2014 Stadsreis New York

Foto’s

Foto’s bij deze verhalen:
Frits Mahn & Kitty van den Tempel

In a line #1

Leuk, oud en nieuw vieren in New York!
Vriendin-en-ik keken er naar uit.
Vijf dagen New York, tijd genoeg om de belangrijkste highlights te bezoeken.
En natuurlijk op 31 december om twaalf uur ’s nachts die beroemde bal op Times Square te zien dalen.

Volgens het vluchtschema zouden we rond 13:00 uur op JFK Airport landen.
‘Mooi’, hadden we thuis al tegen elkaar gezegd. ‘Om één uur op het vliegveld, laten we nou eens -we nemen het ruim- twee uurtjes uittrekken voor de grensformaliteiten en het vervoer naar Manhattan, dan zijn we om pakweg een uur of drie in het hotel. Frissen we ons even op en kunnen we ’s middags meteen lekker de stad al in.’

Naïef gedacht misschien, want uiteraard waren we de enigen niet die zo’n stedentripje ondernamen. Hadden we wel rekening mee gehouden natuurlijk, maar dat het zo druk zou zijn…
Na een dikke acht uur vliegen, landden we inderdaad om 13:05 op JFK Airport. De koffers hadden we snel van de band, maar daarna konden we in de aankomsthal aansluiten bij een schuifelende, zigzaggende rij voor de paspoortcontrole. Anderhalf uur stonden we (on)geduldig in die paaltjes-met-spanband-Efteling-rij…

Maar eenmaal door de paspoortcontrole (dachten vriendin-en-ik) zou het allemaal een stuk soepeler gaan: naar buiten met je koffer, hand opsteken om een taxi aan te houden (this is New York man!) en naar het hotel.
We stonden inderdaad buiten, maar zagen alleen volle taxi’s voorbijkomen. Natuurlijk hadden we in de hal die lange rij wel gezien, maar er niet bij stil gestaan, dat je daar weer moest aansluiten, deze keer om aan een taxi te komen. Een schuifeluur later (…) kregen we een taxi toegewezen. En wat mopperde onze chauffeur op het slechte, regenachtige weer en de drukte op de weg. Daardoor duurde het ritje naar Manhattan nog eens een uur.

Om één uur geland, om kwart voor vijf in het hotel. Omgerekend naar het tijdsverschil met Nederland was het inmiddels tegen elven ’s avonds. Niks opfrissen en nog even de stad in. Een hapje buiten de deur eten was genoeg. En daarna bijtijds naar bed…

Klein behuisd

‘U zit op de drieëntwintigste verdieping, kamer 44. Hier is uw pasje.’
Nu hebben vriendin-en-ik over de wereld aardig wat hotelkamers gehad, maar de afmetingen van deze kamer slaan werkelijk alles. Een tweepersoonsbed neemt bijna alle ruimte in beslag. Aan de wanden naast het bed hangen enorme spiegels (om het wat ruimtelijker te laten lijken?) en aan weerszijden van het bed is een smal paadje. Zo’n smal paadje is er ook aan het voeteneind. Aan ‘mijn’ kant van het bed hangt een mega-grote televisie, die met een zwaaiarm uitgetrokken kan worden, maar… dan kan ik alleen nog kruipend het bed in en uit.
De opmerking van vriendin was treffend toen we de kamer instommelden en naar een plekje zochten om onze koffers neer te zetten: ‘Deze kamer kom je niet binnen, deze kamer trek je aan…’

In a line #2

Als vriendin-en-ik over Fifth Avenue slenteren, zien we aan de overkant een lange rij schuifelende mensen. ‘Dat zal toch niet de rij zijn voor het Empire State Building‘, vraag ik me af, wetend dat de ingang van deze 381 meter hoge wolkenkrabber zich om de hoek in West 34th Street bevindt.
We steken over en vragen een langs de rij lopende kaartjesverkoper hoe lang de wachttijd is. ‘Een uur’, is zijn antwoord. Dat is te doen (…) en we kopen voor $ 27 per persoon een ticket.

De kaartjesverkoper heeft gelijk: na ruim een uur mogen we inderdaad het gebouw in. Maar pas dan begint het lange wachten, want binnen gaat de zigzaggende rij nog vrolijk verder op weg naar de securitycheck en de liften. Als we -eindelijk, eindelijk- het uitzichtplatform betreden, schreeuwt een jongetje achter me luidkeels ‘oh, my gosh!‘ bij het zien van het fantastische uitzicht.

Oh, my gosh!
Ik denk precies hetzelfde, maar dan niet over het uitzicht, maar over de drieeneenhalf uur dat ik in de rij heb geschuifeld om dit ‘hoogtepunt’ te bereiken. Wordt dit een standing-in-line vijfdaagse?

