2015 Camper Margrietroute Denemarken

Overnachtingen

Benieuwd naar alle overnachtingsplaatsen van Frits gedurende deze Margrietroute?
Klik op de foto.

Naar beneden halen?

Er is een boekje in de handel over de Deense Margrietroute.
Dat heb ik bewerkt tot een korter, handzaam Word-document.
Handig om onderweg te gebruiken: met een totaalkaart, deelkaarten en korte beschrijvingen van alle bezienswaardigheden.
Klik op de knop hiernaast als je daar belangstelling voor hebt en haal maar naar beneden…

Update?

Dat eh… bordje op dat bussie van me. Komt dat nog wel overeen met de werkelijkheid? Daar klopt toch niks meer van?

Zes jaar zit het nu alweer op de achterdeur. Wordt het niet eens tijd voor een nieuw logo? Een plaatje dat de realiteit beter weergeeft? Tijd voor een update?

Zou kunnen natuurlijk en ik kan ook wel bedenken hoe dat nieuwe ontwerp er dan uit zou moeten zien, maar ach… dat ouwe bordje, laat maar zitten ook.

Suikerbonk

Als ik wakker word, is het koud en klam in m’n bussie. Half slaperig strek ik mijn arm uit naar de thermostaat en zet de kachel aan. Ik blijf nog even liggen, warm weggedoken onder mijn dikke dekbed tot de temperatuur draaglijker is geworden.

Als ik een half uurtje later gewassen en aangekleed aan het ontbijt zit, is het inmiddels behaaglijk warm in m’n bussie, maar de bruine suiker zit als een vaste, harde bonk in het potje en mijn ijskoude aansteker geeft geen vlammetje. Voortaan de kachel ’s nachts maar zachtjes laten snorren?
Kan natuurlijk makkelijk, want ik ben vertrokken met een volle LPG-tank. Hoewel dat ook betrekkelijk is, want LPG is in Denemarken niet zo makkelijk verkrijgbaar als in ons eigen land. Sterker nog: in heel Denemarken zijn maar zes (6) pompstations waar je LPG kunt tanken. Nou ja, ik zie wel. Ga in ieder geval geen kou lijden.

Huishoudklusje

Vlak voor mijn vertrek heb ik een Kärcher elektrische raamwisser gekocht. Dat gedoe ’s morgens met die beslagen voorruit, die ik steeds moet droog poetsen voor ik kan vertrekken. Ergernis!

En kijk me vanmorgen lekker in de weer zijn met die wisser!
Het elektromotortje zuigt in één beweging de condens van de ruit en vangt dat op in het reservoir. Geen gedoe meer met doekjes en een zeempje: wissertje over de ruit en rijden!
Decadent? Welnee: een beetje kampeerder kan immers niet meer zonder!

Lukket? #1

Op 18 april 1864 werd er -na een belegering van tien weken- een beslissende slag gestreden tussen de Deense en Pruisische legers bij het plaatsje Dybbøl.
De ongelijke strijd werd in het voordeel beslist van de Pruisen en daarmee raakte Denemarken de hertogdommen Sleeswijk en Holstein kwijt.
Op de plaats van die veldslag herinnert veel aan die korte oorlog en in het Historiecenter Dybbøl Banke wordt op duizend vierkante meter een interactief en multimediaal overzicht gegeven van de oorlogshandelingen.
Ik zet m’n bussie neer op de enorme, maar bijna lege parkeerplaats van het museum. Weinig bezoekers, denk ik nog, maar ja, het is dan ook nog vroeg in het seizoen.

Op de gesloten deur van het museum hangt een poster.
Ik probeer het Deens te begrijpen en kom tot de conclusie, dat het Historiecenter van 1 november tot 22 maart geopend is van 13:00 tot 15:00 uur. Ik kijk op mijn horloge, zie dat het half twaalf is en besluit eerst in m’n bussie vroeg te lunchen. Helemaal gerust ben ik er niet op en als ik -teruglopend naar de parkeerplaats- een Deens echtpaar tegenkom, vraag ik of zij de poster voor me willen vertalen.
Het gedeelte van de beperkte openingstijden had ik weliswaar goed begrepen, maar dat geldt alleen voor lørdage og søndage. Op doordeweekse dagen is het museum lukket.
Høskedanskeflåtsekøske, heb ik dat? Lukket? Nee, het lukt dus niet.
Bij mijn allereerste bezienswaardigheid sta ik al voor een gesloten deur. Als dit maar geen herhaling wordt van mijn tripje door Frankrijk toen er ook de nodige bezienswaardigheden fermé waren. *)

*) Zie: 2014 Langzaam door Frankrijk

Toplocatie

Als ik in Fynshav de lane kies voor de ferry naar Bøjden op het eiland Fynn, zie ik de veerboot van twaalf uur nog net de haven uitvaren. Ik ben tien minuten te laat en dat betekent twee uur wachten op de volgende afvaart. Geen probleem: ik heb geen haast. Het zonnetje schijnt lekker en ik dood de tijd door te lunchen, wat langs de haven te drentelen en te lezen.

