1 GR Reisdruft

Reisdruft

Hoe lang ben ik nu alweer thuis sinds mijn vorige reis?
Eind mei keerde ik terug van mijn campertrip door Ierland en Wales.
Juni, juli, augustus, september, oktober…
Vijf maanden geleden! Vijf maanden thuis! Da’s lang, te lang.
Geen wonder dat het al een poosje kriebelt om weer op pad te gaan.
Reisdruft noem ik dat.

De Helleense Republiek lijkt me een prima winterbestemming.
On the move dus naar Griekenland!

182_eurazie_fiat in Chelyabinsk

Fiat in Chelyabinsk

‘Laat maar even zien wat er aan de hand is’, zegt de manager van de Ford/Fiatdealer in Chelyabinsk. Ik laat hem instappen en starten. Hij kijkt naar het dashboard en daarna met een opgetrokken wenkbrauw naar mij. ‘En welk lampje moet ik nu zien branden?’, vraagt-ie. Het is toch niet te geloven! Uitgerekend voor de garage waar ze de zaak voor me zouden oplossen, komt er geen foutmelding. Ze laten er een diagnose op los: niks! Ze rijden een stukje: ook niks! Mijn verstand staat er bij stil.

‘Vertel maar wat je allemaal geconstateerd hebt, dan gaan we daar aan werken’, zegt manager Ylja even later in zijn kantoortje. Hij heeft zijn pen in de aanslag en een formulier voor zijn neus. Ik som op: terugvallend vermogen, nauwelijks acceleratie, na een stop van een minuut of tien weer normaal voor een kilometer of vijftig, daarna weer terugvallen in de noodloop. Het roetfilter moet volgens mij vervangen worden, er is een zwaar brommend en hortend motorgeluid bij koude start en ik wil graag de eerste servicebeurt van 48.000 kilometer laten uitvoeren. Dat laatste had ik me voorgenomen hier te laten doen. De teller staat weliswaar nog maar op 35.000, maar als ik naga wat dat bussie van me de afgelopen maanden doorstaan heeft, lijkt het me verstandig die beurt naar voren te schuiven. En, voeg ik er aan toe, zet hem ook op de brug en loop hem secuur na. Ik moet er nog helemaal mee terug naar Nederland. De monteur schat er zo’n drie uurtjes mee zoet te zijn.

Ik word ondertussen voorzien van koffie, vertel aan de personeelsleden, die als muggen om een lamp om me heen zwermen, mijn verhalen, krijg nog een espresso en of ik misschien een ijsje wil? Even later staat er een heuse coupe vanille-ijs voor mijn neus, een uurtje later gevolgd door twee warme worstenbroodjes (want je hebt tussen de middag niet gegeten natuurlijk).

 

Als ik in de loungeruimte van de immense, airconditioned showroom op voorstel van Ylja even op een van de banken ben gaan liggen, komt er een vrouw op me af. Ze stelt zich voor als Tatjana (het zal niet zo zijn) en vertelt dat ze de pr-manager van het bedrijf is. Ze is opgetrommeld om een verslag voor hun website en het personeelsblad te maken over die gestrande Hollander met zijn Ducato en zijn reisbelevenissen. Of ik even wil meelopen naar de werkplaats, waar ze foto’s van mij, het personeel en m’n bussie wil maken. En die reisbelevenissen? Ze stelt voor dat te bespreken tijdens een etentje. ‘Ik ben om zes uur vrij. Zullen we om een uur of zeven hier afspreken?’

 

Even na vijven komt Ylja melden dat m’n bussie weer helemaal in orde is. Inderdaad niks ontdekt bij de diagnose (wel wat historische foutmeldingen, maar die zijn door het systeem hersteld), een roetfilter hebben ze in Rusland niet (en die man in Astana had daar juist over gebeld…) en de hele lijst van de 48.000-beurt is naar behoren uitgevoerd en in orde. Hij overhandigt me ten bewijze de checklist (in het Russisch, dus dat schiet lekker op…). ‘Maar’ (hij kijkt bedenkelijk) ‘we hebben een probleem. Loop even mee naar de werkplaats.’
Daar staat m’n bussie hoog op de brug en de monteur wijst me op een afgebroken schokbreker rechts achter. ‘Vervang hem maar’, zeg ik. Maar dat is nou juist het probleem, want een originele Fiatdemper moet in Moskou besteld worden en kan pas over een week hier zijn. Ik krijg adviezen hoe ik voorzichtig met die kapotte demper moet rijden tot Ylja na een telefoontje over een spare part begint. Die kan vanavond worden opgehaald en morgenochtend gemonteerd. Die schokbreker moet ik wel cash betalen: € 53,–, de werkzaamheden en materialen in de werkplaats kan ik met een creditcard betalen. Ik ga akkoord (heb ik keus), betaal 3800 roebel voor de demper en tik bij de kassa € 283,– af voor de werkplaats.

