ik kom niet alleen. Ik neem Jorn mee, dat is een Deen die al vierentwintig jaar in Rusland woont.’
Lena blijkt een pittige tante, Jorn lijkt weggelopen uit een van de boeken van Astrid Lindgren. Ik schat hem in als een houthakker of een woudloper. We gaan de KFC binnen, bestellen koffie en beginnen meteen te handelen om een oplossing voor ons probleem te zoeken. Lena googelt het visumkantoor in Moskou, zoals dat vermeld staat op ons visum. Het internet vermeldt geen adres, wel een telefoonnummer. Bellen naar dat nummer heeft geen resultaat: er wordt niet opgenomen. Jorn vermoedt dat het een ‘papieren’ bedrijfje is, dat in een kantoorpand een paar vierkante meter huurt. Zelf heeft deze Jorn -en Lena onderschrijft dat- het nodige te maken gehad met de bureaucratie van de Russische overheid. ‘Je hebt te maken met een stel ambtenaren die nog vasthouden aan het oude Sovjetregime. Ze zijn op hun stoel blijven zitten, maar eigenlijk al vijftien jaar geleden overleden. Ze zijn alleen vergeten op de grond te gaan liggen!’.

Wij bellen met onze klacht naar Visumplus in Naaldwijk, die voor ons de visa heeft geregeld. Onze klacht wordt niet begrepen en vanuit Nederland wordt de verbinding midden in het gesprek abrupt verbroken…

Vele telefoontjes en even zo vele teleurstellingen later komen Lena en Jorn (die zakenpartners blijken te zijn) met een mogelijke oplossing, nu zij in Moskou en wij bij Visumplus in Naaldwijk bot vangen. We kunnen een advocaat inschakelen, die onze registratie vandaag nog voor ons kan regelen. Dat doet hij niet voor niks. Dat kost 5000 roebel per persoon. We besluiten vrijwel onmiddellijk op dat voorstel in te gaan. Immers: heen en weer naar Moskou rijden is beslist duurder en kost meer tijd. Als Lena de advocaat belt, blijkt die vanuit Moskou onderweg te zijn. Rond twee uur kan hij terug in Shakhovskaya zijn.
We nemen (tijdelijk) afscheid van Lena en Jorn en omdat het inmiddels al tegen twaalven loopt, duiken we de KFC weer in voor een West-Europese hamburger en patat.

Om twee uur verschijnt Lena weer ten tonele. Ze rijdt voor ons uit naar het kantoor van de advocaat, die zich voorstelt als Valerie. Hij maakt kopieën van onze paspoorten, stapt in zijn auto en rijdt naar het postkantoor (daar waren wij dus vanmorgen om negen uur al) om de registratie in orde te maken. Dat kan een uurtje duren.
Gedurende die tijd rijden we een stukje door naar het bedrijfspand van Lena en Jorn. Daar worden we enthousiast rondgeleid, schudden handen met het personeel, gooien onze tanks vol vers drinkwater en krijgen toestemming om na afloop van de papierwinkel voor de deur te overnachten.
Na het bevrijdende telefoontje van Valerie dat we naar het postkantoor kunnen komen om alles af te ronden, zijn we eindelijk om half vijf in het bezit van onze registratiepapieren. We nemen afscheid van ‘onze’ advocaat en rijden met Lena terug naar het bedrijfspand.

Een verloren dag komt toch nog tot een goed einde, dankzij de enorme inzet van Lena en Jorn, twee doodgoeie, behulpzame en supervriendelijke Russen, die uren voor ons in de weer zijn geweest zodat wij onze geplande reis kunnen voortzetten. Die weliswaar onze dank accepteren, maar de door ons aangeboden fles wijn beslist overdreven vinden. Maar zonder hun onbaatzuchtige hulp hadden we op en neer naar Moskou moeten rijden of binnen zeven dagen (inmiddels vier) Rusland weer moeten verlaten.