Eenmaal op Fynn aangekomen, laat ik Claire-mijn-Garminnetje een dichtstbijzijnde camping zoeken. Maar als ik op weg daarheen een stoffig zandweggetje zie, dat naar de Kleine Belt leidt, besluit ik daar eerst een kijkje te nemen.

Wat een geweldig idee om impulsief dat weggetje te nemen, want het eindigt bij een soort parkeerplekje langs het kiezelstrand. Als ik nog sta te genieten van het fantastische landschap komt een auto het grasveldje opgereden. Ik stap op de man af en vraag hem of het toegestaan is hier te overnachten.
‘Nee, dat mag niet’, zegt-ie, ‘maar het is nog vroeg in het seizoen, dus er zal wel niet gecontroleerd worden. En bovendien, ik heb u niet gezien…’
‘Dan heb ik u niet gehoord en dan weet ik dus van niks’, antwoord ik hem.
Ik rijd naar een vlak stukje grasland, pal langs het water. Ik schuif mijn deur wagenwijd open en inhaleer het landschap. Naast me het spiegelgladde water van de Kleine Belt waarin af en toe een forel voor wat rimpels zorgt. Ieder uur vaart de ferry voorbij, die golven maakt op het kiezelstrand en verder ben ik hier helemaal alleen. Op de man na dan, die zich omkleedt en aan de waterkant gaat vissen. Een uurtje maar, dan heeft-ie het voor vandaag gezien.

‘Nog wat gevangen?’ vraag ik als hij voorbij m’n bussie loopt.
‘Nee, nou ja één forel, maar die was maar dertig centimeter, dus die moest ik terug zetten, want je mag ze pas houden vanaf veertig centimeter. Tsja, het wordt steeds minder hier.’
Dat had ik al gelezen op het bord aan de rand van het grasveldje, dat informatie geeft over deze locatie. Sønderhjørne -zo heet deze landtong- is door de eeuwen heen een uitstekende visstek geweest, ook voor de beroepsbevolking, maar de laatste jaren zijn er op deze plaats meer vissers dan vissen…

Als de man zich weer heeft omgekleed, wenst hij me een prettige overnachting en vertrekt. Vriendelijke kerel en perfect Engels sprekend. Het is me opgevallen, dat de Denen die ik tot nu toe gesproken heb, zonder uitzondering een voorkeur hebben voor de Engelse taal. In het begin sprak ik iemand aan met ‘Sprechen Sie Deutsch’ (ik ben immers nog maar zo’n vijftig kilometer van de Duitse grens), maar steevast kreeg ik een aan duidelijkheid niets te wensen overlatend afgebeten ‘Nein!’ als antwoord, vaak met een gezicht dat een zekere walging uitdrukte. Ook op de ferry werden de mededelingen alleen in het Deens en Engels omgeroepen. Geen Frans, geen Duits. Zou het door het (oorlogs)verleden komen? Zijn die Duitsers eigenlijk ergens in Europa wél geliefd?
Ik sta er niet lang bij stil, maar geniet van de ondergaande zon op deze prachtige plek. Toplocatie!

Deens

Hoe moeilijk kan het zijn, dat Deens? Neem nou de bordjes aan boord van de ferry. Kind kan de was doen toch? Afval mag je dus niet overboord smijten en de nooduitgang moet je vrij houden. Ik geniet van dat gezellige taaltje, vooral als ik het -half hardop en een beetje zangerig- probeer uit te spreken.

 

Ferry nice

Was ik gisteren in Fynshav tien minuten te laat en moest ik twee uur wachten op de veerboot naar Fynn, vandaag heb ik meer geluk. In de haven van Svendborg ligt de ferry naar Ærø met gapende muil nog aan de kade.
‘Hoe laat is de volgende afvaart?’, vraag ik aan een gele hes.
‘Over vijf minuten’, is het antwoord, ‘dus als je mee wilt, rijd je meteen naar binnen. Ga vooraan staan in de middelste lane. Betalen doe je aan boord.’

Vijf kwartier gaat de overtocht duren.
Ik installeer me aan een tafeltje bij het raam en kies uit de plaatjes in het restaurant fish and chips. Als mijn bestelling klaar is, lijkt die voor geen meter op de fraaie foto van de menukaart. In plaats van de daarop afgebeelde flinke moot vis liggen er op de patat drie kleine ‘geboetseerde’ visjes, compleet met een zogenaamd staartje en een oogje. Flinterdun en lichtgeel gepaneerd. Het lijkt wel een kindermenuutje. De patat is gewokkeld en bremzout.
Als ik mijn eerste hap ‘vis’ neem, komt op dat moment een medewerker van de veerdienst aan mijn tafeltje om de overtocht af te rekenen. Ik tik DKK 422,25 af (€ 56,30), schudt zoveel mogelijk het zout van mijn frietjes en eet mijn bordje leeg.

