2018 Camper Eurazië Mongolië

Mongolië

Wat zei hij ook alweer, die man van het Mongoolse gezelschap in het Verkhnyaya Monastir in de buurt van Ulan-Ude? ‘De grenspassage gaat je drie tot vier uur kosten. Welcome to Mongolia!’

Drie tot vier uur? Dat valt dan weer dik mee in mijn geval. Kwart over acht meld ik me bij de eerste controle aan de Russische kant, vijf over elf rijd ik Mongolië binnen. Keurig toch? Snappen doe ik het allemaal niet: waarom m’n bussie Rusland-uit drie keer van binnen en van buiten ‘doorgelicht’ wordt, waarom dat Mongolië-in ook een paar keer moet. Waarom ik mijn paspoort en kentekenbewijs vele keren bij weer een ander loket moet laten zien en vooral waar al die papieren toe dienen, waarvoor ik aan de Mongoolse kant in de buidel moet tasten. Maar binnen de tijd, dus mij hoor je niet klagen en ik heb het wel naar mijn zin met de meeste douanebeambten.

Klein minpuntje toch: wat ben ik op de overnachtingsplek een poos bezig om die vele (herders)hondenharen uit mijn cabinemat te krijgen! Bestaat er geen kaal hondenras, dat getraind kan worden tot drugshond?

Kloostergang

Het Amarbayasgalant Khiir, schrijft de Lonely Planet, wordt beschouwd als een van de top drie boeddhistische, meest aantrekkelijke religieuze complexen in Mongolië. Het is te bereiken over goed begaanbare wegen. Ik neem aan, dat de Lonely Planet met de kwalificatie ‘goed begaanbaar’ de Mongoolse maatstaven hanteert, want de weg naar het kloostercomplex is abominabel slecht.

Goed begaanbaar? Veertig kilometer voor het klooster verlaat ik het asfalt en kom terecht op een overwegend smal, rood-zanderig karrenspoor met uithollingen, putten, diepe richels, stenen en keien. Soms moet er gestopt worden om te voet te verkennen hoe een ‘hobbel’ genomen kan worden zonder schade aan m’n bussie te veroorzaken. Soms is de gang er helemaal uit en moet er stapvoets gereden worden. Soms -vlakbij het complex- wordt de onderkant van m’n bussie schoongespoeld als ik een klein stroompje moet oversteken.

Goed begaanbaar, jawel. Daarom doe ik over die veertig kilometer ruim zes uur. Maar het heuvelachtige landschap is ruig en schitterend met schaapskuddes, paarden, her en der een yurt en eindeloze vergezichten. Maar dat heb ik na een uurtje wel gezien. Waar blijft dat klooster?

Kloosterneergang

Waarschijnlijk zijn mijn verwachtingen te hoog gespannen bij het Amarbayasgalant Khiir. Misschien komt het door de beschrijving in de Lonely Planet, dat ik hier bij een van de top drie boeddhistische kloosters van Mongolië ben. Of denk ik te veel aan eerdere imposante religieuze complexen die ik bezocht, zoals bijvoorbeeld het Sergijeva Lavra in Sergiev Possad*) of het Kremlin in Kazan*). Hoe dan ook: het valt me wat tegen dit klooster hier.

Eigenlijk is het relatief klein. En het verkeert in een belabberd slechte staat: veel daklijsten zijn rijkelijk besmeurd met vogelstront, in de dakgoten tiert het onkruid welig en de winterschilder zou hier zo’n grote klus kunnen binnen halen, dat hij er een riante villa in Benidorm van kan laten bouwen. En dan heeft de Unesco hier nog wel uitgebreid gerestaureerd…

Kortom, ik had er meer van verwacht en wat mij betreft staat het in geen enkele verhouding tot de inspanning dit complex te bereiken: die bij elkaar vijfenzeventig kilometer heen en terug over dat testikelpad. ‘Als je naar Mongolië gaat, dan moet je dit complex ab-so-luut in je reisprogramma opnemen!’ Mwah…

*) (her)lees: Sergijeva Lavra en/of (Hans) Kazan

Kloosterafgang

Wat jammer nou: die ‘weg’ op en neer naar het klooster is ten koste gegaan van mijn apothekerskast. Die superhandige, praktische kast, waar ik zo blij mee was, is helemaal naar de ratsmodee gerammeld. De onderdelen, bevestigingen en het slotje vlogen -kapot- door m’n bussie. Dus op de overnachtingsplek alle Inhoud er uit, de deur met een touwtje provisorisch vastbinden en noteren als klus-voor-thuis in het najaar.

