2016 Camper Normandië & Bretagne

Stormachtige start

Frits leest voor:

28 maart 2016. Tweede Paasdag.
De radio meldt code oranje voor het wegverkeer: zware storm, met name in de kuststreek, met hevige (onweers)buien en windvlagen tot honderd kilometer per uur. Auto’s met een caravan worden dringend afgeraden de weg op te gaan. Het zal mij benieuwen in hoeverre dat advies wordt opgevolgd door de vele caravanbezitters, die immers deze tweede paasdag wel gedwongen zijn te rijden, omdat zij morgen weer aan het werk moeten.
Ik kom ze in ieder geval niet tegen op de Zeelandbrug, maar dat heeft meer te maken met het vroege tijdstip. Het is nog geen acht uur (het moet niet gekker worden) als ik -met beide handen meer dan stevig aan het stuur- de brug opdraai. Links en rechts schuimkoppende golven op een woeste Oosterschelde. Wat een verademing als ik later die morgen door de ruim zes kilometer lange windstille Westerscheldetunnel rijd.

Na de stop-met-koffie geef ik Claire-mijn-Garminnetje opdracht de kortste route voor me te berekenen en snelwegen te vermijden. Op de radio zoek ik een Vlaamse zender en terwijl ik schuddend in de bulderende wind door het Zeeuwsvlaamse landschap toer op weg naar België, blijft de radio herhaaldelijk stormwaarschuwingen geven. Op het tijdstip dat in Nederland de spulletjes van het paasontbijt worden opgeruimd en men zich klaarmaakt om op weg te gaan naar de meubelboulevard, passeer ik de Nederlands-Belgische grens.

Op camperplaats Le Crotoy aan de Baie de la Somme rijd ik m’n bussie naar de duinrand tot aan de fundering van een voormalige bunker. Als ik de schuifdeur open doe om bij de parkeerautomaat een bonnetje te halen, slaat de wind naar binnen en krijgt mijn bussie een zandkrakerig vloertje.
Bij de parkeerautomaat kan alleen met munten van twee euro worden betaald en die heb ik niet. Even verderop staat nog een camper en ik loop erheen om te proberen geld te wisselen. Dat kan het echtpaar helaas niet. ‘Wilt u hier overnachten?’, vraagt de vrouw, ‘dan is uw probleem opgelost hoor. U kunt ons bonnetje wel krijgen, want wij vertrekken toch over een half uurtje.’

Ik zet het gratis bonnetje (très gentil, merci beaucoup!) voor m’n zijraam, trek mijn warme pantoffels aan en maak een kop koffie. Als ik met een dampende mok aan tafel ga zitten, barst er een hevige regenbui los. Ik moet de radio harder zetten om boven het gebulder en gekletter op het dak uit te komen en hoor, dat er in Normandië vanwege de storm inmiddels zestigduizend gezinnen zonder stroom zitten. Wat een start! En ik heb het nog naar mijn zin ook…

28 maart 2016 – 375 km
Camperplaats Le Crotoy – N 50 13.714 E 01 36.716

Zonnige herstart

Frits leest voor:

Twee keer ben ik vannacht wakker geworden van de bulderende regenbuien, maar kijk: als ik vanmorgen opsta, is de wind grotendeels gaan liggen en schijnt er een lekker zonnetje.

Wat is dat ontspannen rijden over de binnendoorweggetjes van Normandië. Wat een verschil met gisteren. Als ik mijn pet opzet, kan zelfs het raam open. Slingerend langs de kust zet ik de radio aan en steek een verse sigaar op. Genieten!

Honfleur, havenstad aan de Embouchure de la Seine, ligt er schitterend bij in een stralende zon. Alle terrasjes aan de oude havenkom zijn druk bezet. Als ik (zonder jas, wat een weelde) wat heb rond geslenterd door deze voormalige kunstenaarskolonie, besluit ik de grootste houten kerk van Frankrijk, de Sainte Catherine, letterlijk links te laten liggen en doe ik wat alle dagjesmensen hier doen: ik trakteer mezelf op een heerlijk mosselmenu met een glaasje calvados. Ben ik in Normandië of niet?

