2011 Camper Frankrijk en Spanje

Parkplatz

Is het echt 14 juli?
De ruitenwissers gaan bijna onophoudelijk heen en weer, op Schiphol zijn drie startbanen gesloten vanwege de harde storm en bij de benzinepompen onderweg komt de digitale temperatuur aanduiding niet boven de 14 graden.

Het is inderdaad 14 juli en rond een uur of vier heb ik geen zin meer vandaag nog verder te rijden. Niet vanwege het slechte weer. Het is de allereerste reisdag en het zal toch wel beter worden? Na een hele dag door Duitsland te hebben getoerd, ben ik net België ingereden. Vreemd wel, dat alle borden en opschriften nog in het Duits zijn.

Maar goed, een camping dus. Ik ben gewend op de route uit te kijken naar een bordje, maar (als zo vaak): de hele dag overal talloze bordjes gezien die verwijzen naar even zo vele campings en nu niks meer. Tot ik na zo’n drie kwartier door de beregende voorruit een bordje ontwaar: Camping Congolo, annex drukkerij, annex wellness & massage (…). Het zal allemaal wel. Ik vind alles best, ook al mogen we van de vriendelijke mevrouw niet auf der Wiese, want daar is het bussie te zwaar voor.
Maar natuurlijk kunnen we op het gravelpad voor de ingang naar de kampeerweide overnachten en als we vijf minuutjes geduld hebben, sluit ze ook de stroom nog voor ons aan. Geen enkel probleem allemaal, want we zijn toch de enige gasten.
Of er ook een restaurant op de camping is. Dat is er dus niet (later zullen we ervaren hoe belachelijk die vraag was), maar vier kilometer terug is in Walhorn een restaurant. Normaal gesproken niet echt een probleem een stukje te lopen (hoewel, vier kilometer: dan is de honger wel heel erg en moet er iets overwonnen worden), maar met harde wind en striemende regen lokt een wandeling mij niet.
Het bussie wordt vlak voor de ingang van de Wiese op het gravel geparkeerd. Ik heb uitzicht op een haveloze loods, waar ook de stroom vandaan wordt gehaald.

Het is allemaal een beetje tweeslachtig hier op Congolo. Aan de ene kant doen ze erg hun best het er gezellig te laten uitzien, aan de andere kant is het nogal shabby en ‘authentiek’. En waarom die verdwaalde (?) grafsteen halverwege de toerit daar nou staat? Ik had het de eigenaresse graag willen vragen, maar ik heb haar niet meer gezien.

Ik maak koffie en bestudeer de folder die ik bij de receptie heb meegekregen. Het blijkt dat ik me (een tiental kilometer voor het bekendere Eupen) in de Duitstalige Gemeenschap van België bevind. Een zelfstandige politieke entiteit, een kleine deelstaat in het gefederaliseerde België, waar Duits de voertaal is. Vandaar dat Duits langs de weg. Wat ben ik toch weer lekker voorbereid op reis gegaan…
En ze doen hun best hoor met hun mooie folder. Tweetalig ook nog: naast de Duitse tekst staat keurig netjes de Nederlandse vertaling.
Niet helemaal vlekkeloos: ‘Wij danken voor uw verblijf op onze camping en hopen dat u een goede tijd bij ons zullen hebben. In dit boekje vindt u enkele suggesties van wat je kunt doen vanaf hier. Suggesties van u, dit boekje te voltooien, we graag toevoegen’.
Blijkbaar zijn ze niet zo zeker van hun Nederlandse teksten, want het eindigt met: ‘Als we fouten gedaan in de tekst in het Nederlands -of in de formulering, dus we laten het aan excuses.’
En -hoe consequent- in de sanitaire ruimte gaat dit krom-Nederlands onverdroten door:

Liever gast,
Verlaat deze plaats zoals U hem betreden heeft.
Die die na U deze plaats gaat opvinden,
Moet hem zo opvinden zoals U hem opgevonden heeft.
U voorganger heeft er rekening met gehouden,
Die die na U komt, dankt U.
Wij ook.
De Camping administratie

Als de folder helemaal is gelezen (wat zijn er veel kastelen in de omgeving, wat is er een prachtige natuur, wat kun je fijn wandelen of fietsen, maar gelukkig is er ook een chocoladefabriek in Eupen te bezichtigen!), nodigt het almaar slechter wordende weer steeds minder uit tot een acht kilometer lange wandeling naar een restaurant.

Het is niet anders: op de aller, allereerste avond wordt er al een noodmaaltijd aangesproken. De keuze is beperkt: een zak mosterdsoep of een blik nasi. Het wordt nasi. Met een gebakken eitje erbij. Dat dan weer wel.

Voetwassing

De overnachtingsplek am Bach nabij Gerolstein nodigt uit tot een grondige, broodnodige voetwassing.

Onderweg #1

Eerst maar even dit.
Confronterend, maar terecht.