Geen bal aan…

Op 31 december zien vriendin-en-ik om twaalf uur ’s middags op Broadway de mensen al drie rijen dik aan weerszijden van de straat achter de dranghekken staan. Nog twaalf uur te gaan voordat the New Year’s Eve Ball op Times Square naar beneden komt om het nieuwe jaar in te luiden en dan al in de rij? Natuurlijk zijn we gewaarschuwd op tijd naar Times Square te gaan om een goed plekje te hebben, maar zo vroeg? Dat gaat ons te ver.

Na het avondeten pakken we de mudvolle subway naar Times Square. Als we daar de uitgang naar 42th Street nemen (hebben we op de hotelkamer bedacht), komen we het dichtst in de buurt van the Big Ball. Maar de uitgang naar 42th Street is al afgesloten en een rijtje agenten verwijst de meute naar een andere uitgang. Buiten is het koud en er staat een gure wind. Vriendin-en-ik laten ons met de stroom voetgangers meevoeren, maar bij iedere zijstraat die we in willen om op Broadway te komen, worden we tegengehouden door agenten. Pas bij 51th Street mogen we de blokkade passeren en na gefouilleerd te zijn, kunnen we aansluiten bij de drommen mensen die Broadway bevolken.

Ik kijk op mijn horloge: half acht. Nog vierenhalf uur te gaan op weg naar 2014. Ik kijk naar de temperatuur op één van de gebouwen: 27 graden Fahrenheit, dat is -3 graden Celsius. Geen wonder dat ik het koud heb, ondanks mijn t-shirt, polo, fleece, dikke winterjas, sjaal, hoed en handschoenen. Maar ik sta er toch maar: 31 december, Times Square (nou ja, in de verte dan, maar die bal kan ik zien).

Al snel blijkt, dat vriendin-en-ik een te romantische voorstelling hebben van deze New Year’s Eve happening. Op de plek waar wij staan, gebeurt helemaal niets. Verderop bij de grote zuil is een podium met diverse optredens, maar het geluid bereikt ons niet en het scherm waarop het te zien zou zijn, is vanaf onze plek te klein om het goed te kunnen volgen. De enorme reclameschermen om ons heen zijn stuk voor stuk veel groter.
En verder? Geen straatbandjes die de boel opvrolijken met muziek. Geen stalletjes met eten of drinken. De mensen staan er alleen maar in afwachting van het grote moment om twaalf uur.

En dan is er het massaal aftellen van de laatste tien seconden van het oude jaar. Vriendin-en-ik doen er luidkeels aan mee. Dan volgt er nog een minuscuul vuurwerk en daarna klimmen de toeschouwers over de hekken en drommen de bars en restaurants in (bij McDonald’s staat de rij voor de toiletten tot buiten op straat). Om kwart over twaalf is bijna iedereen verdwenen en is Broadway leeg. Het enige dat nog herinnert aan deze massabijeenkomst is het vele afval op straat. Geen hossende mensen, geen vuurwerk, geen muziek.

‘Gaat u vanavond nog naar the Big Ball?’, vroeg ik ’s morgens aan de gids in de hop-on-hop-off-bus.
‘Op Times Square?, antwoordde hij, ‘ik denk er niet aan. Da’s voor de toeristen. Ik ben New Yorker en heb het één keer in mijn leven meegemaakt en voor mij hoeft het niet meer. Nee hoor, vanavond zit ik lekker thuis. Ik zie het wel op de televisie. Lekker warm. Drankje erbij. Hapje erbij.’
Hij heeft gelijk. Je moet het een keer hebben meegemaakt. Maar volgende jaren volg ik het ook op de televisie.

Oostindisch doof

Aan het tafeltje naast me in de diner waar vriendin-en-ik ontbijten, zit een ouder echtpaar. Tegenover hen zit een vrouw. Beide vrouwen kwekken en snateren aan een stuk door met elkaar. Ze hebben het zo druk met hun gekwebbel, dat hun ontbijtbordjes maar langzaam leeg raken. De man bemoeit zich niet met het gesprek; hij wordt er ook niet in betrokken. Stoïcijns werkt hij zijn eggs-and-bacon naar binnen. Zijn blik staat op oneindig.

Als vriendin naar de kassa gaat om af te rekenen, kan ik het niet laten op de man af te stappen.
‘Neem me niet kwalijk, dat ik u zomaar aanspreek’, begin ik, ‘maar ik heb u tijdens uw ontbijt een beetje geobserveerd en heb diep respect voor de manier waarop u reageert op het constante gesprek van de twee vrouwen bij u aan tafel.’
Hij kijkt me met een flauwe glimlach aan: ‘Da’s voor mij geen probleem, sir. Kijk (hij wijst op zijn linker oor), ik heb m’n gehoorapparaat op de stand low gezet. Dan is het prima uit te houden…’

In a line #3

Aangekomen bij de 9/11 Memorial staat er weer een stevige rij om binnen te komen. Vriendin-en-ik sluiten achter aan en bereiken voetje-voor-voetje de veiligheidscontrole. Net als op een vliegveld moeten jas en schoenen uit, de riem af en de handtas in een bakje. Na de bodyscan betreden we het terrein van de Memorial. ‘Valt mee deze keer’, zeggen we tegen elkaar, ‘we hebben maar een uur in de rij gestaan.’ Ach, het went, al die rijen en je leert relativeren.