De afgebladderde, bruine deur van de piepkleine mairie in het buurtschap Barneville-la-Bertran staat open, maar als ik naar binnen stap, is er geen mens te bekennen. Even verderop zijn twee schilders op een stelling aan het werk. Ik loop erheen.
‘Je kunt hier gerust overnachten hoor’, roept de schilder vanaf de stelling.
‘En de politie?’, informeer ik voor de zekerheid.
De schilder wijst op zichzelf en zijn collega.
‘La police? Dat zijn wij hier zelf, hè? Nee hoor, geen enkel probleem!’
‘Dan zet ik m’n petit camion op het parkeerterreintje hier aan de overkant naast jullie bestelautootje.’
‘Doe dat maar, enne… slaap lekker vannacht!’

29 maart 2016 – 205 km
P Mairie de Barneville-la-Bertran – N 49 23.261 E 00 11.254

Zielig alleen?

Frits leest voor:

Als ik bij La Maison du Gouverneur binnen stap om mezelf te verwennen met een Normandisch mosselmenu, komt de serveerster vragend op me af. ‘U bent alleen?’ Ik knik en krijg een tafeltje toegewezen naast een wat ouder echtpaar. Ik ben moe van het slenteren langs de haven en neem zuchtend plaats aan tafel.
De man aan het tafeltje naast me kijkt me aan, pakt een schone servet, dept daarmee op zijn gezicht zogenaamde tranen en houdt het servetje dan uitnodigend in mijn richting. ‘Helemaal alleen?’, zegt-ie, ‘en misschien een beetje triste?’
Ik bedank hem vriendelijk en zeg dat ik alleen een beetje moe ben. Triste?, denk ik. Ben je bedonderd!

Uit… en thuis

Frits leest voor:

Heerlijk hoor, zo lekker op stap met m’n bussie.
Vrijheid, blijheid. Gaan en staan waar en wanneer ik wil.

Minstens zo fijn om ’s morgens vroeg op mijn tablet mijn eigen, vertrouwde Volkskrant te downloaden en bij een mok koffie op m’n gemak de krant door te nemen, Uit en toch een beetje thuis..

72 jaar later

Frits leest voor:

Een dag na D-Day werd in Arromanches-les-Bains het begin gemaakt met de aanleg van een tijdelijke haven voor het bevoorraden van de geallieerde troepen en het aan land brengen van groot materieel. Dat deed men door eerst oude oorlogs- en vrachtschepen tot zinken te brengen, die tezamen een golfbreker van zo’n zeven kilometer lengte vormden. Daarna werd een rij Phoenix-caissons tot zinken gebracht, die in Engeland waren gemaakt. Vanaf deze ‘dijk’ legde men drijvende pieren aan naar het strand van Arromanches.
Enkele van deze caissons en gezonken schepen van deze zogenaamde Mulberryhaven zijn nog te zien op en vanaf het strand.

Arromanches zelf is een rustig dorpje, met uitzondering van de hoofdstraat langs het strand. Daar staat het Musée de Débarquement aan de (hoe toepasselijk) Place du Six Juin 1944. En verder heeft de commercie flink toegeslagen in deze hoofdstraat: alles -de winkels, de restaurants, de hotels en de eettentjes- staan in het teken van die zesde juni, nu tweeënzeventig jaar geleden. Achter die hoofdstraat is Arromanches (gelukkig) een normaal Frans dorp. Ik ben er vroeg -natuurlijk ben ik er vroeg- en nu al worden bussen scholieren en dagjesmensen leeggeschud, die het museum bezoeken.