‘En waar kan ik staan om hier te overnachten?’, vraag ik, ‘en waar kan ik mijn haren wassen? Ik bedoel: zo bezweet en met zulke vette haren, Tatjana ziet me aankomen bij dat etentje.’ Ylja glimlacht begrijpend. Hij roept het meisje van de receptie, dat me voorgaat naar een riante sanitaire ruimte met douche…

 

Drie opmerkingen nog.
Allemaal leuk en aardig hoor: iedereen is hier reuze vriendelijk en behulpzaam en ik ben behoorlijk in de watten gelegd. Ze hebben zelfs m’n bussie gewassen (want dat zag er niet uit, Frits) en als ik naar mijn plekje voor de nacht rijd, gaat er geen lampje branden en loopt mijn motor weer ouderwets als een zonnetje. Maar ja, dat is honderdvijftig meter. Ik kan nauwelijks geloven, dat de noodloop-problemen echt zijn opgelost. Heeft de bestrating van het parkeerterrein hier bij de Fiat in Chelyabinsk magische krachten?  ‘Het is echt opgelost, Frits’, probeert Ylja mijn twijfels weg te nemen, ‘hier heb je mijn kaartje. Mocht er wat zijn, mocht je nog vragen hebben, bel of sms me. Dat kan dag en nacht.’

‘Waarom ga je niet gewoon even naar Rusland?’, zei de Volkswagendealer in Astana (Kazachstan), ‘daar zit de dichtstbijzijnde Fiat Pro Dealer. En het is maar 1300 kilometer hier vandaan. Om en nabij.’ Gewoon even naar Rusland? 1300 kilometer? Ik heb al eerder geschreven over de immense afstanden in deze landen tijdens deze reis. Ik heb al snel mijn Hollandse referentiekader moeten bijstellen. Ik kijk niet meer gek op als er op zo’n Russische variant van een ANWB-bord staat aangegeven dat het 1236 kilometer is naar een bepaalde stad. Of als Claire-mijn-Garminnetje me meldt, dat mijn volgende afslag over 348 kilometer is. Gewoon even naar Rusland dus. Thuis in Nederland zou ik heel gek opkijken als iemand me zou zeggen, dat er in heel Nederland (theoretisch) geen officiële Fiat-dealer is, maar dat ik voor de dichtstbijzijnde ‘gewoon even naar Lyon moet rijden…’ Gekkenwerk! Hier doodnormaal.

Noodloop, bijna het thema van de afgelopen weken. Ik laat er mijn reisplezier niet door vergallen. Je maakt nog eens wat mee, nietwaar? Je ontmoet nog eens mensen. Maar heb ik zelf last van lichamelijke ‘noodloop’ (en dat komt vrij regelmatig voor door alles wat ik naar binnen werk wat me in de dagelijkse restaurants wordt voorgeschoteld), dan slik ik een paar pilletjes loperamide en is het ongemak met een paar uurtjes weer over. Kon ik die noodloop van m’n bussie ook maar zo simpel verhelpen: pilletje er in, probleem opgelost!

OVERNACHTING #129

175_eurazie_zielenheil?

Zielenheil?

Ik overnacht op een camping in Tsubar Tyubek aan het Meer van Balkhash. Dat is in vier maanden tijd de tweede keer dat ik op een camping sta, als je die twee keer in Mongolië niet meetelt toen ik buiten een gerkamp op de parkeerplaats heb gestaan. De reden dat ik Claire-mijn-Garminnetje me naar een camping heb laten brengen is simpel: ik heb een bijna lege drinkwatertank en ik moet nodig en langdurig onder de douche.

Een echte camping is het niet eens. Er is een rijtje kamers, bevolkt door Jan-met-de-petten. Eerlijke, heerlijke Kazachstanen, die al snel nadat ik op het terrein heb geparkeerd een praatje komen maken. In een mengeling van Kazachs, Russisch, Engels en Duits. Die ’s avonds met elkaar eten. Die mij (uiteraard) daarbij uitnodigen: ‘You, Hollandia! Come! Eat! Essen!