Tot slot: Visumplus uit Naaldwijk meldt zich -na het onfatsoenlijke eerste gesprek- telefonisch nog twee keer. De eerste keer poeslief met de mededeling dat ze het adres van het bureau in Moskou niet bij de hand hebben, maar dat ze hun best gaan doen dat te achterhalen zodat wij erheen kunnen rijden. Overigens zijn wij de eersten die problemen ondervinden, zijn ze van mening dat registratie in ons geval niet nodig is en wensen ze ons succes met de afhandeling. Bij een tweede telefoontje krijgen we het adres in Moskou, maar dat is aan het eind van de middag als we al in het postkantoor staan om de registratieformulieren in ontvangst te nemen. We laten weten niet naar de hoofdstad te gaan omdat we zelf al iets geregeld hebben. We raden ze ook aan zich in de toekomst beter te verdiepen in de regelgeving rond de visa en toekomstige klanten beter voor te lichten. Visumplus uit Naaldwijk wenst ons een prettige voortzetting van onze reis. Dank je wel, Visumplus uit Naaldwijk

OVERNACHTING #10

Berisping

Als ik in de grote supermarkt fluitend brood sta uit te zoeken, komt een wat oudere dame van het winkelpersoneel met driftige passen op me af. Ze begint in het Russisch op me te mopperen en gebaart me onmiddellijk te stoppen met fluiten. In plaats van nijdig te reageren waar ze zich in vredesnaam mee bemoeit, maak ik een klein buiginkje en biedt mijn excuses aan. Da’s waar ook. Was me tijdens een van mijn vorige reizen naar Rusland al eens streng op gewezen. Niet bij stilgestaan. Helemaal vergeten.

 

Uit: Rondreis Rusland, Estland, Letland en Litouwen (2009)

‘Niet fluiten! Mag niet!’ Onze lerares Duits/gids Galina sist me toe als ik in de hal van een Moskous museum loop te fluiten. ‘Mag je in Rusland niet in het openbaar fluiten?’ ‘Niet fluiten!’, herhaalt ze alleen. Ik haal m’n schouders op en houd mijn mond verder dicht.

Vier dagen later zit ik in het busje van het station naar ons hotel in Sint-Petersburg. Ik fluit een deuntje en corrigeer mezelf lacherig: ‘Oh nee, dat mag niet in Rusland.’ Aan onze Sint-Petersburgse gids vertel ik het verhaal van strenge Galina in Moskou. ‘Zo gek is dat niet van die Galina‘, zegt onze nieuwe gids, ‘Binnenshuis fluiten betekent in Rusland, dat je het geld de deur uitfluit.’

Moskou!

Wat een geruststellend gevoel om vanmorgen de motor te starten in de wetenschap dat mijn registratie in Rusland geregeld is. En hoe bekend lijkt het al, dat eerste stukje op weg: Ach kijk, hier heb je dat pleintje bij het postkantoor. En daar links het Registratie Kantoor. En de KFC. Alsof ik er al jaren kom, hier in Shakhovskaya.

Om in Sergiev Possad te geraken (voor ons het begin van de Gouden Ring nabij Moskou) vervolgen we de saaie M9 en komen terecht op de zuidelijke ringweg van de hoofdstad. Net als in ons eigen land stroopt het verkeer zo’n vijf kilometer voor een grote stad op en staan we in de file om Moskou te bereiken. Maar -zegt Frits- wat een belevenis op eigen wielen door die stad te rijden, al is het dan slechts over de ringweg langs de buitenwijken. Wat geweldig -doet Frits nog een duit in het zakje- om langs de brede Moskwa-rivier te rijden. Wat vreselijk -zegt campervrind Harrie- die het rijden door Tilburg (of all places) al een bezoeking vindt.