Betty

Op de terminal van de ferry naar Staten Island komen vriendin-en-ik aan een tafeltje te zitten bij een oude vrouw die een stuk kip zit te verorberen. Ze knikt als ik vraag een foto van haar te mogen maken.
Als ik haar de foto laat zien, reageert ze glimlachend: ‘Nice! I didn’t know I was that pretty!’

Blizzard?

Met verbazing zie ik overal op straat sneeuwschuivers staan met sneeuwkettingen. ‘Typisch overdreven Amerikaans’, denk ik. ‘Geen vuiltje aan de lucht en dan toch zo’n vloot van materieel in de hele stad.’ Ik stap op zo’n gevaarte af om het op de foto te zetten.
De chauffeur draait zijn raampje naar beneden: ‘Waarom maak je een foto? Ik mag hier parkeren hoor!’
Ik negeer de onbegrijpelijke parkeeropmerking en leg hem uit, het zo vreemd te vinden, al die sneeuwschuivers te zien en dan ook nog met sneeuwkettingen.
‘Maar heb je het niet gehoord dan?’, begint de chauffeur.
‘Wat moet ik gehoord hebben?’
‘Er is een blizzard op komst. Boston is al helemaal ingesneeuwd. Vanavond om zes uur bereikt de sneeuwstorm New York en vannacht raast-ie over de stad. Maar, don’t worry, ik houd de weg wel voor je schoon!’

In de hotelkamer zet ik toch CNN maar even aan. De berichten zijn ronduit alarmerend. Rechtstreekse reportages vanuit de omgeving met verslaggevers die tot hun kuiten in de sneeuw staan. De sneeuwstorm bereikt vannacht zijn hoogtepunt. De temperatuur zal dramatisch dalen. Waarschuwingen van de politie: als u morgen niet persé de weg op moet, blijf dan binnen! Morgen? Dan vliegen we terug naar Nederland.
‘Eh…’, vraag ik aan vriendin, ‘als we morgen niet wegkomen, dekt de verzekering dat dan?’
‘Nee hoor’, antwoordt ze stellig, ‘dat is overmacht…’
Ik kan me er (nog) niet druk om maken. Eerst maar slapen. Morgen weer een dag.

Het valt mee als ik de volgende morgen met mijn ochtendsigaartje naast de ingang van het hotel sta. Het heeft gesneeuwd, dat wel, maar niet in die hevige mate als er op CNN werd voorspeld.

Voor de zekerheid informeer ik bij de receptie naar de toestand op JFK Airport.
JFK is gesloten mijnheer (oeps!), maar hoe laat is uw vlucht?’
‘Om tien voor elf vanavond.’
‘Oh, maar dan is er geen probleem. Het vliegveld gaat straks om negen uur weer open. Vanaf twaalf uur verwachten ze alle gecancelde vluchten te hebben verwerkt en vanaf drie uur vanmiddag hopen ze alle vluchten weer op schema te hebben.’

Niet helemaal gerust wijk ik af van mijn afkeer altijd zo allemachtig vroeg op een luchthaven te moeten inchecken (een uurtje van tevoren vind ik meer dan genoeg) en al om zeven uur nemen vriendin-en-ik een taxi naar het vliegveld. De ongerustheid is voor niets geweest: onze vlucht vliegt op schema. Met onze boardingpass in het paspoort worden de laatste dollars omgezet in koffie en donuts en vertrekken we met maar een half uurtje vertraging terug naar Nederland.*)

*) Toch nog geluk gehad. Een paar uur na ons vertrek werd JFK gesloten vanwege een slipongeval op een landingsbaan en daarna brak het voorspelde noodweer los: 5.273 afgelaste vluchten en 10.933 vertragingen…

Een gewaarschuwd mens…

Krijg je zo’n kartonnen beker met koffie, staat er op de zijkant de waarschuwing, dat de inhoud HEET kan zijn.
Tsja, je zult maar een druppel koffie op je hand morsen en een brandplekje hebben.
Mooi dat je zo’n deli dan voor de rechter kunt slepen.
Goed dat die waarschuwing dan op zo’n beker staat.
Heb je geen poot om op te staan.
Typisch Amerikaans.

(more or less) Translate »