En dat heeft niks te maken met mijn oordeel over het klooster. Laat daar geen misverstand over bestaan.

OVERNACHTING #65

Een gotspe

Waarschuwing: het onderstaande stukje tekst bevat humor!

Hoe durven ze op de Mongoolse wegen regelmatig een gebouwtje midden op de weg te zetten met aan weerskanten een slagboom en me daar tol te laten betalen! Wat doen ze met die inkomsten? Het wordt in ieder geval niet besteed aan de verbetering van het wegdek, want de smalle rijstroken vertonen een massa diepe putten en gaten, die -als er geen tegenliggers zijn- me noodzaken slalommend de allerergste gaten te ontwijken. En daar betaal ik dan regelmatig omgerekend zo’n zeventig eurocent voor bij elke slagboom (…). Een gotspe!

Trouwens, het geld vliegt toch mijn portemonnee al uit hier in Mongolië. Zo tankte ik vanmiddag voor maar liefst 135.760 tugrik. Omgerekend Є 46,16. Daar kreeg ik dan wel bijna 69 liter diesel voor. Dat is dus maar liefst Є 0,67 per liter. Dure grap! In Rusland betaalde ik bij het duurste tankstation maar vijftig cent. Moet nog oppassen dat ik uitkom met mijn vakantiebudget…

OVERNACHTING #66

Pantomime-bijscholing?

Ik loop me suf te zoeken in die megagrote supermarkt in Ulaan-Baatar. Kon ik me de afgelopen twee maanden in Rusland nog wel een beetje redden, hier in Mongolië is het een stuk lastiger. Mijn karretje vult zich maar langzaam. Op mijn ‘boodschappenlijstje’ staat ook citronella. Niet echt nodig, maar als ik nu toch in zo’n grote supermarkt ben…

Ik heb al een paar keer de hulp ingeroepen van het winkelpersoneel, maar die wuiven vaagjes een richting op. Tot ik iemand tref, die me begrijpt. Niet in het Engels, maar met uitbeelden van wat ik zoek. Midden in die drukke zaak maak ik met een ronddraaiende vinger vliegbewegingen in de lucht, vergezeld van een irritant muggengeluid. Ik laat die vinger op mijn arm landen, maak een prikbeweging en wrijf met een pijnlijk gezicht over het plekje. Daarna ‘pak’ ik een flesje, sprenkel wat druppeltjes op mijn arm en beëindig mijn ‘optreden’ met een opgelucht: ‘Njetto moskito!’
Het gezicht van het meisje klaart op, logisch, want als het op uitbeelden aankomt, sta ik mijn mannetje.

Ze wenkt me haar te volgen, dribbelt voor me uit en houdt stil bij een vak op de kop van een pad. Trots wijst ze met een weids gebaar op een verzameling schoenpoetsmiddelen. Moet ik toch nog eens goed oefenen op dat uitbeelden van me…

UB

Zo, dus dit is Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië.
Het land heeft 3 miljoen inwoners, 1 miljoen daarvan (soms oplopend tot 1,4 miljoen) woont in deze hoofdstad. En dat merk je. Oorspronkelijk gebouwd om 200.000 inwoners te huisvesten, kraakt Ulaanbaatar in al zijn voegen.

Dat ervoer ik gisteren al toen ik na mijn registratie en visumverlenging vanaf het Immigration Office naar het overlander compound Oasis reed. Wat een overweldigend gekkenhuis, met vier, vijf rijen langzaam vooruitkruipende auto’s, gillende ambulances en politiewagens, veel, heel veel getoeter om me heen, snerpende fluitjes van politieagenten en links en rechts van me invoegende auto’s. Als ik me niet had aangepast en net zo assertief was gaan rijden als al die andere Ulaanbatarezen (?), had ik nu nog in dat verkeersinfarct gestaan.

Dus (…) pak ik vandaag de bus om me naar het centrum te brengen. Je hebt eigenlijk een soort OV-kaart nodig, maar -had de beheerster van de camping gezegd- als toerist kun je gewoon aan de chauffeur betalen. Dat kost duizend tugrik. Ik stap maar gewoon in en laat me door de achter me duwende medereizigers langs de chauffeur duwen. Weet ik veel? Snap ik toch allemaal niet als domme buitenlander? Overigens vertelde een aardige Mongool me op de terugreis in de bus, dat een los kaartje 300 tugrik kost…

En wat had ik op papier een mooi plannetje gemaakt voor dit dagje-Ulaanbaatar. Eerst natuurlijk naar hét plein van de stad: Sükhbaatar, officieel Chinggis Khaan Square. Dan een bezoek aan het Zanabazar Museum of Fine Arts, met een schitterende verzameling beelden, maskers, wandkleden en muziekinstrumenten. Vervolgens naar de grootste markt van de stad, de Narantuul Market en afsluitend naar de winkelwijk Khoroolol.