Supergezellig en de ‘mama’ van het gezelschap blijft maar eten op mijn bord scheppen (ik moet echt alles proeven) en maakt als toetje zelfs (!) stukken meloen voor me klaar. Ik word nog eens een fruiteter als dat zo doorgaat. Bij de koffie met alle mogelijke soorten snoepjes en koek, komt er een gitaar tevoorschijn en wordt er gezellig gezongen onder aanvoering van een man die zich pastor noemt. Als hij me later op de avond toevertrouwt, dat Jezus ook voor mij is gestorven en van me houdt en me daarna vraagt of ik het goed vind dat het gezelschap voor mijn zielenheil bidt, vind ik het mooi genoeg geweest. Ik neem hartelijk afscheid, bedank uitgebreid voor het gezellige en lekkere eten en wandel terug naar m’n bussie. ‘Mama’ stopt nog snel een paar koekjes in mijn hand…

OVERNACHTING #125

154_eurazie_8-sterren bussie

8-sterren bussie

Ik zal mezelf maar een veer in een bepaalde lichaamsholte steken, maar wat betreft uitvoering, uitrusting en aftimmering begon ik in april naar mijn gevoel met een 5-sterren Bussie 2.0 aan deze reis. Sinds vandaag zijn dat maar liefst acht sterren geworden, want in één dag liep ik drie steenslagsterren op in mijn voorruit. Zou Carglass ook vestigingen hebben in Kazachstan?

OVERNACHTING #111

69_eurazie_vuurtje

Vuurtje?

Koop ik in zo’n dorpswinkeltje lucifers.
Zo’n doosje is vrij snel leeg.
Van iedere drie lucifers breekt er namelijk  gemiddeld één, geeft er één een walmend kringeltje rook en vat er één daadwerkelijk vlam.

Nog een voorraadje oude Sovjet-zwavelstokjes?
Die fletse, verbleekte kleuren ook van zo’n doosje.
Nog een geluk dat ik twee pakjes heb gekocht.

 

68_eurazie_modderpartijtje in het weitje

Modderpartijtje in het weitje

Niet veel kilometers gemaakt vandaag: de dagtripteller staat aan het eind van de dag maar op een schamele 116 kilometer. En toch startte ik vanmorgen even na acht uur de motor al en parkeerde ik rond half vier op de overnachtingsplek. En dan de hele dag nog niet eens onderweg gestopt voor een kop koffie en een lunch. Het verhaal wil, dat we over de eerste tweehonderd meter van vandaag maar liefst vierenhalf uur hebben gedaan. Tsja, dat beïnvloedt de lengte van je dagtrip natuurlijk behoorlijk. Een heel verhaal wel, die eerste tweehonderd meter, maar laat ik bij het begin beginnen.

Toen gisteren mijn campervrinden zich aan het eind van de dag weer bij me voegden, had ik de ‘wachttijd’ benut om het plekje waar ik stond te verkennen op geschiktheid om er te overnachten. Er liep een pad naar beneden, eindigend in een groot weiland. Leek me een mooie, rustige plek. Vriend Harrie keek wat bedenkelijk toen ik voorstelde op het weiland te overnachten, maar vriend Harrie kijkt wel vaker bedenkelijk. Of het niet te drassig was. Of we morgenochtend wel weg konden komen. Of we in de nacht niet dieper in de drassige grond zouden zakken met onze drie-en-een-halve ton. ‘Wat nou drassig. Wat nou wegzakken. Prima weitje toch?’, deed ik wegwuiverig. ‘Nou’, zei Harrie, ‘as ge maar weet dat ik vannacht als het gaat regenen, de bus start en naar boven rijd…’

Het bleef de hele nacht droog en met een gerust hart draai ik dan ook ’s morgens de contactsleutel om. Ik geef rustig gas en -zie je wel- daar zet m’n bussie zich keurig in beweging. Zo niet de bus van mijn campervrinden. Na een paar meter beginnen hun voorwielen te slippen en werkt hun bus zich diep in de modder.

‘Wat een geluk, dat ik die mooie nieuwe grote krik heb meegenomen’, zegt Harrie. ‘Ik had gehoopt hem deze reis niet nodig te hebben, maar nu komt hij mooi van pas.’ In plaats van -zoals op andere ochtenden- rustigjes de weg op te draaien en onze reis voort te zetten, moeten we nu aan het werk: rechter voorwiel omhoog krikken, grond voor het wiel wegscheppen, rijplaten eronder, krik laten zakken en dezelfde werkzaamheden bij het linker voorwiel. Instappen, starten en wegrijden. Wegrijden jawel, dat is toch wel gauw zo’n meter of drie. Dan ploegen de voorwielen zich weer in de bodem. Jammer, maar geen probleem. Gewoon nog een keer een voor een de voorwielen opkrikken, gewoon nog een keer grond wegscheppen, gewoon nog een keer die rijplaten eronder en dan wel wegrijden. Daar gaat-ie! En deze keer maar liefst vier meter!

