2011 Camper Frankrijk en Spanje

Nerja

Nerja: zo’n prachtige plek volgens Alfonso VII, dat hij het uitzicht over de oceaan tot aan Afrika het ‘balkon van Europa’ noemde.

Ochtendgesprek

‘Goeiemorgen.’
‘Ook goeiemorgen.’
‘Wat heeft het vannacht geregend, hè?’
‘En gewaaid, niet normaal meer.’
‘Alles verder goed?’
‘Mwah, kijk maar even naar buiten…’
‘Oeps! Volgende keer de luifel misschien wat schuiner naar beneden zetten?’
‘Ja. En een scheerlijntje. Koffie?’
‘Zo meteen. Eerst een foto…’

Hoe en wat?

Sinds een paar dagen ben ik in het bezit van zo’n handig boekje voor Spaans onderweg. Had ik natuurlijk al, maar dat ligt thuis…
Blijkt toch wel nut te hebben, zo’n boekje. Hoef ik (na anderhalve week Spanje) tenminste in het restaurant niet met handen-en-voeten-werk de ober te vragen wat in vredesnaam een pollo asado, een bacalo al pil pil of huevos con panceta zijn.

Bladerend door dat boekje kwam ik ook een aantal zinnetjes tegen die helemaal op mij van toepassing lijken te zijn:
Perdón (Neem me niet kwalijk), Cuánto lo siento! (Het spijt me erg) en No ha sido culpa mia! (Het is mijn schuld niet).

Maar de leukste bladzijde is die met de kop Spreektaal, met als onderkop: ‘Het kan zijn dat u deze woorden of uitdrukkingen onderweg hoort; gebruikt u ze zelf, dan loopt u enig risico…’
Een bloemlezing:

– Ik ben totaal bezopen!
– Ga alsjeblieft weg!
– Hoerenjong!
– Hou’ je bek!
– Imbeciel
– Oh, mijn God!
– Ik maak maar een grapje.
– Verdomme!
– Sodemieter op!

Zoals gezegd: altijd handig zo’n boekje…

Een wereld van verschil

Stond ik zo’n week of twee geleden helemaal alleen op de camping in Bunus, het verschil met de stadscamping in Sitges had niet groter kunnen zijn. In Bunus geen beheerder aanwezig bij aankomst, in Sitges een keurig uniform bij de receptie.
In Bunus een beheerder die zich later meldt en geen ID-kaart hoeft te zien (een kwestie van vertrouwen immers?),
in Sitges (regels zijn regels nietwaar?) moeten twee ID-kaarten bij de inschrijving worden overlegd. De kaart van vriendin blijft achter in het kantoor: die krijgt ze morgenochtend terug als u betaalt en uitcheckt.
Het receptie-uniform plakt een sticker op m’n voorruit, waarna een ander uniform-op-de-fiets voor me uit rijdt naar m’n plek. De elektriciteit komt hij ‘over een minuut of tien’ aansluiten.
Het waarom wordt me duidelijk als ik me na een half uurtje bij de receptie meld met de vraag of de stroom kan worden aangesloten. De fiets neemt een sleutel mee, waarmee hij de elektriciteitskast opent en eigenhandig mijn stekker aansluit.
En als ik morgen wil vertrekken? Simpel: uitchecken bij de receptie, betalen en dan komt de fiets weer met de sleutel. Regels zijn er voor het gerief van de gasten, nietwaar? En anders doet iedereen maar…

En ach, misschien zijn al die regeltjes en maatregelen wel nodig, want de camping is vol, bomvol. En voor die € 32,50 die ik hier voor een overnachting betaal, staat er wel vrijwel constant een poetsdame de toiletruimtes schoon te houden. En kan ik morgenochtend een verse, warme baguette in het winkeltje gaan halen.
En is er ’s nachts twee man securidad, die erover waken dat er niemand het terrein opkomt en dat de nachtrust wordt gehandhaafd.
En gaan exact om twaalf uur de slagbomen dicht bij alle paden. Moet er trouwens niet aan denken wat de gevolgen zouden zijn bij een calamiteit. Hoe komen al die kampeerders zonder paniek en ongeschonden van het terrein af bij -laat ik wat noemen- een ontploffende gasfles of zoiets? Het zou me niet verbazen als ze daar een keurig rampenplan voor hebben klaarliggen. Regels, nietwaar?

Beau temps?
  • Vandaag precies een week onderweg. Nog niet één keer m’n zonnebril opgehad…
  • Als ik mijn bed uitstap, kijk ik een beetje rillerig op de binnenthermometer: 14,20 C…
  • Rijdend op een weg met de nodige tunnels zegt vriendin: ‘Hè, lekker. Hebben we het toch af en toe nog even droog…’
  • Ooit bezong Charles Trenet zijn land in een prachtig chanson: Douce FranceMet de regelmatig zwiepende ruitenwissers voor m’n neus kom ik -met mijn beperkte kennis van de Franse taal- gaandeweg tot een eigen interpretatie:
    Douce France
    Regardez la pluie commence
    Le soleil toujours absence…
Parkplatz

Is het echt 14 juli?
De ruitenwissers gaan bijna onophoudelijk heen en weer, op Schiphol zijn drie startbanen gesloten vanwege de harde storm en bij de benzinepompen onderweg komt de digitale temperatuur aanduiding niet boven de 14 graden.

