2010 Camper Spanje

Foto & video

Frits maakte een film over deze campertrip
Klik hier om naar de videopagina te gaan.

© Foto’s: Frits Mahn & Kitty van den Tempel

Zesendertig

‘Zijn dit de allergoedkoopste herenonderbroeken die u verkoopt?’
De verkoopster bij Hans Textiel kijkt even naar de verpakking met vier onderbroeken.
‘Klopt, mijnheer. En ze zijn nog in de aanbieding ook: vier voor drie euro.’
Ik ga terug naar de bak met ondergoed en grabbel er negen pakjes uit. Met de stapel onder m’n kin geklemd, loop ik naar de kassa. De caissière kijkt verbaasd van mij naar de stapel ondergoed. Ik heb er toch behoefte aan een en ander uit te leggen.
‘Kijk, ziet u, ik ga binnenkort op vakantie. Een maandje rondreizen met m’n camper door Spanje. En voor dit geld hoef ik vier weken geen onderbroeken te wassen. Trek ik iedere dag een schone aan en aan het eind van de dag gooi ik hem weg.’ De vrouw achter me in het rijtje bij de kassa moet grinniken en merkt op, dat ‘zoiets typisch iets voor een man is’.

‘Ik doe dit al jaren zo tijdens mijn vakanties’, voeg ik er aan toe, ‘bevalt me prima, al maak je soms wel eens rare dingen mee. Laatst zat ik veertien dagen in een hotel en ’s avonds ging de vuile onderbroek, hup, het afvalmandje in. Kom ik de volgende middag op m’n hotelkamer, heeft het kamermeisjes m’n vuile onderbroek netjes uit het afvalmandje gevist en hem keurig op de wastafel gelegd. En dat heeft ze drie dagen volgehouden…’

De kassa rinkelt.
‘Dat is dan zevenentwintig euro alstublieft. En een hele fijne vakantie!’
Fluitend verlaat ik de winkel. Zesendertig onderbroeken. Ze zien er niet uit. Maar voor vijfenzeventig cent per dag zal me dat worst zijn. Ik ben er klaar voor. De reis kan beginnen.

Never trust your GPS #1

Op weg naar de eerste overnachtingscamping Campix in het nabij Parijs gelegen Brantôme krijg ik de melding ‘over vierhonderd meter rechtsaf te slaan.’ Als ik die aanwijzing opvolg en een paar honderd meter heb gereden, kijken vriendin-en-ik elkaar aan: is dit inderdaad de juiste weg naar de camping? Is het echt de bedoeling dat we dit weggetje volgen?
Voor ons ligt een soort karrenspoor met diepe kuilen en her en der grote blokken beton. Het heeft die dag meer dan overdadig geregend en het toch al niet zo beste weggetje is veranderd in een glibberige modderpoel. Gaandeweg wordt het steeds smaller, gaandeweg schrammen takken van bomen en struiken steeds vaker en heftiger langs de camper. Even denk ik met weemoed aan de afgelopen week waarin ik bezig ben geweest m’n bussie een extra schoonmaak- en poetsbeurt te geven.
Veel tijd om daarbij stil te staan heb ik niet, want het karrenspoor vergt al mijn aandacht. Ruimte om plassen en kuilen te ontwijken, is er inmiddels niet meer en ik moet ook de vaart er nog inhouden, omdat de ‘weg’ behoorlijk omhoog loopt en ik bang ben naar beneden te glibberen. Na veel geploeter (arm bussie!) kom ik bij een T-kruising met een redelijk verharde weg. Moet ik links? Moet ik rechts? Nergens een bordje te bekennen.

Even verderop staat een man driftig te gebaren, dat we zijn kant op moeten komen. Het blijkt de eigenaar van de camping te zijn die ons even later hartelijk welkom heet in zijn reception.
‘Ik zag u al aankomen over de verkeerde weg. Een GPS zeker? Vertrouw hem niet: iedereen wordt een afslag te vroeg naar mijn camping gestuurd en dan moeten ze over dat verschrikkelijke pad. U heeft nog geluk, dat u zo’n kleine camper heeft, want vorige week kwam er iemand met een grote caravan… Nou ja, u bent er. Zoekt u maar een plaatsje en als u morgen weer vertrekt, volg dan alsjeblieft het asfaltweggetje. Bent u snel en eenvoudig zo weer op de grote weg…’

Never trust your GPS #2

Geen zin om nog veel langer door te rijden, heb ik tijdens een stop de campinggids erbij gepakt om een overnachtingsplek op te zoeken even ten noorden van Bordeaux. Als extra service vermeldt de gids ook de coördinaten van iedere camping. Reuze handig: coördinaten invoeren in de GPS. nog even controleren of het juist is, voor de zekerheid nog eens vergelijken met de getalletjes in de campinggids en gaan! Probleemloos stuurt de GPS me naar de bestemming. Heerlijk toch zo’n navigatiesysteem?

Als ik na een klein uurtje met zwiepende ruitenwissers door de stromende regen heb gereden, meldt Claire-mijn-Garminnetje dan ook keurig: ‘bestemming bereikt aan rechterzijde’. Helaas is er geen camping ‘aan rechterzijde’ te bekennen. Wel een onverharde weg met aan het begin het weinig hoopvolle, handgeschreven bordje chemin privé. Ik sta in een volkomen uitgestorven landschap. Al tijden heb ik ook al geen medeweggebruikers gezien. Ik besluit Claire te herprogrammeren en voer nu de naam van de betreffende camping in. Wie schetst mijn verbazing als blijkt, dat ‘mijn’ camping op 112 kilometer afstand blijkt te liggen van het punt waar ik me bevind. Geen zin om in de stromende regen die dikke honderd kilometer alsnog af te leggen, laat ik de GPS de dichtstbijzijnde camping opzoeken. Die is redelijk in de buurt, maar als ik na tien minuten het kampeerterrein opdraai, sta ik voor een gesloten reception. Een briefje aan de deur maakt duidelijk dat de camping pas op 1 mei open is. Uit een van de huisjes komt gelukkig de eigenaar op me toegelopen. Hij begrijpt mijn probleem: als ik wil, mag ik blijven staan, alleen is er nog geen water, de elektriciteit is nog niet aangesloten en de douches en de toiletten kunnen niet worden gebruikt. Hij weet wel (kwartiertje hier vandaan) een camping die wel open is. Hij is zelfs zo hulpvaardig die camping voor de zekerheid even te bellen en te melden dat er twee Hollanders onderweg zijn met een camion vert

En wat is ze aardig, de vrouw van de camping waar ik terecht kom. En wat is het makkelijk, dat ze Hollandse is.
‘Nee, de camping gaat eigenlijk pas morgen open, maar alles is al aangesloten. Er zijn nog helemaal geen andere gasten, maar als je dertien euro betaalt, mag je gaan staan waar je wilt. Veel plezier en voor morgen een goede reis!’

Ik parkeer m’n bussie pal voor het toiletgebouw. Iets te pal, want als ik (nooit tevreden) nog een stukje verder wil rijden, zit ik muurvast in de drassige bosgrond. Met veel geslip, veel gas en een rubberlucht die doordringend over de camping waait, krijg ik m’n bussie weer los en parkeer hem voor de nacht op het pad.
Als ik uitstap, zie ik pas wat ik heb aangericht. In de bosgrond heb ik een diepe voor getrokken, maar -erger nog- met mijn geploeter heb ik een heel stuk muur van het hagelwitte toiletgebouw volledig onder de modder gespetterd. Dat betekent na het eten extra corvee om die muur weer netjes schoon te spuiten…

Bril

Ik heb geen reservebril bij me.
Valt op de tweede avond het glas uit m’n bril en is het montuur beschadigd.
Krijg ik met geen mogelijkheid dat glas er weer in.
Maak ik een bril-reparatie-stop in Bayonne.
Mag ik over een kwartiertje in de winkel terugkomen.
Is de bril gerepareerd.
Hoef ik niks te betalen.
Service mijnheer!

Bayonne: Hammenfest

Dik verdiend

Na twee-en-een-halve reisdag met afwisselend regenbuien, straffe wind en lage temperaturen, word ik bij aankomst op de eerste Spaanse camping in Zarautz verblijd met een stralend zonnetje.
Ik krijg een plekje toegewezen aan de rand van de camping. Vanuit mijn bed zie ik de golven van de zee aanrollen. De luifel gaat uit, de stoelen naar buiten, de natte kleding aan de lijn en de kurk van de fles Rioja.

Goede Vrijdag #1

De camping stroomt vanaf donderdagavond vol met voornamelijk Spaanse surfers. In een paar uur tijd krijg ik op mijn idyllische, helemaal-voor-mezelf-alleen-plekje met uitzicht over de Golf van Biskaje volop buren. De ruimte tussen mijn medekampeerders benadert die van een vol parkeerterrein…

Goede Vrijdag #2

Ik word wakker van de harde wind die vanuit zee over de camping raast.
Het bussie staat te schudden in de storm. Ondanks de extra scheerlijnen worden de staanders onder de luifel weggeblazen. Schoenen aan, met een zaklantaarn in pyjama naar buiten en de luifel ingedraaid…

Goede Vrijdag #3

San Sebastiàn ligt een krappe twintig kilometer vanaf de camping in Zarautz. Na drie dagen kilometers vreten om in Spanje te komen is dit de ideale bestemming voor een rustig dagje flaneren langs de boulevard en slenteren door de nauwe straatjes van de oude binnenstad. Maar het is Goede Vrijdag en het lijkt erop, dat half Spanje het plan heeft opgevat te flaneren en slenteren. Als ik de stad binnenrijdt, valt me vooral de enorme drukte op. Overal waar ik kijk geparkeerde auto’s. Na anderhalf uur zoekend rondrijden, vind ik eindelijk een parkeerplek voor m’n bussie.

