2009 Rondreis Moskou, Sint Petersburg en Baltische Staten

Video & fotoboek

Frits maakte drie videofilms over deze reis.
Klik hier om naar de videopagina te gaan.

Er is een apart fotoboek van deze reis.
Klik hier om naar de fotopagina te gaan.

Alle verhalen van deze reis kunnen worden voorgelezen

Eerste indruk

Als vriendin-en-ik in de taxi zitten die ons van het vliegveld van Moskou naar de stad zal brengen, vraag ik de gids of het ver rijden is naar ons hotel.
‘Nee hoor’, is haar antwoord, ‘het is maar zestig kilometer.’ Een paar uur geleden vertrokken van Amsterdam-Schiphol realiseer ik me, dat ik de Nederlandse afstanden en reistijden achter me moet laten. Het Moskouse vliegveld ligt ‘maar’ zestig kilometer buiten de stad. Ik ben in Rusland…

Tweede indruk

In de winter van 1989/1990 bezocht ik Moskou voor de eerste keer.
Twintig jaar later geloof ik mijn ogen niet als ik de verwesterde Russische samenleving aanschouw. Als de taxi vanaf het vliegveld de weg opdraait naar de stad zie ik door het zijraampje de enorme M van McDonald’s en een filiaal van Ikea. Ben ik in Rusland?

Witte wijn

Hotel Vega aan de Izmailovskoe Shosse in Moskou is vooral heel groot.
Dat geldt ook voor het restaurant waar we na het beklimmen van een reusachtige trap terecht komen: groot, heel veel tafeltjes, heel veel grote gele lampen aan het plafond, een uitgebreid buffet, een reusachtige spiegelwand, maar ook compleet uitgestorven. Behalve een Duits gezinnetje zijn vriendin-en-ik de enige gasten. Personeel is er niet te bekennen. We kiezen -keuze genoeg- voor een tafeltje bij het raam. Even twijfelen we nog ergens anders te gaan zitten, maar ook op alle andere tafeltjes zitten de gele tafelkleedjes vol vette vlekken.

Bij het buffet hebben we een ruime keus uit veel gerechten. Vlees en vis in alle soorten. Als we ons bord hebben gevuld en aan tafel de eerste happen nemen, komen we tot de voorzichtige conclusie, dat de overeenkomst tussen alle gerechten de mindere kwaliteit en het hoge vetgehalte is.

Na een klein kwartiertje (…) verschijnt er personeel in het restaurant.
Eén van de serveersters (wat is ze nog jong!) komt naar ons tafeltje en vraagt in het Russisch ons kamernummer.
Of ze ook Engels spreekt. Haar a little blijkt wel heel erg little te zijn, want mijn vraag om een fles witte wijn levert slechts een opgetrokken wenkbrauw en niet begrijpende ogen op. Met handen en voeten slagen we erin haar duidelijk te maken wat onze bedoeling is. Na een poosje loopt ze met een begrijpend yes, yes, yes weg in de richting van de keuken aan de andere kant van het restaurant.
Benieuwd of ze het allemaal wel echt begrepen heeft, volgen we haar bewegingen. Na drie minuten verschijnt ze alweer in de deuropening, lacht wat schichtig onze kant op, loopt op een drafje in de richting van de uitgang van het restaurant en gaat de trap af. We halen onze schouders op en vullen nog maar een klein bordje vettigheid. Als we net weer aan tafel zitten, komt ons serveerstertje terug. Ze heeft inderdaad een fles witte wijn bij zich.
In een hoek van het restaurant staan twee collega’s van haar en daar loopt ze naar toe. Met z’n drieën gaan ze in de weer om de fles te ontkurken. Eerst wordt de kurkentrekker van alle kanten bekeken, vervolgens probeert nummer 1 de fles open te krijgen. Als dat niet lukt, neemt nummer 2 de kurkentrekker over en doet verwoede pogingen de kurk uit de fles te krijgen. Regelmatig werpen ze een schichtige blik achterom naar ons tafeltje, waar wij met stijgende verbazing deze operatie volgen.
Het gaat allemaal zo onervaren en klungelig, dat we op het punt staan de helpende hand te bieden als we op dat moment wat gesmoorde vreugdekreetjes horen: de fles is ontkurkt! Helemaal tevreden zijn ze niet met het resultaat, want ze staan wat beteuterd naar de geopende fles te kijken. Ons serveerstertje pakt de fles op. In plaats van naar ons tafeltje te komen om (eindelijk, we zijn bijna klaar met eten) onze glazen te vullen, loopt ze -nerveus naar ons glimlachend- rechtstreeks naar de keuken. Bijna opgelucht komt ze even later weer tevoorschijn, stevent op ons tafeltje af en zet met gepaste trots de fles wijn op tafel.