Bij de Toeristen Informatie in de stad Bastogne:
‘Nee. Bastognekoeken hebben niets met deze stad te maken. Dat komt nou bijna iedere Hollander hier vragen…’

Goedbedoelde raad van de Duitse campingbeheerder:
‘En als u ’s avonds of ’s nachts naar de wc moet, staat hier in de hoek een stok. Die kunt u gebruiken om het licht aan te doen. Kijk, de schakelaar zit daar aan het plafond. Anders gaan de kinderen met het licht spelen, hè en dan blijft het de hele nacht aan…’

Twee stellen Hollanders in het cafetaria van een Franse camping:
‘Meid, ik wijs gewoon op de kaart aan wat ik hebben wil. Aan die Franse uitspraak waag ik me niet. Trouwens: als je bij ons in Zandvoort op een terrasje gaat zitten, spreekt de ober je in het Duits aan. Ik snap niet dat die Fransen geen Hollands leren praten…’

Praktisch

Altijd handig, zo’n ‘gevonden’ bordje voor het raam van je bussie als het onderweg moeilijk is een geschikt parkeerplaatsje te vinden…

Ochtendgesprek

‘Goeiemorgen.’
‘Ook goeiemorgen.’
‘Wat heeft het vannacht geregend, hè?’
‘En gewaaid, niet normaal meer.’
‘Alles verder goed?’
‘Mwah, kijk maar even naar buiten…’
‘Oeps! Volgende keer de luifel misschien wat schuiner naar beneden zetten?’
‘Ja. En een scheerlijntje. Koffie?’
‘Zo meteen. Eerst een foto…’

Beau temps?
  • Vandaag precies een week onderweg. Nog niet één keer m’n zonnebril opgehad…
  • Als ik mijn bed uitstap, kijk ik een beetje rillerig op de binnenthermometer: 14,20 C…
  • Rijdend op een weg met de nodige tunnels zegt vriendin: ‘Hè, lekker. Hebben we het toch af en toe nog even droog…’
  • Ooit bezong Charles Trenet zijn land in een prachtig chanson: Douce FranceMet de regelmatig zwiepende ruitenwissers voor m’n neus kom ik -met mijn beperkte kennis van de Franse taal- gaandeweg tot een eigen interpretatie:
    Douce France
    Regardez la pluie commence
    Le soleil toujours absence…
Dubbele verjaardag

21 juli: een dubbel verjaardagsfeest op camping Le Peyret Bas bij Villefranche-du-Périgord. Dochter Saskia en kleinzoon Jurgen worden in het zonnetje gezet.
Met ’s avonds nog een zwemoptreden voor alle campinggasten, verzorgd door Karlijn, Jesse, Emma en Kimberly.

Kinderen en dronken mensen…

‘Kijk nou’, hoor ik Jurgen tegen zijn vakantievrienden op de camping  zeggen, ‘kijk nou wat ik voor m’n verjaardag heb gekregen. Deze domme shampoo.’
‘Wie heeft dat aan je gegeven?’, vraagt een van de vrienden.
‘Ja, wat denk je: m’n opa…’

Gekken en dwazen…

Leuk hè, het vuile bussie van opa ‘naast de deur’.
Kun je lekker je naam op z’n bordje schrijven.
En die van al je vakantievriendinnen.
Of je favoriete voetbalclub.

Hoe vind je het?

Van de barbecue van gisteren met de kinderen is nog een schaal kippenvlees over. Dat moet echt vandaag op, want kip-je-weet-maar-nooit en bovendien is het pakket wel erg groot in dat kleine koelkastje van het bussie.
Na drie keer onverrichter zake gestopt te zijn om zo’n handig wegwerpbarbecuetje te kopen, geef ik het op. Dan maar niet leuk buiten barbecueën. Gooi ik die kip wel in de koekenpan.

Zevenentwintig kilometer voor de Spaanse grens zie ik een bordje dat naar een camping verwijst. Geen zin meer vandaag meer kilometers te maken, volg ik dat bordje en kom terecht in Bunus (wie kent het niet?) au coeur du Pays Basque.
Dertig staanplaatsen heeft camping Inxauseta en bij mijn aankomst is er geen andere kampeerder te bekennen.
Ook geen beheerder trouwens. Wel een briefje, dat ons welkom heet en uitnodigt een plekje te zoeken.
Hoe vind je het?
Zo’n camping in the middle of nowhere. Mooie plaatsen, water en stroom bij de hand en vanuit je bussie uitzicht op de Pyreneeën. Soms helpt het toeval een handje en heb je geluk…

Niet lang nadat ik me geïnstalleerd heb, verschijnt de beheerder. Om af te rekenen, volg ik hem naar z’n kantoor en passeer daarbij de barbecue-ten-algemeen-gebruik. Maar ja, ik heb geen houtskool. Of de beheerder me daar misschien aan kan helpen?
Houtskool heeft hij niet, maar naast het kantoor ligt een enorme berg hout en daar mag ik van pakken.
‘En als u even hier kijkt’, vervolgt hij behulpzaam, terwijl hij me naast zijn kantoortje een soort huiskamer binnen troont, ‘dan vindt u hier naast de open haard aanmaakhoutjes en kranten. En mocht u het vanavond koud krijgen’, voegt hij er aan toe, uitnodigend wijzend op de luie bank en fauteuils, ‘dan kunt u gerust hier even op temperatuur komen.’

Met moeite vult de man daarna de rekening in.
‘Weet u, het is onlangs allemaal veranderd en een stuk ingewikkelder geworden. En ik doe dit nog maar een week, ziet u? Een identificatie? Niet nodig hoor, da’s een kwestie van confédiance.’ Met afkijken op een eerdere nota komt hij er uiteindelijk uit en hij schuift het briefje in mijn richting. Ik betaal € 14,50 en hij loopt nog even mee naar buiten om de warmwatervoorziening aan te zetten.

Ik maak een vuurtje en doe verwoede pogingen de kippenboutjes gaar te krijgen. Het lijkt meer op een kippencrematie, maar dat mag de pret niet drukken.
Ik bedoel: hoe vind je het?
Zo’n camping, zo’n ontvangst, zo’n medewerking, zo’n overnachting?