Ik beklim de hoge rots, tussen Asnelles en Arromanches. Daar, aan de voet van het hoge, witte Mariabeeld staat de Cinéma Circulaire, waar een indrukwekkende, driedimensionale film over de landing wordt vertoond. Als ik me bij de kassa meld voor een kaartje, vraagt de caissière waar ik vandaan kom. ‘Niks zeggen. Laat me raden’, laat ze er snel op volgen, ‘ik denk dat u uit Noorwegen komt. Nee, Finland! Klopt dat?’ Als ik vragend twee wenkbrauwen optrek, vervolgt ze lachend: ‘Finland. Ja toch? Daar woont u immers, père Noël?’  Ach, het zal de laatste keer wel niet zijn dat ik met de kerstman wordt vergeleken…

En ja, na de film koop ik in de bijbehorende winkel een D-Day-shirt. En ja, in het ruime invalidentoilet trek ik dat shirt snel aan. En buiten staat een gezellige familie uit Toulouse die mij met dat shirt wel even op de foto wil zetten…

 

Bij de Cinéma Circulaire is een grote parkeerplaats. Het is tevens een camperplaats en ik besluit hier, met mijn neus naar de duinenrij en zicht op de resten van de Mulberry-haven– te overnachten. De hele dag door is het druk met geparkeerde touringcars en dagjesmensen om me heen. Na sluitingstijd van de filmzaal staat er alleen nog een handjevol campers.
Na vijven is ook er geen parkeerwachter meer en komen er nog een paar campers het terrein opgereden. Hoef je niet te betalen. Sta je gratis. Spaar je zes euro uit. Zo komt Jan Splinter door de winter…

Het regent.
Geen zin om op mijn fietsje naar Arromanches te rijden, trek ik een blik ‘AH rijkgevulde kippensoep’ open. De voorruit beslaat ervan. Ik top mijn D-Day-diner af met een bakje yaourt noix de coco van de Lidl. Straks koffie met een paaseitje…

30 maart 2016 – 65 km
P+CP Arromanches-les-Bains – N 49 20.357 W 00 36.854

Poseren?

Frits leest voor:

‘Monsieur, monsieur!’
Ik word aan de mouw van mijn jas getrokken. Als ik me omdraai, staat daar een van de vele scholieren, die het Musée de Débarquement bezoeken. Ik had hem al gezien: samen met twee klasgenootjes had hij zich losgemaakt van de groep en zaten ze verveeld op de grond, verstopt achter een vitrine.
‘Monsieur, monsieur! U maakt foto’s. Wilt u ook een foto van mij maken?’
Natuurlijk wil ik dat wel en ik vraag hem naar zijn fototoestel. Dat blijkt de bedoeling niet te zijn. ‘Non, monsieur, een foto met uw eigen toestel!’ Hij poseert gewillig voor een stel soldatenpoppen en trekt zijn liefste (brutaalste?) gezicht.
‘Wil je de foto nog zien?’, vraag ik.
Hij hoort me niet eens. Loopt op een holletje terug naar zijn vrienden.

Franse les

Frits leest voor:

Het Lidl-groentenvrouwtje is het enige personeelslid in de hele winkel. Ze kijkt me verbaasd aan als ik haar vraag of ze ook batterijen verkopen. Ze schikt wat komkommers in een krat en herhaalt mijn vraag: ‘Batterie?’
‘Oui, oui, des batterie.’
‘Ken ik niet. Is dat een soort groente?’, zegt ze terwijl ze met een weids gebaar alle uitgestalde groenten aanwijst. Het zal wel aan mijn uitspraak liggen, dus ik herhaal -duidelijk sprekend- dat ik een bat-te-rie moet hebben. Dan begrijpt ze het: ‘Ah, batterie. Om op te laden?’ Blij dat ze me snapt, knik ik bevestigend. Ze kijkt me meewarig aan: ‘Batterie, nee, die verkopen we niet…’

Als ik even later in het rijtje bij de kassa sta, zie ik daar toch batterijen liggen. ‘Stom mens’, denk ik, ‘gaat natuurlijk alleen over de groenten. Weet niet eens wat ze verder in de winkel verkopen.’