De fles is inderdaad open, maar helaas is de kurk naar binnen geschoten. Geen probleem voor onze serveerster, want trots wijst ze op het buigrietje (…) dat in de hals is gestoken en waarmee de kurk naar beneden kan worden geduwd. Normaal gesproken zouden we er niet over piekeren een dergelijke wijnmishandeling te accepteren, maar ach, ze zijn zo bezig geweest en ach, ze hebben zo hun best gedaan en ach, ze zijn nog zo jong, dus vooruit maar. Wel maken we haar duidelijk, dat witte wijn gekoeld moet worden gedronken, dus als ze wat ijs heeft? Kijk en dat begrijpt ze meteen, want binnen de kortste keren is ze terug met een dessertbakje met ijsklontjes. Kunnen we die bij de wijn doen. Met handen- en voetenwerk maken we haar duidelijk, dat we een koeler met ijsblokjes bedoelen waar we de fles in kunnen zetten. We beginnen medelijden met haar te krijgen als we haar weer naar de keuken zien lopen, even later het restaurant zien doorkruisen en voor de tweede maal de trap naar beneden zien nemen. Het duurt even (we zijn maar vast aan het dessert begonnen) als ze weer terug komt. Met twee handen omklemt ze een grote kom, een soort pispot-zonder-oor, tot de rand gevuld met ijsblokjes.
We laten het maar zo, bedanken haar vriendelijk en wurmen de wijnfles tussen de blokjes ijs, een ervaring rijker.

Nog één keer verschijnt ons serveerstertje aan tafel.
Of we de wijn apart willen afrekenen: 600 roebel alsjeblieft.
Ach, hebben we voor een krappe veertien euro toch een gratis voorstelling gekregen. En ze krijgt nog een fooitje ook.

Galina #1

Ons reisgezelschap in Moskou is niet groot.
Sterker nog, het bestaat maar uit twee personen: vriendin-en-ik.
Dat heeft voor- en nadelen.
Voordeel is, dat we gedurende onze dagen in Moskou een privéchauffeur en een privégids hebben die ons met een ‘eigen’ auto naar alle bezienswaardigheden brengen. Nadeel is, dat je doorlopend ‘bij de les’ moet blijven als vrouwelijke gids Galina iets staat te vertellen.
Kun je bij een groter reisgezelschap nog wel eens aan de buitenrand van de groep gaan staan als de uitleg wat al te uitvoerig wordt en met een half oor luisteren, in onze situatie is dat onmogelijk.

En Galina ontpopt zich als een strenge gids.
Ik val al snel door de mand als ze mij op de allereerste dag bij de allereerste bezienswaardigheid geforceerd vriendelijk en afgemeten te kennen geeft:
‘Ik merk, dat u meer belangstelling heeft voor uw videocamera dan voor mijn verhalen.’ Vertelde ze gisteren niet dat ze ook lerares Duits is?

Galina #2

Gids Galina is er een van de oude Intertourist-stempel.
Leidt al groepen rond sinds de hoogtijdagen van communistisch Rusland. Is dan ook weinig flexibel. Duldt nauwelijks inspraak, laat staan tegenspraak. Zelfs met een ‘groep’ van twee Hollanders is het programma en de daarbij behorende uitleg heilig.
We krijgen dan ook (terwijl we met geen andere reizigers rekening hebben te houden) precies onze exacte twintig minuten om foto’s te maken op het Rode Plein, want ‘het schema, hè, we moeten door’.

Pas op onze laatste dag in Moskou kunnen we haar overhalen het vastgestelde programma eerder te stoppen, omdat vriendin-en-ik afwijkende plannen hebben. ‘Maar’, laat zij ons stellig beloven, ‘als er straks terug in Holland gevraagd wordt of de gids zich aan het schema heeft gehouden, moet u niet vertellen dat ik daarvan afgeweken ben’.

Al op de allereerste dag bewijst Galina hoe vasthoudend ze is in haar gidsgedrag.
‘Voor we naar het Rode Plein gaan, moeten we even bij een winkel stoppen, want Alexander moet batterijen kopen’, zegt ze als we hebben plaats genomen op de achterbank van onze taxi.
‘Batterijen?’, doen wij verbaasd.
‘Ja. Voor de microfoon.’
Galina zit naast chauffeur Alexander inderdaad met een microfoon te rommelen. Vriendin-en-ik kijken elkaar aan. Het zal toch niet zo zijn, dat…
Onze taxi stopt, Alexander stapt uit en komt even later terug met twee penlight battterijtjes.