Maar als ik na mijn museumbezoek de weg vraag naar die markt, wordt me uit de informatie die ik krijg duidelijk dat ik me een soort Beverwijkse Zwarte Markt moet voorstellen. En als ik ook nog te horen krijg, dat die markt een behoorlijk eind uit de buurt is, ben ik eigenlijk al geweest. En die winkelwijk? Hmm.

Oh ja, er is hier ook nog een Beatle Square. Nou, daar wil ik dan nog wel even naar toe, al was het alleen maar om een foto te maken.*)

Ik laat mijn verdere plannen voor wat ze zijn, slenter gewoon nog lekker wat door de stad. Inhaleer de sfeer, die eerder westers dan Aziatisch is. Eet in een van de vele restaurantjes een bord ondefinieerbare vleesballen met noedels. Praat met mensen. Absorbeer de stad. Plannen zijn er om bijgesteld te worden en hier geniet ik met volle teugen van.

*)  Niks van waar hoor: gewoon dat fotootje van internet geplukt. Ja, ik ga me daar een beetje voor zijn monument de halve stad afsjouwen…

OVERNACHTING #67+68

Stadsprobleem

Vandaag is er in het gedeelte van Ulaanbaatar, waar ik overnacht, geen elektriciteit tussen elf uur ’s morgens en vijf uur ’s middags. Vanwege onderhoudswerkzaamheden, wordt me uitgelegd, die alleen in de zomer kunnen plaatsvinden omdat het hier ’s winters te hard vriest.
Wereldstad…

CK

Voor ons westerlingen is Chinggis Khaan, Dzjengiz Khan zo je wilt, de wrede, angstaanjagende Mongoolse strijder die in de 13e eeuw de Mongoolse stammen verenigde en de grondlegger was van het grootste imperium in de wereldgeschiedenis. Dat strekte zich uit van Estland in het westen, via Iran en Rusland tot het zuidoosten van China. Dat ging niet zonder slag of stoot (of juist wel), want de wreedheden en vernietigingen in de veroverde gebieden kostten veertig miljoen mensen het leven.

In Mongolië is deze Chinggis Khaan echter een nationale held van de eerste orde en het symbool van de Mongoolse cultuur. Er is een groot aantal monumenten en instellingen ter nagedachtenis aan Chinggis Khaan, de luchthaven bij Ulaanbaatar heet Chinggis Khaan International Airport, studeren doe je aan de Chinggis Khaan University en je kunt een kamer boeken in het Chinggis Khaan Hotel.

Maar het grootste en meest indrukwekkende voorbeeld van deze persoonsverheerlijking staat zo’n vijftig kilometer ten oosten van de hoofdstad op de plek waar Chinggis Khaan volgens de legende een gouden zweep vond. Prominent aanwezig in het landschap staat daar sinds 2008 het grootste ruiterstandbeeld ter wereld van roestvrij staal. Niet te missen, want maar liefst veertig meter hoog en een gewicht van 250 ton. Het beeld staat bovenop het bezoekerscentrum, waarin onder andere een reusachtige Mongoolse laars staat, uiteraard de grootste ter wereld.

Hoe ik ook denk over dit soort massa-slagers (denk Hitler, denk Stalin en nog wel een paar meer), als je door Mongolië rijdt, kun je -bijna letterlijk- niet om dit monument heen. Dus beklim ik de tien meter hoge trappen, dus bekijk ik de tentoonstelling, dus ga ik met de lift naar de kont van het paard en klauter de resterende trappen op naar het paardenhoofd, waar ik op het platform een foto laat maken. Net als iedere andere bezoeker hier. En dus eet ik in het restaurant op de tweede verdieping het historische, traditionele Mongoolse gerecht van aardappelen, wortelen en uien met rund- en paardenvlees en schapenhart.

Trouwens: vertrekkend uit Ulaanbaatar op weg naar het standbeeld, merk ik al snel dat ik op de goede route zit. Stuiter ik de eerste kilometers de stad nog uit, de laatste twintig kilometer tot aan het monument rijd ik over een schitterende asfaltweg. Nog niet eerder op zo’n goede weg gereden sinds ik in Mongolië ben. Maar ja, wat wil je? Op weg naar Chinggis Khaan