Terug in het rijtje begin ik toch te twijfelen aan mijn Franse woordenschat en vraag ik een jongeman achter me wat het Franse woord is voor batterij. ‘Pile‘, zegt-ie. Pile. Natuurlijk! Stom. Heb ik ooit nog op school geleerd! ‘Enne’, vraag ik verder, ‘wat is een batterie dan?’ ‘Da’s een accu.’
Juist ja. Heb ik met mijn gebrekkige kennis van de Franse taal dat ‘stomme mens’ te snel veroordeeld. Dom! Hoe zeg je dat ook alweer in het Frans?

Buren

Frits leest voor:

Samen met drie andere campers sta ik in het uiterste hoekje van het enorme parkeerterrein. Omdat het zo rustig is, zijn we niet hutje-bij-mudje vlak naast elkaar gaan staan, maar hebben -zeg maar- ieder een camperbreedte tussen ons in open gelaten.

In de vooravond komt een Belgische auto-met-caravan het parkeerterrein opgereden. Met een wijde boog draait de man zijn sleurhut over het terrein en parkeert pal naast m’n bussie. Niet -zoals de anderen- netjes in een vak met de neus naar de duinen, maar dwars over zes vakken. En zo dicht bij mij, dat ik de dealersticker op de achterkant van de caravan probleemloos kan lezen. Geen probleem, moet iedereen zelf weten.
Maar als de man even later naar buiten komt en een dieselaggregaat naast zijn caravan zet, verbaast me dat. Na een uurtje het gebrom te hebben aangehoord, stap ik naar buiten en klop op de deur van mijn caravan-buren. Binnen slaat een hond aan en als de deur opengaat, komt een walm van warm eten naar buiten.
Of het nog lang duurt met zijn aggregaat, is mijn vraag. En of hij niet overwogen heeft met zijn gebrom en stank in een andere hoek van het terrein te gaan staan, waar niemand last van hem heeft. ‘Duurt niet zo lang meer hoor’, is het antwoord, ‘moet alleen mijn telefoon even opladen.’

Bijna drie uur later (…) stopt het monotone gebrom en bergt de man, gewapend met een zaklantaarn, zijn aggregaat op. Z’n telefoon is opgeladen…

Moet je gezien hebben #1

Frits leest voor:

Waar je ook rondrijdt in Normandië, overal zie je herinneringen aan de invasie van 6 juni 1944. Gedenktekens, een simpele zuil, soms een tank of een stuk geschut in een dorpje. En de nodige musea natuurlijk. En memorabele plaatsen. Kortom: alles in deze landstreek ademt bijna letterlijk D-Day. Ik toer door een levend geschiedenisboek (en het zijn niet de fraaiste bladzijden).

Ongeveer een kilometer van Longues-sur-Mer is de Site de la Batterie, het enige overgebleven Duitse afweergeschut van de Atlantikwal. Hier vandaan bewaakten de nazi’s de kust. De kanonnen van dit rijtje bunkers zijn ongeschonden gebleven. Moet je gezien hebben…

Moet je gezien hebben #2

Frits leest voor:

Op 7 juni 1944, een dag na de landing, veroverden de geallieerden Bayeux. Daardoor is die stad ongeschonden uit de strijd gekomen en ziet de oude binnenstad er nog net zo uit als voor de Tweede Wereldoorlog.

Ik loop braafjes voorbij de Cathédrale Notre Dame (prachtig, maar geen zin om het interieur te bekijken) en sla de hoek om naar de Tapisserie de la Reine Mathilde. Daar hangt het wereldberoemde tapijt van 50 cm hoog en bijna 7 meter lang, dat de Slag bij Hastings in 1066 van Willem de Veroveraar uitbeeldt. Meer dan een miljoen bezoekers trekt dit enorme ‘borduurwerkje’ jaarlijks en in 2016 was ik daar één van. Zoals gezegd: moet je gezien hebben…

(more or less) Translate »