San Sebastiàn: mooie stad, veel historie en -volgens de folder- het gastronomisch centrum van Baskenland. Maar: de beroemde kathedraal is gesloten en voor de lunch kom ik terecht in een veredelde hamburgertent met een hoog gehalte aan jengelende kinderen.

Guggenheim

Grootste publiekstrekker in Bilbao: het Guggenheimmuseum voor moderne kunst. Schitterende architectuur. Prachtige kunstwerken. Adembenemend. En ga je naar het toilet…

En kom je na afloop buiten, dan krijg je links en rechts foldertjes aangereikt, die je uitnodigen een hapje te komen eten.

Koffiestop

Het hoeft niet altijd een wegrestaurant te zijn of een leuk-tentje-onderweg.
Je kunt je bussie ook parkeren bij de haven van Lekeitio en zelf een kopje oploskoffie maken met een chocolade-pindakoek van Albert Heijn…

Snoeiwerk

Opvallende manier van bomen snoeien hebben ze in Spanje…

Santander

Campingpraat

Het was behoorlijk somber en regenachtig weer de afgelopen dagen. Maar aangekomen op de nauwelijks bezette camping van Santillana del Mar zit ik lekker in het zonnetje met een glaasje Zuidafrikaanse rosé en een handje gemengde nootjes van Super de Boer (je bent per slot van rekening in Spanje nietwaar?).

Er komt een medekampeerder-op-leeftijd voorbij. Hij groet vriendelijk, wijst naar de blauwe hemel en vraagt belangstellend wat dat voor ding is, dat daar in de lucht staat.
‘Dat is de zon, mijnheer’, antwoord ik.
‘Ah’, doet de man begrijpend, ‘was ik toch bijna vergeten hoe die eruit zag…’

Santillada del Mar

Voorseizoen #1

Dat eet wel héél erg rustig als je zo vroeg in het seizoen in het restaurant van camping Santillana del Mar aanschuift…

Prohibited

Rijd ik speciaal naar Comillas om een gebouw van Gaudi te bekijken, hangt er aan het hek een bordje:

Vraagje #1

Zo zorgvuldig kan ik de waslijn, het elektrasnoer of een touwtje niet oprollen of het zit altijd en eeuwig weer in de knoop als ik het een volgende keer uitrol. Kan iemand dat uitleggen? Heb ik dat alleen? Bah! Ergernis.

Pieken

Schitterend!
Wat een prachtige tocht door het berggebied van de Picos de Europa. En met dat ondergrondse treintje dwars door de berg naar Bulnes, het meest afgelegen dorpje van Europa. En later met de kabelbaan naar de hoogste top. Sta je zomaar letterlijk op de sneeuwgrens. Schitterend dus. Prachtig.

En dan sta je aan het eind van zo’n dag weer aan zee.
Van de ‘eeuwige sneeuw’ naar de aanrollende golven.

Fantastico!

‘U wilt het menu del dia? Fantastico!’
Vriendin-en-ik zijn de enige gasten in het restaurant bij de camping en de eigenaar is duidelijk in z’n nopjes met twee onverwachte gasten. In half Engels, half Spaans prijst de besnorde Spanjaard de mogelijkheden van de kaart aan.
Het ene gerecht is nog meer fantastico dan het andere en om zijn beweringen kracht bij te zetten, rolt hij bij iedere uitleg verheerlijkt met zijn ogen en maakt met duim en wijsvinger een prima-de-luxe-gebaar. En als we om een fles wijn vragen, moeten we van hem vooral niet de twee keer zo dure Rioja van de kaart nemen, want hij heeft nog een fantastico fles Rioja huiswijn voor ons.

De wijn is inderdaad perfect en binnen de kortste keren staat de primo plata voor mijn neus. De salade van vriendin is buitengewoon goed. Mijn soep is te doen: veel, heel erg veel gele vermicelli en hier en daar een flintertje vlees. Het brood dat erbij geserveerd wordt, was vanmorgen ongetwijfeld vers. Als we de salade en soep op hebben, verschijnt de eigenaar aan ons tafeltje om de borden af te ruimen.
‘En?’, doet hij enthousiast, ‘heb ik teveel gezegd? Fantastico, nietwaar?’
Vriendin beaamt het volledig, ik volsta met een zuinig muy bueno.
Muy bueno? Muy bueno?‘, is zijn teleurgestelde reactie. Tot mijn stomme verbazing, zakt de man naast mijn stoel op z’n knieën, vouwt zijn handen in een soort gebed, kijkt mij smachtend aan en roept luidkeels: ‘Please! Please! Zeg alsjeblieft dat het fantastico is en niet muy bueno!’

Oviedo

Oviedo: culturele hoofdstad en stad van de kathedraal van Santa Maria del Naranco.
En een paraplu? Vandaag niet nodig!

Hars-tikke leuk

Prachtige plaats op camping Ria de Arosa in Ribeira. Uitstekende plek voor een luie-dag-zonder-kilometers. ’s Morgens wakker worden met de zon die door de ramen van het bussie schijnt. Voldoende schaduwplekken door de vele bomen. Kan het mooier?

Nou. Klein minpuntje.
De volgende morgen zit m’n hele bussie vol harsdruppels. Hars-tikke leuk, die schaduwrijke bomen.

Cadavedo

Zo sta je (helemaal fout geparkeerd) in Oviedo…

… zo sta je in het piepkleine Cadavedo op de verder verlaten camping La Regalina.

Finisterra

De pelgrimsroute naar Santiago de Compastella wordt met talloze borden aangegeven. In het verleden moesten de bedevaartgangers eerst nog naar ‘het einde van de wereld’ in Finisterrawaar zij een schelp van het strand moesten halen die zij als bewijs van hun volbrachte tocht in Santiago moesten tonen.

In 2010 lopen de pelgrims weliswaar nog steeds met een schelp om hun nek, maar die komt uit de souvenirwinkel. Hun tegenwoordige bewijs is de volle stempelkaart in hun rugzak.

Taalbarrière #1

Prima geregeld hoor, de parkeervoorzieningen in de Spaanse steden. Overal waar je kijkt, staan de auto’s bumper-aan-bumper langs de stoep, maar gelukkig zijn er ook volop parkeergarages. Jammer alleen dat die garages vrijwel allemaal ondergronds zijn en daar pas ik met m’n twee-meter-vijf-en-zestig-hoge-bussie niet in! Dus rijd ik -zoekend naar een parkeerplek- steeds verder van het centrum vandaan.

Bijvoorbeeld in Santiago de Compastello.
In een buitenwijk maak ik (ingeving?) van de uiteindelijk gevonden parkeerplek in mijn Garmin een waypointKan ik hem straks makkelijk terug vinden, nietwaar?

Het blijkt een krap half uurtje lopen naar het beroemde plein met de kathedraal. Is goed te doen. Maar daarna terug naar het geparkeerde bussie is een ander verhaal. Het is warm en ik ben moe-geslenterd. Geen zin om me nog in te spannen, houd ik de eerste de beste taxi aan.
Vriendin-en-ik stappen in, ik zet mijn Garmin aan en selecteer als taal Spaans. De chauffeur spreekt geen woord buiten de deur, maar als ik mijn routeplanner voor zijn neus houd, zet hij met de nodige verbazing zijn meter aan en begint te rijden om ons tien minuten later keurig af te zetten bij de camion verte.

In gedachten hoor ik het hem vanavond onder het eten al aan zijn vrouw vertellen: ‘Had ik toch vandaag twee Hollandse toeristen in m’n taxi…’

Santiago de Compastello

Taalbarrière #2

In-the-middle-of-the-Spanish-nowhere stoppen vriendin-en-ik voor de lunch bij een in het verlaten landschap gelegen tankstation, waar ook een uitgestorven-voorseizoen-restaurantje bij is. Of ze een menu de dia hebben, vraag ik het vriendelijke meisje dat ons bedient. Ze begint in het Spaans te ratelen en somt op wat het menu allemaal inhoudt en welke keuzes we kunnen maken.
Of ze ook Engels spreekt? Nee, dat doet ze niet.
Of ze dan misschien een kaart heeft, want lezend komen vriendin-en-ik er meestal wel uit. Een menukaart heeft ze niet, maar het meisje loopt naar een hoekje van het restaurant waar ze aanstalten maakt alle gerechten op te schrijven. Dan bedenkt ze zich.
Ze loopt naar de keuken en komt even later terug met een bord vol kleine hapjes.
Het zijn de zeven voorgerechten waaruit vriendin-en-ik een keuze kunnen maken. Een voor een wijst ze ieder gerecht aan. Vriendin-en-ik mogen alles proeven en maken onze keus.
Het hoofdgerecht heeft minder variatie en dat maakt het iets makkelijker. Vriendin kiest voor de vis (de bekende zwemmende-vis-beweging), ik neem een runderlapje (twee vingers als hoorntjes op m’n voorhoofd en koeien-melk-bewegingen).
Voor het nagerecht troont de serveerster vriendin-en-mij mee naar een grote koelkast, waar een keuze gemaakt kan worden.