 

Als het verkeer zich weer in beweging zet en we met een stevig vaartje over de M8 rijden, krijgen mijn campervrinden de schrik van hun leven als bij het inhalen van een vrachtauto deze een klapband krijgt. Van pure schrik rollen er een paar zeer onkerkelijke verwensingen door de Vogelwaardse cabine. Drie keer diep ademhalen en weer verder, je gelukkig prijzend dat die vrachtwagen niet begon te slingeren…

Een uurtje rijden buiten Moskou begint het landelijke Rusland. Daar komt het traditionele beeld voor uw ogen van braakliggende vlaktes en dichte bossen met naaldbomen en berken. Daartussen liggen dorpen met houten huisjes en uivormige kerktorens.

Op basis van deze beschrijving uit een reisgids heb ik een bepaald beeld van dit ‘landelijke Rusland’. Sergiev Possad beantwoordt daar totaal niet aan. Wat een grote stad, wat een drukte, wat een verkeer! Maar hier staat dan weer wel een van de belangrijkste kloosters van Rusland: het Troitse-Sergijeva Lavra. Morgen…

OVERNACHTING #11

Illegale wodka?

Het enorme restaurant is sovjet-sober, schaars verlicht, maar vooral compleet uitgestorven. Achterin de enorme zaal hangt een bovenbemeten televisiescherm. Ik loop erheen en zie vanuit mijn ooghoek iets bewegen rechts van me. Een vrouw hijst zich moeizaam omhoog vanaf de bank waarop ze televisie lag te kijken. In het Russisch vraagt ze waarschijnlijk of ik iets wil eten. Voor de gok antwoord ik bevestigend en na mijn Da, da haast ze zich om wat lichten aan te doen en wijst daarna uitnodigend op de ruim zestig lege tafels.

Even later komt ze naar me toe met de menukaart. Die is in het Russisch en ik besluit eerst maar mijn gebruikelijke (hoor mij nou!) bier met wodka te bestellen. Ze begint een heel verhaal af te steken, waarvan ik de woorden njet en licentie opvang. ‘Ruska? Njet wodka?’, vraag ik, me bewust van het kleuterniveau waarop ik praat. Ze geeft me een vette knipoog, verdwijnt naar achteren en komt even later terug met een dienblad waarop een glaasje wodka staat en een limonadeglas met een rode vloeistof. ‘Njetto piva?’, vraag ik. Ze legt me uit (denk ik), dat Russen geen bier drinken bij hun wodka, maar mors (als ik het goed verstaan heb). Ik sla de wodka achterover, waarna ze op het limonadeglas wijst. ‘Alcohol?‘, vraag ik kleuterig. Ze maakt met haar hand een gebaar, dat ‘een klein beetje’ betekent en ik neem een voorzichtige slok. Ik weet niet wat ik drink, maar het smaakt lekker en dat maak ik haar duidelijk. Goedkeurend mompelend verdwijnt ze weer naar de keuken om even later terug te komen met nog een glas wodka. Dat sla ik af.

Mijn aanwijswoordenboekje voor op reis*) staat vol foto’s en plaatjes. We komen er niet uit. De vrouw zegt soep te hebben en bij de naam borscht ben ik verkocht. In mijn boekje wijs ik op de plaatjes van tomaten, komkommers en brood. Dat wordt me even later voorgezet. Omstandig begint de vrouw uit te leggen hoe ik een en ander moet eten. Als ik het niet begrijp, schudt ze haar hoofd, pakt een boterham uit het mandje, belegt die met een smeerseltje uit het potje dat naast de borscht staat en geeft dat aan me. ‘Eet‘, gebaart ze. Ik neem een hap, proef en maak daarna met m’n hand naast mijn hoofd het internationale lekker-lekker-gebaar.

