2013 Camper Zwarte Zee

Overnachtingen en route

Benieuwd naar de overnachtingen en de route van dit Rondje Zwarte Zee? Klik op de afbeelding.

Voorbereiding #1

Er komt wel het een en ander kijken als je zo’n stevige trip gaat maken. Ik ben dan ook al lekker bezig met de nodige voorbereidingen. De eerste boodschappen zijn gedaan en kunnen het bussie in. Veel pakjes aardappelpuree, couscous, cup-a-soup en drie kistjes sigaren.

Maar eh… zo lang van huis en dan maar zo weinig sigaren mee?
Tsja, de invoerbepalingen voor rookwaren in de niet-EU-landen zijn behoorlijk streng: vijftig sigaren mag je meenemen over de grens.
Geen nood. Als straks de wilde havanna’s op zijn, trek ik een pak aardappelpuree open. Ben ik door mijn doosje cigarillo’s heen, dan ga ik over op couscous en is het kistje mini-cigarillo’s leeg, dan wordt het tijd voor een pakje cup-a-soup.
Kwestie van een ochtendje scannen, printen, knippen en plakken…

Voorbereiding #2

Mijn omgeving reageert kritisch op mijn scan-knip-en-plakactiviteiten met de ‘aardappelpuree’, de ‘couscous’ en de ‘cup-a-soup’. Mensen die minder naïef zijn dan ik wijzen me erop, dat ik aan de grens gigantisch tegen de lamp loop als de douaniers er straks achter komen, wat de eigenlijke inhoud van mijn ‘keukenvoorraadje’ is. Moedwillig smokkelen heet dat dan. Ze raden me aan de sigaren gewoon in de originele verpakking mee te nemen en de banderol te verbreken, zodat verkoop niet meer mogelijk is. En dat het dan boven de wettelijk toegestane in te voeren hoeveelheid is, tsja, dat kan ik natuurlijk niet weten…
Ze hebben (uiteraard) gelijk.
Dus alle verpakkingen weer verwijderd.
Frits gaat op de ‘eerlijke’ toer…

Voorbereiding #3

Om mijn aanstaande vertrek te ‘vieren’, organiseer ik een Frits-on-the-move-party voor mijn familie, vrienden en kennissen. Bijna iedereen is er en (bijna) iedereen heeft hetzelfde cadeau-idee: ‘Weet je wat? We geven Frits een echt Hollands ‘overlevingspakket’. Heeft-ie wat achter de hand als hij straks met z’n bussie rondtrekt.’

Te gek! Ik red me straks dus wel!
Dat wordt puur Hollands daar aan die Zwarte Zee!
En nu nog zien hoe ik het allemaal in m’n bussie opberg:

Ausfahrt

Het gaat niet goed met mijn moeder. Beter gezegd: het gaat eigenlijk heel slecht. Haar lichaam is letterlijk versleten: naast de nodige kwalen en kwaaltjes kan ze zich met twee ingezwachtelde benen nog nauwelijks verplaatsen met haar rollator, buiten komt ze al helemaal niet meer, behalve met rolstoelvervoer heen en weer naar het ziekenhuis en meer dan regelmatig moet ze haar alarmtelefoon gebruiken als ze weer eens gevallen is en machteloos op de grond ligt. De thuishulp komt twee keer per dag langs, iedereen springt bij en biedt hulp. Niet te verwonderen, dat ze op de wachtlijst staat voor opname in een verpleegtehuis.

Bezig met de voorbereiding van mijn Rondje Zwarte Zee heeft die voor haar onhoudbare situatie er de afgelopen maanden meerdere malen toe geleid, dat ik ernstig twijfelde of ik wel zo lang op reis zou gaan. Kan ik onbezorgd op stap gaan? Kan ik het ‘thuisfront’ opzadelen met de zorg voor mijn moeder? Datzelfde thuisfront verzekerde me keer op keer, dat ik mijn plannen moest doorzetten. Dat ik later spijt zou krijgen als ik niet op reis zou gaan. Lief hoor, maar mijn twijfel bleef bestaan.