Ach, je komt er wel uit, ook als je de taal niet machtig bent. Maar had ik me na mijn reis naar Mexico*) niet voorgenomen een cursus Spaans te gaan volgen? Is misschien toch wel handig…

*) (her)lees: Colombia en Mexico 2007

Vuil water #1

Ik had me er al een paar dagen over verbaasd, dat de niveaumeter van de vuilwatertank zo weinig aangaf. Zie ik vanmorgen bij het wegrijden een vette streep water achter m’n bussie op het asfalt. Oeps!
En ik maar denken, dat die nare, door merg en been gaande klap toen bij dat gat in de weg de trekhaak was. Zit die vuilwatertank toch lager. Misschien wel zo verstandig een dezer dagen een garage op te zoeken en m’n bussie op de brug van onderen te inspecteren.

Erwtensoep

‘Tachtig meter verderop is een hotel met een restaurant’, zegt de beheerder van camping Ruta de la Plata in Salamanca.
Mijn ervaring heeft me inmiddels geleerd, dat Spaanse meters een andere maat hebben dan de Hollandse, want het is nog een aardig stukje wandelen. En bepaald onaangenaam langs een weg met voorbijrazend verkeer. Bovendien is de zon verdwenen en een gure, snijdende wind doet de temperatuur behoorlijk dalen.
Aangekomen bij het hotel krijgen vriendin-en-ik van de receptioniste te horen, dat het restaurant gesloten is vanwege de Spaanse Heilige Maandag, waarop herdacht wordt dat de hoeren heen en weer over de brug mochten. Althans, dat begrijp ik ervan; kan ook aan haar niet geheel vlekkeloze Engels en mijn gebrek aan kennis van de Spaanse taal liggen.

Terug op de camping zet ik de kachel in het bussie aan en duik in het kastje, waar helemaal achterin een pak Hollandse-erwtensoep-voor-noodgevallen ligt. Dit lijkt me zo’n noodgeval. Bovendien sluit erwtensoep prima aan bij de buitentemperatuur. Broodje erbij. Lekker Hollands. Jammer dat die broodjes zoet zijn. Niet zo’n beste combinatie met kaas. Maar goed, het is te eten en het vult. Als postre is er nog Griekse yoghurt en de ‘maaltijd’ wordt afgesloten met een glaasje Irish coffee van mijn Goudswaardse buurvriendin. Kan het internationaler?

Trouwens, die Hollandse erwtensoep sluit ook mooi aan bij de medekampeerders. Voor het eerst sinds veertien dagen staan er meerdere Hollanders op deze camping. Ik tel zeven NL-nummerborden. Stuk voor stuk cultuurminnaars die deze stadscamping gebruiken als uitvalbasis voor een bezoekje aan Salamanca. Stuk voor stuk ook allemaal grijze duiven. Maar ja, hoe zie ik er zelf uit als ik in de verweerde spiegel in het washok kijk?

Salamanca

Lui?

Als je dan toch op een terrasje koffie drinkt, kun je vanaf je tafeltje ook hele ‘luie’ foto’s maken.

Terug naar huis?

‘En, waar gaat de reis naar toe hier vandaan?’, hoor ik de ene pensionada tegen de andere zeggen. ‘Ach, het maakt niet zoveel uit. In ieder geval richting zon, want het is me hier te kil.’ ‘En hoe lang ben je al onderweg? En wanneer moet je thuis zijn?’
‘Thuis zijn? We zien wel. Weet je, die agenda’s van vroeger toen ik nog werkte, bestaan niet meer, hè? Maar over zes weken moet ik terug zijn voor een onderzoekje in het ziekenhuis. Rond die tijd moet ik ook naar de dokter en mijn vrouw heeft een afspraak bij de tandarts. En ja, dan raken ook de medicijnen een beetje op. Dus thuis zijn? Dat zal wel eind mei, begin juni worden…’

Op de tweede dag van deze reis stoot ik bij het aantrekken van mijn fleece de bril van mijn hoofd. Glas eruit, montuur kapot. Dat zal me geen tweede keer gebeuren!

Als ik vanmorgen (veertien dagen later) staande naast het portier mijn trui wil aantrekken, leg ik dus uit voorzorg m’n bril voorzichtig even op de bestuurdersstoel. Klaar om te vertrekken, stap ik even later in en… ga bovenop diezelfde bril zitten. Montuur vervormd, beide glazen eruit!

Voor de tweede keer deze vakantie moet ik op zoek naar een optikaGelukkig kunnen ze de bril nog repareren. Na een kwartiertje krijg ik mijn bril aangereikt, maar als ik hem opzet, zie ik nog minder dan zonder. Oeps, foutje! Hebben ze de glazen er verkeerd om ingezet.

Als ik voor de tweede keer de gerepareerde bril opzet, is alles gelukkig in orde. Bij het afrekenen (drie euro…) krijg ik nog een welgemeend advies van de een paar zinnen Engels sprekende en behoorlijk slissende opticien. Aan de vervorming van het montuur heeft hij kunnen zien, dat ik op mijn bril ben gaan zitten, dus: Pleashe be cool! Do not shit on it again!‘, slist hij. Ik zal eraan denken, volgende keer als ik op de wc zit…

Eko? Logisch!

Dacht ik op de camping in Salamanca al de nodige Hollanders te hebben gezien, de kampeerplaats middenin het Nationaal Park van Monfrague overtreft dat aantal in ruime mate. Waar ik kijk Hollandse nummerborden. Wie ik hoor spreken: Hollanders.

Dat begint al als ik me inschrijf bij de receptie.
Bezig met de formaliteiten worden vriendin-en-ik in het Hollands vriendelijk begroet door een binnenkomend kampeerechtpaar, dat meteen het winkeltje induikt om daar een ‘klein blikje doppertjes’ te kopen, want ‘dat is wel weer eens lekker’.

Of er op de camping ook draadloos internet is, vraagt vriendin aan de receptioniste. Ze kijkt bedenkelijk. Er is wel wifi op het terrein, maar met een heel zwak signaal. ‘U zit in een nationaal park, snapt u? En met een sterk signaal zouden we de vele vogels verjagen, begrijpt u?’ Ik begrijp het niet, maar begin me af te vragen op wat voor camping ik ben terecht gekomen.

Eenmaal op ons plekje krijgen vriendin-en-ik een aardig beeld van onze medekampeerders. Het blijken bijna allemaal Hollandse natuurvrienden te zijn.
Er komt een vrouw voorbij op klompen. Er passeert een man met een boodschappentas van de PlusEn allemaal hebben ze die gepassioneerde blik en dat natuurvorsende loopje. En allemaal lopen ze rond in van die kleding waarin ze stevig kunnen doorstappen, want er-is-nog-zoveel-van-de-natuur-te-genieten.

Bij de afwas treffen vriendin-en-ik zo’n gezelschapje gezellige doorstappers. Een fors uit de kluiten gewassen vrouw van boven-middelbare leeftijd met een kort opgeschoren grijs kapsel zeult een enorme aluminium pan naar binnen, waar ze waarschijnlijk voor de hele groep onbespoten linksdraaiende linzensoep in heeft gekookt en begint die uitvoerig schoon te boenen.
Een andere vrouw, gekleed in zo’n ongetwijfeld zelf gesponnen en gebreide bruinige trui zet haar vaat op het aanrecht en maakt een sopje. Niet met citroenfris, dubbel geconcentreerd afwasmiddel van Albert Heijn dat vriendin-en-ik in ons teiltje spuiten, maar -merkt afwasbuurvrouw fijntjes op- echt EKO afwasmiddel. Daarmee wast ze dan haar hele plastic Mepalvaat schoon, ondertussen uitleggend, dat de hele Hollandse groep hier op een veertiendaags natuurkamp is.
Er voegt zich nog een man bij het gezelschap: vooruitstekende kin met een keurig bijgeknipt grijs baardje en een streng, rond ziekenfondsbrilletje op zijn hoofd. Hij demonstreert uitgebreid zijn met een elastieken band om zijn hoofd bevestigde lampje met ‘drie sterktestanden en een knipperlichtfunctie en kijk, als ik hem op mijn achterhoofd zet, altijd handig, kan de groep mij in het donker makkelijk volgen!’
Vriendin-en-ik kijken elkaar aan, wensen iedereen nog veel plezier en duiken het bussie in. Halogeenlampjes aan, laptop opstarten, de koelkast op 220 en lekker koffie maken met de elektrische waterkoker. Ieder zijn meug. Eko-logisch toch?

En kijk nou: m’n bussie heeft op de camping zijn zussie gevonden.