Om een lang verhaal kort te maken: zeven (7) keer krikken en twee manuren zijn er nodig om vrij te komen van het drassige weiland en de vaste grond te bereiken van het stevige bospad een paar honderd meter verderop. De materialen worden uit de modder verzameld en in mijn bussie gelegd, Anne Marie stapt bij mij in, opgelucht dat hun bus eindelijk ‘vrij’ is en ik geef voorzichtig gas om naar Harrie te rijden die op het veilige pad staat.
‘Ik hoop niet dat jij nu ook nog eens vast komt te zitten’. Anne Marie heeft de woorden nog niet uit haar mond of mijn voorwielen beginnen te slippen en na zo’n twintig meter werk ook ik me vast in de modder…

Bij de bouw en aftimmering van Bussie 2.0 had ik nog in dubio gestaan of ik dat E&P Levelsystem zou laten monteren. Uiteindelijk koos ik ervoor die vier hydraulische poten toch maar onder mijn bus te laten zetten. Kon ik tenminste bij iedere overnachting als dat nodig was mijn huis-op-wielen (automatisch) waterpas zetten. Pure luxe, maar ja.
Niks pure luxe! Niks met z’n tweeën aan die hefboom van de megakrik hangen! Gewoon op het juiste knopje van de afstandsbediening drukken en beide voorwielen vrij van de bodem liften. Rijplaten eronder en wegrijden! Anne Marie maakt een mini-fotoreportage van het hele modderfeest en houdt ook (onpartijdig?) de stand bij. Je moet wat. Veertien keer had ik dat levelsysteem al moeten bedienen en was iedere keer een klein stukje opgeschoven in de richting van het veilige bospad. Pas bij de vijftiende keer houden mijn wielen voldoende grip en kan ik bij het busje van mijn campervrinden aansluiten. Het enige wat nu nog rest, is het ontmodderen en opruimen van de busjes en de gereedschappen, maar toen was het inmiddels al half een geworden. Koffie!

Voor we vertrekken van deze overnachtingsplek werpen we nog een laatste blik achterom naar het weiland.
Wat een ravage. Wat een diepe voren. Wat een omgeploegd stuk weiland. Zal die boer blij mee zijn,
‘Een ding is zeker’, zegt Anne Marie, ‘we gaan dus deze reis nooit meer op een weitje staan!’
Harrie doet er het zwijgen toe…

OVERNACHTING #43

67_eurazie_siberische lente

Siberische lente

11 mei 2018
Eindelijk: ook in Siberië begint het lente te worden! Voorzichtig weliswaar en mondjesmaat, maar de tekenen zijn duidelijk. De temperatuur blijft nog wat achter. Zo heel af en toe kan de trui uit, maar daaronder draag ik altijd nog een shirt met lange mouwen. ‘Wanneer gaat het eindelijk een beetje warmer worden?’, vragen we aan een Siberiaan. ‘Dit is de normale temperatuur hier in het voorjaar’, is het enigszins verbaasde antwoord.
Goed om te weten. Kleed ik me daarop. Die shirtjes met korte mouwen zullen de komende maanden eens nog wel uit de kast komen. Toch?

Trouwens: dat uitlopen van de natuur viel samen met het rijden over de meest vreselijke weg die ik tot nu toe in Rusland ben tegengekomen. Gaten, gleuven, brokken steen, modderpoelen, waterplassen, stuifzand, los grind, bruggetjes met rijplanken en grote brokken omhoog gevroren, kapot wegdek middenop, onderbroken door flarden asfalt. Dus slalommend rijden, het hoort er allemaal bij op deze 04K-751. Natuurlijk heb ik eerder dit soort ‘wegen’ gereden in dit land, maar nog nooit over een afstand van een dikke honderd kilometer. Dit is dus Oost-Siberië: een schier eindeloze, bar slechte weg met over een afstand van honderden kilometers heel zelden een dorpje, een buurtschap of een treinstation. En bossen links en rechts.

Campervrind Harrie zit achter zijn stuur te genieten en tuft met een gangetje van 20, 30 kilometer over die 04K-751. Ik vind het ook wel wat hebben, maar na zo’n dertig kilometer gehots en geklots word ik het zat. Ik meld de voor mij rijdende genieter, dat ik mijn eigen tempo ga bepalen en dat ik zal wachten zodra er weer asfalt onder m’n wielen is.
In ruim een uur leg ik de laatste zeventig kilometer van de weg af, draai -eenmaal op asfalt- een zijweggetje in en hobbel naar een weiland, waar ik overnacht.
Een groen weiland zonder sneeuw. Sneeuw had ik al genoeg gezien vandaag aan weerskanten op hele stukken van die 04K-751. Ook dat hoort bij de Siberische lente.

OVERNACHTING #42

(more or less) Translate »