Desserts hebben ze niet, maar de kokkin kan wel een paar blini’s voor me bakken. Borscht en pannenkoeken toe? Voor de tweede keer vanavond ben ik verkocht! Ik kijk wel vreemd op als er even later naast het bord met drie dubbelgevouwen dunne pannenkoekjes een potje kaviaar wordt neergezet. Kaviaar? Ik had jam en zure room verwacht. Nou ja: ’s lands wijs, ’s lands eer nietwaar? Ik verdeel de kaviaar over twee blini’s. Bij mijn dubbele espresso heeft de vrouw ook zo’n ouderwetse, glazen strooipot met suiker gebracht. Als de kokkin en de behulpzame vrouw achter de bar druk met elkaar in gesprek zijn en even geen oog voor mij hebben, pak ik snel de suikerpot en bestrooi mijn laatste blini uitgebreid met suiker. Oprollen en -lekker Hollands- dat pannenkoekje wegsmikkelen!

Ik trek mijn jas aan, zet m’n pet op en loop naar de bar om af te rekenen. Ik schud dank-jullie-wel-handen, betaal een tientje (…) en verlaat het restaurant. Achter me gaat de helft van de verlichting alweer uit.

*) Handig hoor, zo’n beeldwoordenboekje als je de taal niet spreekt, maar ik geef toch de voorkeur aan het ouderwetse handen- en voetenwerk.

Sergijeva Lavra

Het zal er deels mee te maken hebben dat dit het eerste klooster is, dat ik bezoek tijdens deze reis, maar ik ben diep onder de indruk van het Troitse-Sergijeva Lavra in Sergiev Possad. Wat een schitterend complex. Wat veel toezichthoudende mannen en vrouwen, die mij verbieden te fotograferen en te filmen. En wat veel Chinese toeristen…

Niet voor niets is dit in 1340 gestichte klooster -door veel Russen het Vaticaan van Rusland genoemd- een van de belangrijkste van Rusland. In de speciale kapel staan gelovigen geduldig in de rij om de kist van de heilige Servej van Radonezj, die zich hier ooit in de bossen terugtrok, te kussen. En ze -die gelovigen en al die Chinezen- vullen flessen met water uit de heilige bron.

De toegang tot de Sergej-kathedraal wordt ons geweigerd, omdat er een dienst wordt gehouden. Pas om elf uur mogen de vele toeristen de kathedraal weer betreden. Als we na een kopje koffie even voor elven terugkeren naar de kathedraal zien we, dat de dienst zich voor een kwartiertje naar buiten verplaatst. We sluiten eenvoudigweg aan bij de lange rij gelovigen, worden net niet ondergespetterd door de voorganger die op de trappen van de kathedraal overenthousiast met zijn wijwaterkwast in de weer gaat en schuifelen mee naar binnen voor het laatste stukje van de dienst. Vlak achter ons wordt een groep Chinezen tegen gehouden en gaat de deur dicht…

Uien

Het zal mij benieuwen hoe lang het nog duurt voor mijn bewondering voor de kerken en kathedralen begint af te nemen. We rijden de Gouden Ring en werkelijk ieder dorpje en iedere stad heeft vaak meerdere kathedralen, kerken of een kremlin. Rijdend over de M8  zie ik links en rechts steeds weer van de ‘uienkerken’ opdoemen.

Zo ook in Rostov.
Zo’n kremlin heeft minstens één kerk en een klokkentoren. En natuurlijk een heilige bron. Die kerken staan en hangen vol met schitterende kerkschatten. Jammer genoeg mag je binnen nergens foto’s maken. Pak je je camera, dan snelt er meteen een ‘kerkcipier’ op je af met een overduidelijk njet of hij houdt zijn hand voor de lens.

Naast de pracht en praal van zo’n kerk valt me vooral de devotie van de Russen op. Er hangen talloze ingelijste afbeeldingen van heiligen in de kerk. Bij iedere afbeelding (achter glas) of iedere tombe staat de gelovige stil, slaat een kruis en kust dan de glazen plaat. Schoonmaaksters zijn de hele dag doende die glazen platen met een doekje ‘schoon’ te vegen.

Indrukwekkend allemaal hoor. Fraai. Prachtige bouwstijl ook. Maar zoals gezegd: het zal mij benieuwen…

OVERNACHTING #12