Taalbarrière #3

Zegt de aardige receptioniste bij het afrekenen op de camping: ‘Mister Mahn? One night? And you have sex?’
Ik haast me uit te leggen, dat ik helemaal geen sex heb gehad en vraag haar verwonderd hoe zij op die suggestie komt.
‘You don’t have sex? Camping sex?’, is haar antwoord.
Of ik wil betalen met mijn camping cheques, begrijp ik nu. Ik haal mijn kaartje tevoorschijn en laat een nachtje van mijn tegoed afschrijven…

Bedevaart

Vriendin-en-ik nemen ons petje af voor de bedevaartgangers die we overal zien, op weg naar Santiago.
En al die pelgrimgangers passeren even voor León de beroemde Puente de Obrigo. En aangekomen in León nemen diezelfde pelgrimgangers de tijd om de kathedraal te bezichtigen. Beroemd om zijn 125 grote en 57 kleine gebrandschilderde ramen en het beeld van de Virgen Blanca (en iedereen is uiteraard ‘heerlijk’ welkom).

Léon

En waar stop je om de bij de Carrefour gekochte lunchboodschappen op te eten? Voor de kerk…

En waar parkeer je het bussie als het parkeerterrein in León verder helemaal vol staat? Gewoon: tussen de grote jongens…

De foto…

…en de maker
(met muchos pello blanca)

’s Lands wijs

Stap ’s morgens, ’s middags of ’s avonds een willekeurige, lokale bar of restaurant binnen en je wordt verwelkomd met het knetterharde geluid van een televisie. Ben je de eerste gast, dan haast de eigenaar zich de televisie voor je aan te zetten.

Vriendin-en-ik stappen voor een kop koffie een hostal binnen. Het geluid van de televisie komt ook hier boven de schreeuwende gesprekken van de overige gasten uit.
Ik stop een verse pijp (inderdaad: in Spanje mag nog vrijwel overal gerookt worden), stap op de bar af en vraag om een asbak. De dikke, vadsige man achter de bar trekt een wenkbrauw op en reikt mij een sinecero aan.
Terug aan mijn  tafeltje begrijp ik zijn verbazing. De hele vloer ligt bezaaid met servetjes, papiertjes, peuken en andere rotzooi. De overige gasten gooien hun nog brandende sigaret gewoon op de grond. En ik maar netjes mijn lucifertjes in de asbak gooien…

Vraagje #2

Zijn die Spanjaarden nou dyslectisch of is het mijn gebrek aan kennis van het Spaans?

Toledo

Hoog in de bergen ligt Toledo.
Natuurlijk staat er in die stad de eeuwige-bouwkraan-op-vakantiefoto’s.
En natuurlijk staat er een Seat Toledo geparkeerd.
En er zijn er mooie, fotogenieke straatjes. En een kathedraal.

Electricidad?

‘Dos persona?’
‘Si.’
‘Uno coche-cama?’
‘Si.’
‘Electricidad?’
‘Si, si, si!’

Ik bedoel: wat is de moderne kampeerder zonder 220?

Vlooienmarkt

Uit de reisgids:
Iedere zondag ziet de Calle Ribera de Curtidores in Madrid zwart van de mensen. Hier bevindt zich het centrum van El Rastro, de rommelmarkt die uitwaaiert tot in de omliggende straten.

Op het Plaza de Cascorro staan stalletjes met voornamelijk kleding en sieraden, maar even verderop is zowat alles te koop wat u kunt bedenken.
Elke zondagochtend vanaf elf uur pakken de handelaren hun waren uit: oude uurwerken, waaiers, juwelen, kleding en zelfgeschilderde schilderijtjes met liefdesgedichten. Mocht u bestolen zijn of iets kwijtgeraakt, dan kunt u het verloren voorwerp op de Rastro misschien terugzien.

Vriendin-en-ik pakken (dus?) op zondagmorgen vanuit Aranjuez de trein naar Madrid, zijn drie kwartier later op station Atocha en een half uurtje wandelen daarna op de beroemde rommelmarkt. Het ziet er inderdaad zwart van de mensen (de reisgids heeft meer dan gelijk) en langzaam schuifelend onderga ik de marktdrukte.
Veel, heel veel kleding, tassen, riemen, petten, waaiers en alles wat maar even een Spaans, toeristisch tintje heeft. Weinig tot geen ‘rommel’ en al helemaal geen kunstenaars. Ze zijn er wel, die kunstenaars. Ik zie ze met een dichtgebonden map in de ene en een opgevouwen klapstoeltje in de andere hand met druipende haren vluchten voor de enorme wolkbreuk die boven Madrid losbarst.

Maar op dat moment zitten vriendin-en-ik al op een overdekt terrasje aan de lunch. Het doek van de zonwering is duidelijk niet op zoveel regen berekend. Op steeds meer plekken begint het te lekken en de tafelkleedjes krijgen grote natte plekken. Binnen zit het restaurant stampvol. Het zijn dan ook alleen de eigenwijze Hollanders die met dit noodweer buiten eten. Want je bent in Spanje, nietwaar, dus buiten eten zullen we!

Zondagmarkt El Rasto

Madrid dus.
En dan niet niet als eerste naar het wereldberoemde Prado, maar naar het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, 
want daar hangt de wereldberoemde Guernica van Pablo Picasso, daar heb je niet voor niks 5371 kilometer voor gereden.

En toch ook (uiteraard): het Pradowaar je binnen niet mocht filmen en fotograferen. Nou ja, vanonder je jas vandaan, vooruit één fotootje dan (moet kunnen…).

Heb ik daar ook 5371 kilometer voor gereden? Een botanische tuin vol Keukenhoftulpen?

Nog meer Madrid

Nul kilometer

Nog maar een stukje toeristische informatie (maar ik ga er geen gewoonte van maken…).
Aan één van de belangrijkste pleinen van Madrid, het Puerta del Sol, staat een imposant gebouw, waarin tegenwoordig de regionale overheid zetelt, de Communidad de Madrid. Pikant detail is, dat tijdens het Franco-regime in de politiecellen onder dit gebouw vele schendingen van de mensenrechten plaats vonden.
Leuker is het symbool op de grond voor het gebouw. Dat wijst ‘kilometer nul’ aan, het zogenaamde middelpunt van het enorme Spaanse wegennet.

En natuurlijk is er dan wel weer een of andere Hollander, die het nodig vindt daar zijn maat 44 op te zetten, zodat vriendin een foto kan maken (leuk voor het thuisfront toch?).

Kokkerellen

Na veertien dagen in alle mogelijke restaurants het menu de dia eindelijk maar eens zelf kokkerellen…

Vraagje #3

Toegegeven, de gemiddelde Spanjaard is beduidend kleiner dan wij Hollanders, maar moeten daarom alle toiletten in dit land op kleuterhoogte zijn?

Aan de andere kant: over het Spaanse wc-papier hoor je mij niet klagen. Dat is echt heel jofel…

Ochtendritme

Thuis heb ik zo mijn eigen ochtendritme.
Rond half zeven ben ik wakker, stap uit bed, maak een bakje muesli en een kop koffie, stap het bed weer in en neem om klokslag kwart voor zeven mijn eerste hap muesli, precies op tijd voor het eerste ochtendjournaal van RTL4 met presentator Jan de Hoop. Maar dat is thuis.

Vanmorgen vroeg op de camping vraagt vriendin nog half slaperig hoe laat het is. Ik draai me om, grabbel naar mijn horloge en hoor mezelf zeggen: ‘Nog veel te vroeg om op te staan. Het is pas tien voor Jan de Hoop…’

Vuil water #2

‘Misschien wel zo verstandig een dezer dagen een garage op te zoeken en m’n bussie op de brug van onderen te inspecteren…’ , schreef ik eerder.

Dat gebeurt dan ook. In Albarán om precies te zijn.
Ik rijd m’n bussie het terrein van een Renaultgarage op, stap bij het uitstappen bijna in een verse hondendrol, schiet een monteur aan, leg hem in gebarentaal uit dat mijn vuilwatertank lekt en vraag of m’n bussie even op de brug kan om een en ander te controleren. Geen enkel probleem. De monteur stapt in mijn camion verte en rijdt naar de brug. Geassisteerd door drie collega’s die de zaak in de gaten houden, rijdt hij behoedzaam de brug op. Spiegels moeten worden ingeklapt, veel aanwijzingen, veel geschreeuw en vijf minuten later sta ik weer buiten. Het bussie past niet op de brug. Ze wijzen naar de overkant van de weg, waar een Fordgarage zit. Daar kunnen ze me misschien beter helpen.

De garage van Emilio is inderdaad beter toegerust.
Nadat Miguel, die een paar woorden Engels spreekt, onder m’n bussie heeft gekeken, stapt hij binnen op een collega-monteur af die een auto op de brug heeft staan. Wat Miguel precies zegt, is me niet duidelijk, maar het resultaat is, dat die auto van de brug gaat en mijn bussie naar binnen wordt gereden.