Ik heb de knoop doorgehakt, mijn bussie ingericht en thuis alles geregeld voor een lange afwezigheid.
‘Op weg naar de Zwarte Zee’ ga ik voor een kop koffie nog even bij mijn moeder langs. Natuurlijk: ze staat helemaal achter mijn plan, vindt dat ik absoluut op reis moet gaan, maar als ik afscheid van haar neem, krijg ik een extra knuffel en staan de tranen in haar ogen…

Ik weet heus wel, dat die borden langs de Duitse autowegen een andere betekenis hebben dan wat veel Nederlanders-op-reis er onbewust van maken, maar met twee recente crematies vlak voor mijn vertrek en die tranen van mijn moeder op mijn netvlies, zit ik toch een beetje te piekeren en te somberen als ik de eerste dag kilometers maak op de Autobahn.
Had ik dan toch niet beter…
Is het nou wel verstandig dat ik…
In de loop van de dag slaat mijn stemming gelukkig om.
De twijfel blijft, zal deze hele reis wel blijven, maar is niet bepalend voor mijn reisplezier. Oekraïne ik kom eraan!

Twee Duitsers

#Eins
Als ik het sanitairgebouw van de camping binnenstap, kijk ik rond waar de toiletten zijn. Ik zie wel een rijtje ‘pisbakken’, maar ik zit liever. Ik open een deur van een aangrenzende ruimte en zie daar vier toiletten. Ik stap die ruimte binnen, laat de deur achter me open staan en ga een van die toiletten in. Op dat moment komt een oudere medekampeerder binnen. We groeten elkaar. Ik zit nog maar net of de deur van de toiletruimte wordt met een woeste klap dicht gesmeten, niet nadat mijn medezeikerd me heeft toegebeten: ‘Die Türe sind zum schliessen, ja!’. Vanachter m’n wc-deur mompel ik een verbluft ‘entschuldigung‘. Entschuldigung? Waarom maak ik in vredesnaam mijn excuses? Ik lijk wel gek!

#Zwei
Als ik de volgende morgen de camping verlaat en me meld om af te rekenen, schudt de man bij de receptie me vriendelijk de hand en stelt zich voor. Of ik nog even wil aanwijzen waar ik precies heb overnacht, want hij moet de gebruikte stroom nog opnemen. Wandelend naar mijn overnachtingsplek vraagt hij belangstellend waar de reis naar toe gaat. Als ik hem vertel op weg te zijn naar Oekraïne, houdt hij me staand en klopt zoekend op mijn jas. ‘Oekraïne! En waar heeft u uw pistool verstopt?’

Terug in zijn kantoortje maakt hij de rekening op:
‘Dat is dan € 5 voor uw camper, € 4,50 voor uw persoon en (hij kijkt even op een lijst) € 0,34 voor de stroom…’ Ik betaal en krijg uit een mand nog een snoepje mee ‘voor onderweg’. De man draait het hek van de camping voor me open. Hij neemt zijn pet af, maakt een buiging, geeft me een hand en wenst me een goede reis. Als ik de camping afrijd, staat hij stram naast het hek en salueert…

Onderweg #1

Als ik invoeg op de A15 meldt Claire-mijn-Garminnetje: ‘Blijf deze weg volgen voor 552 kilometer.’ Saai, maar het schiet wel op. Twee-, vaak driebaans wegen. De cruisecontrole op 120, de radio aan, kilometers maken…

Saai?
Na de grensovergang met Polen verandert de naam van A15 in E36. Maar dat is niet het enige verschil. Het wegdek is slecht, bar slecht, onbeschrijflijk slecht. Er mag niet harder gereden worden dan 80, op sommige stukken maar 60. En harder dan die voorgeschreven snelheid laat je wel uit je hoofd. M’n bussie vreet schoktrillend de kilometers weg, alles rammelt en schudt. Als het even kan, rijdt het verkeer op de linkerbaan, die iets minder gehavend is. Dat duurt zo’n vijftig kilometer. Met een zucht van verlichting rijd ik het gladde asfalt op.

Wisselgeld

Voor ik er erg in heb (…), rijd ik vanuit Polen onverwachts Slowakije binnen. Ik had in Polen nog even brood willen kopen en verbijt me nu, dat ik geen Slowaaks geld heb. Vervelend: moet ik eerst weer ergens stoppen om geld te wisselen. En dat voor een paar kleine boodschapjes! Maar dan zie ik de eerste kilometers op Slowaaks grondgebied op alle reclameborden prijzen in euro’s staan. Probleem opgelost. Hoe bedoel je: Frits gaat goed voorbereid op reis?

Oekraïne!