Het is inderdaad 14 juli en rond een uur of vier heb ik geen zin meer vandaag nog verder te rijden. Niet vanwege het slechte weer. Het is de allereerste reisdag en het zal toch wel beter worden? Na een hele dag door Duitsland te hebben getoerd, ben ik net België ingereden. Vreemd wel, dat alle borden en opschriften nog in het Duits zijn.

Maar goed, een camping dus. Ik ben gewend op de route uit te kijken naar een bordje, maar (als zo vaak): de hele dag overal talloze bordjes gezien die verwijzen naar even zo vele campings en nu niks meer. Tot ik na zo’n drie kwartier door de beregende voorruit een bordje ontwaar: Camping Congolo, annex drukkerij, annex wellness & massage (…). Het zal allemaal wel. Ik vind alles best, ook al mogen we van de vriendelijke mevrouw niet auf der Wiese, want daar is het bussie te zwaar voor.
Maar natuurlijk kunnen we op het gravelpad voor de ingang naar de kampeerweide overnachten en als we vijf minuutjes geduld hebben, sluit ze ook de stroom nog voor ons aan. Geen enkel probleem allemaal, want we zijn toch de enige gasten.
Of er ook een restaurant op de camping is. Dat is er dus niet (later zullen we ervaren hoe belachelijk die vraag was), maar vier kilometer terug is in Walhorn een restaurant. Normaal gesproken niet echt een probleem een stukje te lopen (hoewel, vier kilometer: dan is de honger wel heel erg en moet er iets overwonnen worden), maar met harde wind en striemende regen lokt een wandeling mij niet.
Het bussie wordt vlak voor de ingang van de Wiese op het gravel geparkeerd. Ik heb uitzicht op een haveloze loods, waar ook de stroom vandaan wordt gehaald.

Het is allemaal een beetje tweeslachtig hier op Congolo. Aan de ene kant doen ze erg hun best het er gezellig te laten uitzien, aan de andere kant is het nogal shabby en ‘authentiek’. En waarom die verdwaalde (?) grafsteen halverwege de toerit daar nou staat? Ik had het de eigenaresse graag willen vragen, maar ik heb haar niet meer gezien.

Ik maak koffie en bestudeer de folder die ik bij de receptie heb meegekregen. Het blijkt dat ik me (een tiental kilometer voor het bekendere Eupen) in de Duitstalige Gemeenschap van België bevind. Een zelfstandige politieke entiteit, een kleine deelstaat in het gefederaliseerde België, waar Duits de voertaal is. Vandaar dat Duits langs de weg. Wat ben ik toch weer lekker voorbereid op reis gegaan…
En ze doen hun best hoor met hun mooie folder. Tweetalig ook nog: naast de Duitse tekst staat keurig netjes de Nederlandse vertaling.
Niet helemaal vlekkeloos: ‘Wij danken voor uw verblijf op onze camping en hopen dat u een goede tijd bij ons zullen hebben. In dit boekje vindt u enkele suggesties van wat je kunt doen vanaf hier. Suggesties van u, dit boekje te voltooien, we graag toevoegen’.
Blijkbaar zijn ze niet zo zeker van hun Nederlandse teksten, want het eindigt met: ‘Als we fouten gedaan in de tekst in het Nederlands -of in de formulering, dus we laten het aan excuses.’
En -hoe consequent- in de sanitaire ruimte gaat dit krom-Nederlands onverdroten door:

Liever gast,
Verlaat deze plaats zoals U hem betreden heeft.
Die die na U deze plaats gaat opvinden,
Moet hem zo opvinden zoals U hem opgevonden heeft.
U voorganger heeft er rekening met gehouden,
Die die na U komt, dankt U.
Wij ook.
De Camping administratie

Als de folder helemaal is gelezen (wat zijn er veel kastelen in de omgeving, wat is er een prachtige natuur, wat kun je fijn wandelen of fietsen, maar gelukkig is er ook een chocoladefabriek in Eupen te bezichtigen!), nodigt het almaar slechter wordende weer steeds minder uit tot een acht kilometer lange wandeling naar een restaurant.

Het is niet anders: op de aller, allereerste avond wordt er al een noodmaaltijd aangesproken. De keuze is beperkt: een zak mosterdsoep of een blik nasi. Het wordt nasi. Met een gebakken eitje erbij. Dat dan weer wel.

Sierra Nevada

De ‘thuisreis’ gaat door de Sierra Nevada. Het schiet niet op, je maakt heel veel kilometers, maar komt niet veel noordelijker. Maar wat een schitterend, ruig landschap! Dan maar geen haast.

En laat die ruige Sierra Nevada nu als twee druppels water op de Amerikaanse prairie lijken. Dus werden er vroeger in de buurt van het plaatsje Tabarnas de zogenaamde spaghetti-westerns opgenomen. De locatie is er nog steeds en inmiddels omgebouwd tot een pretpark.

Dat hebben ze in Nederland niet

Kijk, als je nu toch insecticide verkoopt, geef het dan ook een toepasselijke naam.
Doen ze in Spanje dus.
Je ziet het bijna voor je: zzzzz, zzzzz……. paff!

Dubbele verjaardag

21 juli: een dubbel verjaardagsfeest op camping Le Peyret Bas bij Villefranche-du-Périgord. Dochter Saskia en kleinzoon Jurgen worden in het zonnetje gezet.
Met ’s avonds nog een zwemoptreden voor alle campinggasten, verzorgd door Karlijn, Jesse, Emma en Kimberly.

Voetwassing

De overnachtingsplek am Bach nabij Gerolstein nodigt uit tot een grondige, broodnodige voetwassing.

(more or less) Translate »