Binnen de kortste keren staat mijn groene reismobiel zo’n twee meter boven de grond. Twee monteurs duiken eronder en ik wijs aan waar de vuilwatertank zit. Maar ja, waar het nu precies lekt, is op deze manier niet na te gaan. Die tank is natuurlijk helemaal leeg en het afvalwater (foei) ligt op de achter mij liggende Spaanse wegen. Of ik zo vriendelijk wil zijn binnen de kraan even open te zetten?
Het bussie wordt weer op de begane grond gezet, ik stap in en ga met bus en al de hoogte in. Vreemde gewaarwording om op tweehoog het raampje open te zetten, zodat ik de monteurs kan verstaan en daar de kraan bij het gootsteentje open te draaien. Veel water hoef ik niet te gebruiken, want al snel beduiden de monteurs me te stoppen. Ze hebben het lek ontdekt, zetten mij weer af op de garagevloer en zetten het bussie weer omhoog.
Gelukkig is de tank zelf niet lek, maar is er een verbindingsslang kapot gegaan. Die hebben ze even niet op voorraad (…), maar geen nood: Miguel springt in een bestelautootje en is tien minuten later terug met een stuk slang.
Echt simpel verloopt de reparatie niet. Ze kunnen niet goed bij de aansluiting en de tank moet gedemonteerd. Daarna zie ik ze druk in de weer met lapjes, verloopstukjes en kit, maar het uiteindelijke resultaat is, dat de vuilwatertank gerepareerd is.
Natuurlijk moet ik nog een keer omhoog en water tappen om er zeker van te zijn, dat alles in orde is, maar dan krijg ik van Miguel groen licht. Ik bedank beide monteurs hartelijk en ze beduiden me dat ik voor de betaling in het kantoor moet zijn. Een uur zijn beide mannen voor me in de weer geweest en ik krijg een keurige rekening gepresenteerd van… 30 euro. Nee, liever niet betalen met een creditcard, maar contant, dat scheelt u btw, maakt de dame op kantoor me duidelijk.

Mijn bussie staat nog tussen de palen van de brug.
Ik stap in en start. Nog voor ik heb ingeschakeld om de garage uit te rijden, meldt mijn trouwe Garmin-navigatie-stemmetje luid en duidelijk door de cabine: ‘Rijd alstublieft naar de gemarkeerde route…’

Voorseizoen #3

Wat een schitterende route heeft Claire-mijn-Garminnetje weer uitgestippeld van Madrid naar ZaragozaDwars door het wijngebied van Rioja en aansluitend door de fruitprovincie NavarraOngerept Spaans en nauwelijks medetoeristen.
Die komen er ook in het hoogseizoen niet, want als vriendin-en-ik op zoek gaan naar een camping, blijkt de eerste zo’n krappe honderd kilometer verderop te zijn. Maar onverwachts, vlak voor Santa Domingo staat er op een splinternieuwe rotonde een splinternieuw bordje, dat verwijst naar een camping.

Vijf minuten later draai ik het kampeerterrein op.
Ik meld me bij de receptie, laat me inschrijven, betaal dertig euro (…) en krijg plaats 67 toegewezen. Vriendin-en-ik rijden over de uitgestorven camping naar nummer 67. Andere kampeerders zijn er totaal niet, wel keurige asfaltstraatjes met keurige huisjes, afgescheiden door keurige draadhekjes waardoorheen frisgroene plastic takkenslingers zijn gevlochten. Van dat spuuglelijke nepgroen dat je bij ons met kerstmis ziet. Het valt me nog mee, dat het gras echt is en niet een rol kamerbreed plastic sprietjes.
Plaats 67 blijkt een veldje vlakbij de sanitaire ruimte.
Ik kijk eens rond en besluit m’n bussie maar gewoon ‘aan de weg’ te parkeren, pal voor de toiletten. Er is toch verder geen sterveling op het hele terrein en het is wel zo makkelijk. Hopsos, rechtstreeks uit de deur van je bussie over de stoep de wc in.

Vreemd genoeg is het restaurant op deze spookcamping gewoon open. Vanaf half acht, had de man van de receptie gezegd. Als vriendin-en-ik daar om kwart voor negen binnen stappen, zitten er drie mannen aan de bar (waar komen die nou vandaan?). Of we een hapje kunnen eten.
Natuurlijk kan dat. De eigenaar haast zich de verlichting in het restaurantgedeelte aan te doen en zijn vrouw dekt in rap tempo een tafeltje voor de twee onverwachte gasten. Als de eigenaar even later terugkomt met de menukaart legt hij gelijk even uit, dat hij eigenlijk om negen uur sluit. Maar geen enkel probleem: tranquilo, tranquilo.
De gerechten op de menukaart staan vermeld in vier kolommen: Spaans, Frans, Duits en Vlaams. De vertaling is niet overal even vlekkeloos en na een snelle blik op de kaart besluit ik vanavond voor de pollo a la plancha te kiezen. In de Vlaamse kolom heet dit gerecht namelijk ‘gegrilde borsten’ en daar had ik nou net trek in.

Eroscentrum?

Nee, nee, nee, niet wat je denkt!
Hier doen vriendin-en-ik in Spanje onze boodschappen.
Of bij de Carrefour. Of de Dia%.
Of gewoon bij de Lidl of de Aldi.

De weg kwijt?

Wat is dat nou?
Is Claire-mijn-Garminnetje in de war?
Afslag gemist?
Frits bij de Mont Blanc?
Hij toert toch door Spanje?

Klopt.
Dit is het stadje Montblanc in Spanje…

Rozen en boeken

Ruim halverwege de ‘doorsteek’ vanaf Zaragoza naar Barcelona ligt het plaatsje Montblanc, beroemd vanwege de geheel door een burchtwal omgeven oude binnenstad. ‘U waant zich terug in de Middeleeuwen’, ronkt de reisgids.

Ik parkeer m’n bussie maar weer eens verkeerd langs een gele streep. Je wordt daar steeds makkelijker in naarmate de vakantie vordert, want in het voorseizoen (bedenk ik dan voor het gemak maar) doen ze in Spanje nog niet aan bekeuringen. Benieuwd wat er straks allemaal in de brievenbus zit als ik weer thuis kom.

Voor de zoveelste keer deze vakantie sjouw ik even daarna over hobbelige keitjes door nauwe straatjes naar boven. Het is niet de middeleeuwse burcht, niet de schitterende kerk, die vriendin-en-mij opvallen, maar de vele vlaggen en versieringen in het stadje. En de vele groepjes jongens en meisjes die er rondlopen.
Ik begin een praatje met een verkoopster bij een kraampje op het marktplein. Blijkt, dat ik met m’n neus in de boter ben gevallen, want uitgerekend vandaag op 23 april is het Sint Joris en worden in Montblanc de middeleeuwse dagen gevierd.
En die vele jongens en meisjes?
Tsja, volgens de eeuwenoude traditie kopen de jongens voor hun liefje een roos en de meisjes beantwoorden dat gebaar met het geven van een boek aan hun geliefde op de dag van de patroonheilige van Catalonië. En dat schijnt dan allemaal terug te voeren zijn op een verhaal over een middeleeuwse ridder en zijn jonkvrouw. Het boek, vertelt de verkoopster, is een herinnering aan Cervantes die in 1616 stierf.

Dat niet iedereen nog zo vast houdt aan deze traditie blijkt uit het verhaal van een groep meisjes op straat. Allemaal al in het bezit van een roos geven ze te kennen een boek voor hun lief maar ‘verschrikkelijk saai’ te vinden. Tijd voor meer uitleg hebben ze niet, want, leggen ze giebelend uit: ‘we hebben onze roos binnen en gaan nu snel met de jongens wat drinken…’

Heerlijk gedoucht

Vriendin kampeert in deze vorm voor het eerst van haar leven. Moest dan ook wat overwinnen om dit ‘avontuur’ aan te gaan. Maar geniet vanaf de eerste dag met volle teugen. ‘Nooit gedacht, dat ik dit zo leuk zou vinden’, zegt ze dan ook bij herhaling.
Ze is inmiddels helemaal gewend aan het ‘kampleven’.
Komt ze vanmorgen terug van de sanitaire ruimte, zegt ze: ‘Hè, zo heerlijk en lang gedoucht! Ik heb het knoppie wel twaalf keer ingedrukt…’

El Escoral

Hoog in de bergen, zo’n 40 kilometer ten noorden van Madrid, ligt El Escorial, het koninklijk paleis

Vuil water #3

Wat een schitterende tocht door de binnenlanden van Spanje.
Wat een heerlijk weer.
Wat een lieflijk, onverhard weggetje daar links.
Wat een ideale plek om even een koffiestop te maken.
Wat een verraderlijk, verborgen stuk rots.
Wat een schurend geluid onder het bussie vandaan.
Wat een leuk waterstraaltje weer uit de vuilwatertank bij het wegrijden…

De deugd in het midden?

‘Ga ik tussen die beelden staan, maak jij van mij een leuke foto…’

Kippengaas

Het oudste Romeinse aquaduct in Segovia

En dan overnachten op de camping in Segovia. Wat een uitzicht!
Weliswaar eerst een muurtje met een hoog kippengaashek. En daarachter weer een woest stuk grond en wat afbraakpandjes. Maar dan toch -goed kijken- in de verte: de bergen met besneeuwde toppen!

Overwinteren

En wat doen die grijze overwinteraars nou zo’n hele dag aan de CostaGewoon, net als thuis: ’s morgens in het zonnetje een praatje maken met de buurman over het hek. En waar gaat dat praatje dan over? Gewoon, over Spanje en de cultuur.

‘Tsja, Wim, die Moren vroeger hier in Spanje, dat waren toch eigenlijk, zeg maar, de Mohammedanen van 2010.’
‘Wat je zegt, Henk, je bedoelt waar wij in Nederland nu zo’n last van hebben, toch?’