Er staan twee korte rijtjes auto’s voor de grensovergang van Slowakije naar Oekraïne. Ik sluit aan achter een vaalwit, geblutst en geroest bestelbusje, omdat ik in de gauwigheid gezien heb dat het tot aan het dak afgeladen vol zit met bagage. Ik ga er van uit, dat de beambten dat busje voor me wel nauwkeurig willen onderzoeken en dan bij mijn bussie minder zin hebben in een uitgebreide controle. Ik vraag me trouwens af waar die zes personen nog moeten zitten die naast het voertuig een sigaretje staan te roken en ongedurig op hun horloge kijken. Het is twaalf uur. Wachtend in de rij en om de zoveel tijd een stukje oprijdend, maak ik wat broodjes en koffie klaar.

Een Slowaakse grensbeambte komt mijn paspoort en ‘het paspoort van mijn bussie’ ophalen. Na enige tijd komt zij terug en wil de kilometerstand van de auto weten en hoeveel brandstof er in de tank zit. En of ik de achterdeuren even wil open maken. Ze werpt nauwelijks een blik naar binnen en loopt door naar de auto achter me.

Als ik net heb afgewassen (het leven gaat gewoon door nietwaar?) komt een tweede beambte. Hij gaat wat grondiger te werk. De motorkap moet open en hij schijnt met een zaklantaarn in alle hoeken en gaatjes. Dat doet hij ook binnen. Alle kastdeurtjes gaan open, de besteklade wordt gecontroleerd, de koelkast geïnspecteerd en er wordt onder het bed gekeken. Ik verbaas me eigenlijk over de oppervlakkigheid van zijn controle. Ik had verwacht, dat alles overhoop gehaald zou worden, maar dat valt reuze mee. Alleen de kist met honderd sigaren in de kledingkast trekt zijn aandacht. Wat daar inzit, is zijn vraag en of ik hem even wil openmaken. Hij maakt er geen probleem van. Dat doet hij ook niet als ik de achterdeuren voor hem open. Hij zucht bij de aanblik van zoveel kratjes, tikt even met zijn schroevendraaier op het kratje medicijnen, schijnt onder het bed naar binnen en stelt vast dat de hele ruimte gevuld is met voorraadkratjes. Hij haalt zijn schouders op en gebaart me, dat ik de deuren weer kan sluiten. Ik mag een stukje oprijden tot aan de douanehokjes. Hij gebaart me bij het loket te wachten tot mijn papieren in orde zijn gemaakt. Het bestelbusje voor me, waarvan de bagage naar buiten kieperde toen de achterdeuren open gingen, is inmiddels uit de rij gehaald en wordt door twee douaniers binnenstebuiten gekeerd… Ik krijg mijn papieren terug en mag doorrijden.

Na vijfhonderd meter niemandsland herhaalt zich het hele procedé, maar nu uitgevoerd door Oekraïense grensbeambten. Maar ook hier weer diezelfde nonchalance. Er wordt zelfs nog minder gecontroleerd dan aan de Slowaakse kant, de luikjes in de vloer worden niet eens open gemaakt en het enige verschil is, dat er gevraagd wordt of ik wapens bij me heb. Als ik dat ontken, mogen alle deurtjes weer dicht en krijg ik mijn papieren. Ik berg de paperassen op, start de motor en rijd Oekraïne binnen.

Maar ik heb te vroeg gejuicht. Tweehonderd meter verderop staat een marechaussee bij een slagboom die me laat stoppen. Hij maakt een gebaar dat hij mijn papieren wil zien. Hij blijkt niet geïnteresseerd in mijn paspoort en autopapieren, maar in het kleine briefje-met-stempel dat ik vijf minuten geleden van zijn collega heb gekregen. Hij pakt het van me aan, werpt er een blik op en doet dan de slagboom voor me open. Zes beambten, drie broodjes kaas, een kop koffie en een dikke sigaar later rijd ik na een twee uur durende controle Oekraïne binnen.

Geen zin meer vandaag nog veel te ondernemen, heb ik Claire-mijn-Garminnetje een camping laten zoeken. Die blijkt eenendertig kilometer verderop te zijn. Maar als ik na vijf kwartier (…) mijn ‘bestemming bereikt’ heb, sta ik aan het einde van een modderweggetje vol kuilen voor een groot hek met een enorm hangslot erop. Achter het hek is een groot huis in aanbouw en wat losse kleine gebouwtjes. Er komt een man naar het hek. Natuurlijk (die ervaring had ik al eerder bij mijn eerste contacten met de Oekraïners) spreekt hij alleen Oekraïens, Hongaars en Russisch. Maar veel gebaren zijn er niet nodig om me duidelijk te maken, dat er op deze plek geen camping is. Er komt een auto het modderpad oprijden. Aan zijn kleding te oordelen, schat ik in dat het de eigenaar is van het in aanbouw zijnde huis. Op mijn vraag of hij weet waar hier in de buurt een camping is, kijkt hij even bedenkelijk, maar maakt me dan -in het tiental woorden Engels dat hij beheerst- duidelijk hem te volgen. Opgelucht slinger ik achter de man aan. Na zo’n tien minuten rijdt hij de oprijlaan van een hotel op. ‘Kijk’, zegt hij, ‘een camping is hier niet, maar in dit hotel kun je heerlijk slapen!’ Ik bedank hem voor zijn moeite en stap het hotel binnen.