Vandaag is er een gedeeltelijke zonsverduistering (formølkelse zeggen de Denen). Ik merk er weinig van. Ook de wat oudere vrouw niet, die meer dan regelmatig bij mijn tafeltje komt staan en naar buiten tuurt. ‘Om 10:48 moet het gebeuren’, zegt ze als ze voor de zoveelste keer bij ‘mijn’ raam staat. Zoals gezegd: ik merk er weinig van. Het wordt even een beetje schemerig, niet iets om van in vervoering te raken.
Ik bied de vrouw mijn plekje bij het raam aan, ga zelf even verderop in een fauteuil zitten en sluimer weg in een power nap. De vrouw -daar is ze weer- tikt op mijn schouder om te vertellen, dat we over vijf minuten op Ærø zijn…

Een kleine parel in een zee van Deense eilanden. Zo wordt Ærø in de reisgidsen omschreven. Dertig kilometer lang en op het breedste punt acht kilometer breed. De reisgids overdrijft niet.
De ferry heeft afgemeerd in Ærøskøbing, de enige plaats van het eiland met stadsrechten. Met vijfenveertig huizen, die onder monumentenzorg vallen, is dit de best bewaarde Deense stad uit de 18e eeuw.
Ik rijd over schitterende weggetjes naar het uiterste puntje van dit prachtige eiland. Naast de jachthaven van Søby zet ik aan het strand m’n bussie neer voor de nacht. Weer heb ik een schitterende plek, weer sta ik aan kabbelend water*. Nadeel is, dat ik wel erg vaak naar de wc moet om te plassen…

Ochtendgebed

Er zijn mensen die mij een flierefluiter vinden. Iemand die -zeker als ik op reis ben- de zaakjes niet zo nauw neemt en de dingen op zich af laat komen zoals ze zijn. Deels hebben ze gelijk, maar het gaat wel eens anders.

Een paar keer ben ik de afgelopen nacht wakker geworden van de harde regen die op het dak van m’n bussie klettert. Het is nog voor vijven als ik uit bed stap om naar de wc te gaan. Het regent nog steeds. Terug in bed kan ik de slaap niet meer vatten.
In gedachten zie ik me hier gisteren weer aankomen en -kleine stukjes voor- en achteruit rijdend- een ‘waterpas-plekje’ vinden voor de nacht. Uiteindelijk stond ik naar mijn zin: de voorwielen in het zand van het strand, de achterwielen op de overgang van gras naar zand. ‘Maar’, denk ik nu, ‘hoe zal die bodem zijn na zo’n hele nacht regen? Kom ik hier nog wel zonder problemen weg?’ Onrustig woelend neemt een doemscenario steeds vastere vormen aan: natuurlijk is het te drassig geworden en ploeg ik straks mijn wielen steeds dieper in de modder. En wie moet me hier dan uittrekken? Waar vind ik hulp?

Als het een beetje licht begint te worden, houd ik het in bed niet langer uit. Het eerste wat ik doe, is de rollo’s openen. Waar ik al bang voor was, blijkt waarheid: het gisteren nog zo fraaie grasveldje is veranderd in een blubberig veld. Rondom m’n bussie staan grote plassen water.
Ik geef mezelf een poezenwasje, maak een kop koffie en zit al om kwart over zes aan m’n ontbijthamburger (een broodje met een plak ontbijtkoek ertussen). Haastig -slaat nergens op- ruim ik de ontbijtboel op en maak m’n bussie rij-klaar. ‘Rij-klaar?’, loop ik tegen mezelf te kletsen, ‘rij-klaar? Dat moet je nog maar afwachten, Frits. Laat het straks alsjeblieft lukken. Laat me loskomen uit die prut!’
Het is kwart voor zeven als ik de motor start. Met een laatste schietgebedje zet ik de versnelling in zijn achteruit en geef voorzichtig gas. Een grote, witte rookpluim komt uit de uitlaat en heel eventjes voel ik de wielen slippen. Dan zet m’n bussie zich langzaam in beweging en rijd ik voorzichtig achteruit tot ik vaste grond onder mijn wielen heb.

Met een zucht van verlichting programmeer ik Claire-mijn-Garminnetje naar het Søfartmuseum in Marstal, helemaal aan het andere eind van het eiland. Dat andere eind van het eiland is hier dertig kilometer vandaan en volgens mijn routeplanner ben ik daar om kwart over zeven. Hoe laat gaat dat scheepvaartmuseum eigenlijk open? Elf uur? Prima, ben ik daar mooi op tijd…

(more or less) Translate »