 

Zaragoza

Zaragoza
Beroemd om de Basilica Señora del Pilar, de kathedraal La Seo en de Santa Isabel. Maar vooral bekend door het Aljaferia, het Moorse paleis dat middenin een woonwijk staat.

Hollandia…

Zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Barcelona ligt Parc des Vacances VilanovaEen camping met alles erop en eraan. Heel anders dan ik op mijn rondreis tot nu toe gewend ben. Maar ja, ik ben dan ook beland aan de Costa Brava.
Dus rijgen de campings zich aaneen.
Dus is er bewaking die ’s avonds met een zaklantaarn rondloopt en overdag regelmatig met een busje langs komt.
Dus is er een animatieprogramma voor de kinderen.
Dus is er een mega zwembad. En een bar. En een restaurant.
En een boetiek, een internetzaal en een speelhal.
En zijn er massa’s bungalows.

Bij het bepalen van je plaats houdt de receptie waarschijnlijk rekening met het thuisland van de kampeerders. Er zijn laantjes die volstaan met Duitsers. Er zijn plekken waar de Fransen zijn geconcentreerd.
En vriendin-en-ik?
Natuurlijk is er nog een plaatsje in de ‘sectie Hollandia’. Gezellig. Ze kennen elkaar in dit laantje allemaal, want staan hier al weken, komen hier al jaren. Maar zijn niet eenkennig en altijd in voor een gezellig praatje.
Vriendin-en-ik worden dan ook de hele dag vriendelijk gegroet door voorbijkomende landgenoten. Waar we geweest zijn, wat we gedaan hebben, dat het vandaag markt is in Vilanova en waar de Lidl zit.
Om een uur of tien is er koffie en wordt de Telegraaf uitgebreid gelezen (‘Heb jij de krant al uit, Jan, dan kan-ie naar Maarten…’). En rond zes uur waaien de geuren van gebraden lapjes rundvlees uit de voortenten.
Vandaag staat op het hoekje van het laantje de kampeerwasmachine al lekker te draaien. Als de ‘heer-des-huizes’ voor het ‘vrouwtje’ emmers heet water naar z’n caravan sjouwt, kan hij in het voorbijgaan niet nalaten op te merken, dat het vandaag maandag is. ‘Wasdag hè?’, voegt hij er ten overvloede aan toe, ‘net als thuis.’

En ze hebben zich uitstekend geïnstalleerd hoor, die landgenoten. Grote, strakke voortenten. Magnetron. Droogmolentje naast de tent. Apart tentje als kledingkast. Satellietschotel voor de deur. ’s Avonds gaat de schemerlamp gezellig aan in de voortent en installeren ze zich lekker voor de tv. ‘Nee, daar hoef je niet voor thuis te blijven en hier is het tenminste een betere temperatuur.’
Prima hoor, niets op tegen. Iedereen moet vooral doen waar hij zich het prettigst bij voelt. Maar ik moet er niet aan denken.

‘Net als thuis’ geldt trouwens ook voor de kampwinkel.
Zoeken vriendin-en-ik in de supermercados juist naar artikelen die we in Nederland niet kennen en proberen we die uit, in de supermarkt van de camping hoeft het je aan Nederlandse producten niet te ontbreken.
Pindakaas van Calvé en de Euroshopper (…), jam van Bonne Maman, hagelslag, vlokken en vruchtenhagel van De Ruyter, pannenkoekenmix van Koopmans, schenkstroop van Van Gilse, jam van Hero, sandwichspread van Heinz, rijstwafels van Brink, margarine en vloeibare bak-en-braad-boter van Remia, je kunt het zo gek niet opnoemen en het is er.
‘Niet dat we het daar kopen’, vertrouwt Gerda me toe. ‘We gaan liever naar de Aldi. Veel goedkoper. Maar het is er allemaal toch maar. Ik bedoel…’
Ik snap wel wat ze bedoelt. Maar als ik zo’n stuk Goudse kaas zie liggen in de mercado leg ik toch liever zo’n onbekende Spaanse worst in m’n mandje.

Lift

Als vriendin-en-ik ’s morgens voor de camping op de bus staan te wachten die ons naar het treinstation in Vilanova zal brengen, rijdt er een auto met een Frans kenteken het campingterrein af. Instinctief (dat verleer ik nooit) steek ik mijn liftduim op en de auto stopt. In mijn beste Frans (maar dat is niet zo best) vraag ik of vriendin-en-ik een lift kunnen krijgen naar het station. Eigenlijk is het echtpaar op weg naar het centre ville, maar vooruit, ze doen niet moeilijk, kampeerders onder elkaar, nietwaar?

Het wordt een moeizaam ritje.
De vrouw spreekt alleen Frans. Is ook nog maar een paar dagen op de camping en weet heg noch steg in het stadje. Dat geldt ook voor vriendin-en-ik en bovendien willen de meest eenvoudige Franse woordjes me niet te binnen schieten. ‘Bij het benzinestation linksaf’. Hoe zeg ik dat ook alweer in het Frans?
Na een paar kilometer komen vriendin-en-ik er ook nog eens achter, dat de man doofstom is, wat het allemaal nog ingewikkelder maakt. Communiceren met een doofstomme is al lastig, maar de weg wijzen aan een Franse doofstomme… Heb ik dat?
Verschillende keren stoppen we om (alleen Spaans sprekende) voetgangers de weg te vragen. De doofstomme man wordt steeds nerveuzer, stoot onverstaanbare klanken uit, heft zijn handen vertwijfeld van het stuur, maar na heel wat rondjes door de stad zien we uiteindelijk een bordje dat naar het station verwijst. Vriendin-en-ik bedanken het echtpaar mille fois en nemen de trein naar Barcelona.

Terug van ons dagje Barcelona besluiten vriendin-en-ik het echtpaar als dank voor hun lift en inspanningen een fles wijn te brengen. Ze verblijven in een bungalow helemaal aan het andere einde van het terrein.
Als ik aanklop, word ik hartelijk ontvangen.
Maar een fles wijn? Wat spijtig nou, ze zijn geheelonthouders en drinken geen druppel alcohol. Of we de wijn weer mee terug willen nemen en zelf opdrinken. En dan: nergens voor nodig om iets te geven, ze hebben het graag gedaan. Fijne vakantie nog en misschien tot ziens.

‘Hadden we nu toch maar die zak Engels drop meegenomen’, zeg ik tegen vriendin. ‘Maar aan de andere kant: die vind ik zelf zo lekker. Zonde om weg te geven…’

Sagrada Familia?

Ik sta voor de wereldberoemde Sagrada Familia, het monstrueuze hersenspinsel van de wereldberoemde architect Antoni Gaudi. Met de bouw werd in 1882 begonnen en nog steeds is de kerk niet af.
Daar waar ik me op andere plaatsen erger aan historische gebouwen die -natuurlijk net als ik er ben- in de steigers staan, vergaap ik me nu aan deze kerk waaraan nog steeds volop gebouwd wordt. Het is uniek, meesterlijk, indrukwekkend. Letterlijk niet te filmen.
En ik ben niet de enige die dat vindt. Honderdduizenden bezoekers trekt deze-kerk-in-aanbouw jaarlijks.

Er staat een groep toeristen met het hoofd in de nek vol bewondering naar de Sagrada Familia te kijken. Enthousiast en opgewonden wijzen ze elkaar op bijzonderheden van het bouwwerk. Fototoestellen klikken elektronisch, videocamera’s snorren. Ik slenter op de groep af en spreek iemand aan die een beetje aan de zijkant staat.
‘Waar staan jullie eigenlijk naar te kijken?’ vraag ik pesterig.
De man en een aantal andere leden van de groep kijken me vol verbazing aan.
‘Ik bedoel, wat is er te zien, dat jullie hier met z’n allen zo staan?’
De man wijst ontzet naar de Sagrada en steunt bijna: ‘De kerk! De kerk van Gaudi!’
Ik kijk in de richting waarin hij wijst, houd mijn hoofd een beetje schuin en trek m’n wenkbrauwen vragend op. ‘Die kerk? En dat is het? Hmm. Nou, mooi hoor…’
Daarna wandel ik weg, de handen in mijn zakken, de groep in verbijstering achterlatend.

BARCELONA

Help!

Vriendin-en-ik zitten op het terras van het campingrestaurant in VilanovaBinnen is er levende muziek. Een pianist speelt ‘Tulpen uit Amsterdam’. Als de muziek stopt, komt er een vrouw naar buiten. Ze kijkt rond en stapt dan resoluut op ons tafeltje af. Ze wappert met een bundel papiertjes en vraagt uitnodigend: ‘Bingo?’. Ze laat zich niet afschrikken door de afschuw die op mijn gezicht te lezen moet zijn.
‘Bingo?’, herhaalt ze, ‘het is gratis hoor!’
Ik maak haar duidelijk er niet aan mee te willen doen.

Vriendin-en-ik bestellen ons eten en tot aan het dessert ben ik getuige van de bingo die zich binnen afspeelt. Trieste zaak: een aardige jongeman doet krampachtige pogingen de bingo spannend te maken. In vier talen roept hij de nummers van de balletjes door een microfoon. Er zijn welgeteld vier deelnemers in de verder lege zaal… Na twee rondes houdt hij het voor gezien.