Ik pieker er niet over een hotelovernachting te maken, maar wil de man niet voor het hoofd stoten. Bij de receptie (alleen Oekraïens, Hongaars en Russisch natuurlijk) vraag ik -wijzend op mijn bussie- toestemming om naast het hotel de nacht te mogen doorbrengen. Tot mijn verbazing is dat geen enkel probleem. Overmoedig vraag ik of ik ook elektriciteit kan krijgen, maar dat gaat de receptioniste toch te ver. Ik parkeer mijn bussie, haal een borstel door m’n haar en wandel naar het vijfhonderd meter verder gelegen restaurant.

Met een uitnodigend gebaar wijst de ober me op een tafeltje, nadat ik het internationale gebaar voor eten heb gemaakt. Maar als het op bestellen aankomt, wordt het moeilijker. Gelukkig schiet een jongeman te hulp die Engels spreekt. Hij raadt me een ‘typische Oekraïense’ maaltijd aan en terwijl ik op mijn bestelling zit te wachten, raken we in gesprek. Gabron heeft medicijnen gestudeerd, werkt noodgedwongen ‘tijdelijk’ in een apotheek en verdient in de weekeinden een centje bij door in dit restaurant op het elektronisch orgel te spelen. Hij is zo in zijn schik nu eindelijk zijn kennis van de Engelse taal met iemand te kunnen delen, dat hij me aanbiedt speciaal voor mij wat Engelstalige liedjes te zingen. Mijn hartgrondige hekel aan ‘levende muziek’ tijdens een maaltijd verloochenend, reageer ik enthousiast op dit aanbod. Heb ik dat!

Als ik terug kom bij m’n bussie, stapt er vanuit het hotel een man op me af. Ze blijken tijdens mijn afwezigheid toch te hebben nagedacht over die vreemde gast op de parkeerplaats. Natuurlijk mag ik blijven staan en ze kunnen ook elektriciteit voor me regelen. Voor € 15 maakt hij alles in orde! Het is inmiddels donker geworden, ik heb een biertje op bij het eten, dus er is geen keuze. Of toch wel? Als alles is geregeld en aangesloten, betaal ik het verschuldigde bedrag bij de receptie.
‘Hoeveel kost eigenlijk een kamer hier?’, vraag ik.
‘Twintig euro, mijnheer, inclusief ontbijt’, is het antwoord terwijl ze een kamersleutel op de balie legt.
‘Nou nee, ik hoef geen kamer. Maar eh… kan ik een rekening krijgen voor mijn overnachting en stroomgebruik buiten?’
‘Nee mijnheer, dat is in Oekraïne niet gebruikelijk…’
Voor vijf euro meer had ik dus in een heerlijk tweepersoonsbed kunnen slapen, de volgende morgen een lekkere douche kunnen nemen en uitgebreid kunnen ontbijten. Maar nee, ik loop naar m’n bussie, zet de verwarming aan en kruip na een poezenwasje onder het koud-klamme dekbed. Als ik me omdraai om te gaan slapen, begint het hard te waaien en te regenen. Vijf euro. Wie is er nou gek?

Wie is er nou gek?
Ik misschien als ik de volgende morgen mijn toiletspulletjes bij elkaar graai en me bij Viktoria-van-de-receptie meld om te gaan douchen. Geen probleem (…): ze stuurt iemand mee om me de douche te wijzen en ik krijg shampoo en zeepjes aangereikt. Als ik fris gedoucht het hotel weer wil verlaten, roept Viktoria vanachter de balie, dat de ontbijtzaal op de eerste verdieping is en dat ik daar terecht kan tot elf uur.
Ik laat het me smaken, ruim de rommel in m’n bussie op en vertrek. Mijn tocht door Oekraïne gaat vandaag dan echt van start.

(more or less) Translate »