Vriendin-en-ik bestellen koffie.
Ik prijs me gelukkig dat de pianist niet terugkomt.

Uitgekookt koopje?

Gezien bij de Carrefour.
Het eerste paar voor € 8,90, het tweede paar voor € 2,40.*)
Kun je niet laten lopen toch?
Zien er niet uit, maar zitten lekker…

*)
Hoe doen vriendin-en-ik dat eigenlijk met de pecunia tijdens de vakantie? We hebben een gezamenlijke huishoudportemonnee. Als die bijna leeg is, nemen we eerlijk om beurten geld op. Voor persoonlijke uitgaven hebben we ieder onze eigen portemonnee.
‘Als jij nou’, zeg ik dan schijnheilig tegen vriendin in de Carrefour, ‘als jij nou dat eerste paar koopt, dan koop ik dat tweede paar…’
Ze kent me, weet dat ik zo niet ben, maar vraagt toch voor de zekerheid of ik het meen. ‘Tuurlijk niet! Pak je de huishoudportemonnee?’

Voorseizoen #4

Na de drukkere camping aan de Costa Brava arriveer ik rond zeven uur op camping Repòs del Pedraforca middenin de Pyreneeën. Ik word vriendelijk ontvangen door de eigenaar, die me uitgebreid en meer dan omstandig alles uitlegt over z’n camping. Langdurig en zoekend noteert hij mijn gegevens in zijn computer. Ik ben druk in gesprek met de man als de telefoon gaat.
Voor de zoveelste keer tijdens deze rondreis word ik geconfronteerd met die afwijkende Spaanse instelling bij een binnenkomend telefoontje. Zouden wij in Nederland in zo’n geval aan de beller vragen ‘een ogenblik geduld te hebben, want ik ben met een klant bezig’, hier sta ik ‘geduldig’ aan de balie te wachten terwijl de eigenaar op z’n gemak en zeer uitgebreid een telefoongesprek voert.
Alle tijd om de folders in het kantoortje te bekijken.
Alle tijd om de posters aan de muur te bekijken.
Alle tijd om een uitgebreide blik naar buiten te werpen.
Vriendin-en-ik zien een camping bomvol caravans met grote voortenten. Maar dat zijn (weer) allemaal weekeinders en op deze doordeweekse dinsdagavond is er geen kampeerder te bekennen.

Als de man eindelijk klaar is met zijn telefoongesprek pakt hij de draad van ons gesprek weer op. ‘Ik heb voor u nog wel een paar plaatsjes vrij’, zegt hij, kruisjes zettend op de plattegrond. ‘En ja, het klopt, er zijn momenteel geen andere kampeerders, dus u staat heel rustig. Maar als u echt mooi wilt staan, mag u ook op de camping aan de overkant van de weg een plekje zoeken. Die camping is ook van mij en daar staat u de hele dag lekker in het zonnetje met een prachtig uitzicht op de bergen. Kijk maar wat u doet. Zoek een plaatsje en laat het mij morgen even weten. Veel plezier.’

Vriendin-en-ik kiezen voor de overkant met het ‘zonnetje en het uitzicht’.
Her en der staan wat caravans, maar ook dat zijn weekeinders. Op één plekje staat een Oostenrijks echtpaar. Hij is zo’n typisch voorseizoen-geval: op leeftijd, lang grijs haar en een warrige grijze baard (hoor wie het zegt…).
Het terrein is pas aangelegd, de beplanting is nog jong. Alles is nog splinternieuw en meer dan schoon. De sanitaire ruimten zijn verwarmd, er hangen zeepautomaten, handendrogers en een föhn. Om daar te komen, moet je wel een trap op, maar op de begane grond bevindt zich een invalidenvoorziening. Toilet, wastafel, douche-met-zitje, verwarming, wat wil een mens nog meer? Vriendin-en-ik besluiten dan ook meteen die ruimte als privé-badkamer te gebruiken.
‘Jammer wel’, zeg ik tegen vriendin, ‘jammer van dat Oostenrijkse stel. Anders hadden we mooi onze handdoeken hier kunnen ophangen en de toiletspulletjes kunnen neerzetten.’

Montserrat

Ooit ongenaakbaar hoog op de helling van de 1296 m hoge Montserrat staat het beroemde Benedictijner klooster, tegenwoordig met kabelbaan en tandradbaan te bereiken.

Drie kwartier schuifelen vriendin-en-ik in een lange, langzaam vorderende rij de trap op om oog in oog te staan met de Zwarte Madonna.
Een kwartiertje lopen vriendin-en-ik langs de restaurantjes, barretjes, souvenirwinkels en een marktje met lokale producten. Vriendin koopt iets lekkers voor bij de koffie. Als we daar later bij een bakkie troost een ferme hap van nemen… nou ja, kaas bij de koffie, ook lekker.

Frits biddend in de basiliek van Montserrat?
Oh nee, hij gebruikt de kerkbank als statief om te filmen…

Zegt Frits tegen vriendin: ‘Zullen we stiekem een waxinelichtje meenemen? Kunnen we vanavond op de camping gezellig een kaarsje aansteken…’

Jozep

‘Hoe laat gaat het restaurant van de camping open?’, vraag ik bij de receptie van Repòs del Pedraforca. ‘Ons restaurant is alleen in het weekeinde open’, antwoordt de man, ‘het is voorseizoen, weet u. Maar hier vlakbij is een restaurant, dat misschien wel open is. Het is niet ver: een kilometer terug, dan rechtsaf een klein weggetje in, voorbij het hostal en dan aan de rechterkant. Kan niet missen. Weet u wat? Ik bel voor de zekerheid even. Maar dan moet u wel vroeg eten, laten we zeggen om een uur of acht, want de eigenaar heeft het druk. Tsja, het gaat niet zo best met z’n vader, dus u snapt…’
Hij pakt de telefoon, maar krijgt geen gehoor.
‘Ach, waarschijnlijk is hij op het land bezig en dan hoort hij de telefoon niet. Rijdt u er maar gewoon naar toe. Zeg maar dat ik u gestuurd heb, dan komt het wel goed. Hij heet Jozep, net als ik trouwens.’

Niet veel later parkeer ik m’n bussie bij restaurant Le Cruse. Er is niemand te zien, maar op een ernaast gelegen akker laat een man zijn werk in de steek en komt vragend op me afgelopen. Natuurlijk kan ik eten. Geen enkel probleem.
Hij beduidt vriendin-en-mij hem te volgen door de achterdeur, knipt de lichten in de eetzaal aan, zet de radio aan, verdwijnt in de keuken en komt twee tellen later in een schoon t-shirt terug om de tafel te dekken. Vriendin-en-ik verbazen ons over de ruime keuze als hij het menu de dia opsomt, maar zijn nog verbaasder als hij binnen een paar minuten de primo plata serveert. De maaltijd is heerlijk en Jozep doet zijn uiterste best voor de twee onverwachte gasten.

Als vriendin-en-ik na de café solo en de cortado het restaurant verlaten, krijg ik nog een visitekaartje mee voor ‘misschien de volgende keer’. Ik ga naar buiten en hoor Jozep in de keuken met de afwas bezig. Waarschijnlijk doet-ie daarna de lichten in zijn restaurant weer uit maakt-ie zijn werk op het land nog even af.

Huisje Beddezicht

Precies dertig dagen geleden vanuit je bed uitzicht over de Golf van Biskaje, en dan nu dit als je ontwaakt in de Pyreneeën.

Zonnig Spanje

Al heel wat keren gezien onderweg: enorme zonnepanelen.
Hele velden vol (en dan is dit nog maar een kleintje).
Midden in de mooiste natuurgebieden.
En geen actiegroep, geen milieugroepering die protesteert.
Wat nou horizonvervuiling.

Souvenir

In talloze winkeltjes vol regalos kun je in Barcelona (natuurlijk) voetbalshirts van de FC laten bedrukken met je eigen naam en rugnummer. De verkoper is in zijn schik als ik kies voor een shirt met de naam Messi. Prima, prima, want volgens hem de beste speler van het elftal.
Maar hij staat wel gek te kijken, is zelfs een beetje van de kaart als ik dat shirt van Messi bedrukt wil hebben met rugnummer 8. ‘Messi? Acht? Messi heeft rugnummer 10!’
Ik leg de man uit, dat het shirt voor mijn kleinzoon is, die binnenkort acht jaar wordt. De verkoper blijft het raar vinden, staat bijna op het punt deze ‘heiligschennis’ te weigeren, maar als ik volhoud, bedrukt hij met een schouderophalen over zoveel domheid en onder protest het shirt.
Minder moeite heeft hij met mijn tweede shirt, bestemd voor mijn bijna tienjarige kleindochter. Nadat ik (lekker Hollands…) wat van de prijs heb afgepingeld, geef ik als naam Vorki op (weet hij veel van Hollandse namen?).

Nadat beide shirts bedrukt zijn, vraagt de verkoper of hij ze in een tasje zal stoppen. Als hij me de plastic tas overhandigt, probeert hij nog één keer zijn winst te vergroten. ‘Dat is dan twee euro extra voor het tasje…’ Ik schiet in de lach en pak zonder erop in te gaan het tasje aan. ‘Beloof me dan één ding’, vraagt de verkoper, ‘als je terug bent in Holland en je geeft deze shirts aan je kleinkinderen, doe ze dan de groeten van mij. En vertel erbij, dat ze een hele gierige opa hebben die ook nog een beetje gek is.’

Tevreden verlaat ik de winkel.
En of die kleinkinderen van me straks de humor van die shirts inzien, het maakt me niet uit. Geintje. Moet kunnen. Gun mij die lol.

Girona

Girona, de laatste grote stad van deze campertrip.
Met huizen tot in het water en een voetgangerspromenade…
Met (natuurlijk) een kathedraal met een Romeinse sarcofaag…
Met balkonnetjes…
En al die leuke, enige zijstraatjes…
Kortom: je blijft fotograferen…

En ook de laatste camping op Spaans grondgebied: Masnou in Castelló d’Empúries (Girona Costa Brava). Eerste categorie, drie sterren en dus… van alle gemakken voorzien, tot een hondendouche toe.

Salvador Dali

‘La surréalisme, c’est moi’

TEATRE MUSEU DALI in FIGUERAS

Naaktportret van Gala, de vrouw van Dali, in de deuropening.
Of niet?
Knijp je ogen eens tot spleetjes…

Het venijn…

Ergernis als ik na vijf weken met m’n bussie weer op de Hollandse wegen rijd. Toegegeven, het weer speelt ook niet mee: gure windvlagen, een temperatuur van negen graden en regen. Maar de echte ergernis is de eerste file waarin ik al snel terecht kom. Die oplichtende matrixborden met 90, 70, 50.
En dan gaat ook dat waarschuwingslampje van m’n brandstofmeter nog branden. Uitgerekend op een traject waar de benzinestations niet zo dik gezaaid zijn. Natuurlijk heb ik de gelegenheid te tanken, maar ach, denk ik dan: ik haal de volgende pomp nog wel. Maar ik kom weer in de zoveelste file terecht (de radio spreekt van ongewone drukte zo midden op de dag) en de brandstofmeter kruipt akelig naar nul.
Als de file net weer wat oplost, slaat de motor af. Ik manoeuvreer m’n bussie naar de vluchtstrook, bel de ANWB en binnen een kwartier staat er een wegenwachter met knipperende lichten achter me. Hij gooit een jerrycan diesel in m’n tank, ontlucht de motor en laat zich met twaalf euro betalen. ‘U bent geen lid van de wegenwacht. Dat wordt u dan bij deze. Het lidmaatschap kost 140 euro per jaar. U krijgt daar een rekening van thuis. Goede reis verder!’

Ergernis.
Over het koude en regenachtige weer.
Over die vele files.
Maar vooral over m’n stommiteit om niet op tijd te tanken.
Het venijn zit ‘m inderdaad in de staart.

Vraagje #4

Hoe zou het zijn met die Zwitser?
Die -gescheiden van zijn vrouw- nu alleen in een camper rondtrekt. Die naar eigen zeggen meer om z’n twee honden geeft dan om zijn twee dochters. Die steevast iedere morgen een tafeltje uit z’n camper haalt en daarop behoedzaam een bonsaiboompje plaatst. Hoe zou het met hem zijn?

Hoe zou het zijn met die Brabantse meiden?
Die voor de eerste keer op stap zijn met een camper en maar niet snappen hoe ze het elektra moeten aansluiten? Die met z’n drieën vertwijfeld naar de stekkers en snoeren staan te kijken en uiteindelijk met licht gejuich 220 V in hun camper krijgen. Hoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn met dat Hollandse echtpaar?
Die het weer te slecht vinden en besluiten geen dag langer in Spanje te blijven? Die op stel en sprong hun spullen pakken en linea recta naar de Algarve doorreizen. Hoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn die twee pensionada’s?
Die met hun campingcheques maar liefst zestig nachten op de camping staan en er slechts veertig hoeven te betalen? Die op de cent nauwkeurig kunnen vertellen wat het prijsverschil is tussen de flessen water bij de Aldi en de LidlHoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn met die Engelsman?
Die jaren geleden in Duitsland had gewerkt en regelmatig even de grens naar Nederland overwipte. Die de hele wereld had afgereisd. Die speciaal in ons land een patatje ging halen omdat hij de Hollandse mayonaise het aller-lekkerst vindt. Hoe zou het met hem zijn?

Hoe zou het zijn met dat jonge stel in dat Volkswagenbusje?
Die bij het strand in hun busje-met-de-gordijntjes-dicht hevig aan het ‘zoenen’ zijn. Die dat best even willen onderbreken om vriendin-en-mij een lift terug naar de camping te geven. Hoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn met die twee Nederlandse mannen?
Die aan weerszijden van mij bij de urinoirs van een wegrestaurant staan? Die niet in de gaten hebben dat ik ook Hollander ben en hen kan verstaan. Die elkaar -de rits openend- ballerig begroeten met een ‘Hallo zeg, ouwe zeikerd!’ Die zich er vervolgens over mijn hoofd heen over verbazen dat ze ‘totaal geen hoofdpijn hebben van dat verdomd lekkere wijntje van gisteravond.’ Hoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn met die pelgrim in Santiago de Compastelo?
Die me vertelt dat hij zo tevreden is over het afgelegde traject vanuit Portugal? Die de hele weg op water en brood heeft geleefd. Die de pelgrimage zou louterend voor lichaam en geest vindt. Die ondertussen een dikke joint rolt en die opsteekt. Hoe zou het met hem zijn?

Hoe zou het zijn met die vrouw in het Picassomuseum?
Die mij stomverbaasd aankijkt als ik vol bewondering bij een brandslang blijf staan. Die haar schouders ophaalt als ik haar vertel, dat ik uitgerekend dat kunstwerk het mooiste vind wat Picasso ooit gemaakt heeft. Hoe zou het met haar zijn?

Hoe zou het zijn met die lange, ongeschoren, haveloze kerel met die slordige baard?
Die me in Madrid aanspreekt. Die ik al weg wil sturen omdat ik denk met een bedelaar te maken te hebben. Die alleen maar wil weten waar je voor een zacht prijsje nieuwe schoenen kan kopen. Die tijdens die hele fucking pelgrimstocht zijn fucking schoenen heeft versleten en nu nergens een fucking goedkope winkel kan vinden. Hoe zou het met hem zijn?

Hoe zou het zijn met alle suppoosten in de vele musea die ik heb bezocht?
Die haastig op me afschieten als ik mijn camera pak om een opname te maken op plekken waar dat verboden is. Die ik altijd als antwoord geef, dat ik ‘echt niet weet dat zoiets niet mag’. Die niet in de gaten hebben, dat ik de opname inmiddels allang heb gemaakt. Hoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn met die twee Franse dames?
Die op een ingewikkeld schilderij in het Dalimuseum het aantal mensen staan te tellen die zich op dat kunstwerk door elkaar heen kronkelen? Die al tellend op zes, misschien zeven personen komen. Die serieus opnieuw en weer opnieuw gaan tellen als ik in het voorbijgaan langs mijn neus weg me laat ontvallen dat er wel tien personen op het schilderij zijn te ontdekken. Hoe zou het met hen zijn?

Hoe zou het zijn met die vrouw in de bus naar Salamanca?
Die kwaad op de chauffeur afstapt om haar beklag te doen dat ik in de bus zit te filmen? Die het voor elkaar krijgt, dat ik van de chauffeur mijn camera moet opruimen. Hoe zou het met haar zijn?

Hoe zou het zijn met die slaapdronken Oostenrijker?
Die ’s morgens voorbij komt op weg naar de douche. Die me toevertrouwt, dat hij de afgelopen nacht geen oog heeft dicht gedaan vanwege de volle maan. Hoe zou het met hem zijn?

Laatste overnachting

EMMEN

Camping De Kuifmees
Geopend: 01/01 t/m 31/12
Aantal plaatsen: 1
Ligging: rustige woonwijk
Voorzieningen:
– wasmachine
– droger
– internet (gratis)
– televisie
– verwarmd sanitair
– restaurant
– winkels (fietsafstand)
– gratis water
– gratis stroom

OPMERKINGEN

Perfecte overnachtingsplek voor 1 camper.
Reserveren niet noodzakelijk.
Meer dan vriendelijke ontvangst door aardige beheerster.
Overnachten kan ook binnen (in overleg).
Ontbijt, lunch en warme maaltijd inbegrepen.
Handdoeken en linnengoed inbegrepen.

Let op!
Niet toegankelijk voor alle kampeerders.
Overnachting alleen in overleg met de beheerster.

Eigen haard

En dan is het bussie na precies vijf weken weer thuis.
Dan zit de schitterende rondreis door Spanje erop.
Veel gezien, veel meegemaakt, heel veel indrukken opgedaan.

En dat bussie heeft zich danig bewezen.
Geen Italiaanse toestanden zoals vorig jaar.*)
Precies 8707 kilometers zijn er onder de wielen doorgedraaid. Dat lijkt veel, maar valt mee. Omgerekend naar de vijfendertig dagen is dat een krappe 250 kilometer per dag.
Hij (zij?) mag even uitrusten.
En de chauffeur ook…

*) (her)lees: 2009 Camper Frankrijk & Italië

(more or less) Translate »