Galina stopt de batterijtjes in de microfoon, Alexander rommelt wat met knopjes en dan klinkt het luid en duidelijk door de taxi: ‘Dames en heren, aan uw linkerkant ziet u…’
Wat er te zien is, ontgaat ons even, zo verbouwereerd zijn ‘de dames en heren’ op de achterbank.

Kerstvrouw?

‘Sir! Sir! Beautiful coat for you? Come and see!’
Ik word bijna het kraampje op de markt binnengetrokken als ik even blijf staan en een blik werp op de leren jassen die er hangen. En natuurlijk laat ik me door de aardige Azerbeidzjaan met z’n tien woorden Engels binnen de kortste keren in een leren colbert hijsen. Het blijkt te klein.
Geen nood: zijn vrouw gaat -ondanks mijn tegenwerpingen- bij een buurkraam een ander jasje halen. Dat is weer te groot en bovendien een ander model. Met moeite wimpel ik verdere onderhandelingen af, maar de verkoper is vasthoudend.
Met een blik op vriendin troont hij ons mee naar achter waar hij nog meer beautiful coats heeft hangen. Hij wijst op een leren damesjasje, waarvan de kraag en de mouwen zijn afgezet met wit bont. ‘Look sir: for the lady, sir. Lady Santa Claus, sir!’

Top-overweging

Sinds jaar en dag worden wij Hollanders in het buitenland voor Duitsers aangezien. Veel landgenoten -waaronder ik- haasten zich dan ook te verklaren dat we ab-so-luut géén Duitsers zijn.

Misschien is het sinds het optreden van de Toppers in mei 2009 verstandiger de Russen in de waan te laten dat ik de Duitse nationaliteit heb.

Vooruitgang?

Twintig jaar geleden liep ik onder leiding van een gids met een groep over het Rode Plein. Toen ik me destijds een paar meter van de groep verwijderde om een stukje te filmen, snerpte er onmiddellijk een fluitje en werd ik door een bars kijkende soldaat terug naar de groep verwezen. Twintig jaar later lunch ik met vriendin op een westers aandoend terrasje aan datzelfde Rode Plein…

Twintig jaar geleden bezocht ik het toen grootste warenhuis van Moskou: het Gum. Ik filmde een grauwe mensenmassa in vormeloze jassen en vrouwen met grijze hoofddoeken. Ik zag winkeltjes met nauwelijks artikelen in de schappen. Twintig jaar later kijk ik mijn ogen uit in datzelfde Gum. De smoezelige winkeltjes hebben plaats gemaakt voor hypermoderne boetieks. Overal zie je de grote, westerse merken…

Twintig jaar geleden werd het straatbeeld in Moskou bepaald door Lada’s en Volga’s. Twintig jaar later zie ik de meest dure en westerse automerken door de straten rijden…

Twintig jaar geleden filmde ik schitterende historische gebouwen. Twintig jaar later zijn veel historische gevels ontsierd door grote, westerse reclames en billboards…

Twintig jaar later.
Moskou straalt rijkdom en vooruitgang uit.
Maar is het niet een flinterdunne rijkdom? Een rijkdom voor de happy few?
Heeft het merendeel van de Moskovieten het nu echt beter dan twintig jaar geleden?

Slaaptrein

‘Reizen jullie met de nachttrein van Moskou naar Sint-Petersburg?’, had goede-vriend-uit-Brabant gevraagd. ‘Dat wordt genieten! Dat is zo’n belevenis!’ Zelf had hij deze rit enige tijd geleden gemaakt en hij vervolgde: ‘Dan komt er iemand ’s avonds je bed opmaken. Keurige, schone lakens en dekens. Dan heb je ieder een badjas en slippertjes. Dan komen ze langs met hapjes en drankjes. En je hebt een flatscreen. En nadat je je ’s morgens in je eigen coupé lekker hebt gewassen (natuurlijk zijn er handdoeken en toiletartikelen!) krijg je een heerlijk ontbijt geserveerd! Nee, een prima keus van jullie om die trein te nemen!’

Het enthousiasme van goede-vriend-uit-Brabant had aanstekelijk gewerkt en vriendin-en-ik keken dan ook uit naar die nachtelijke rit.
En ja hoor, het klopt. Tenminste wat zijn opmerking over de stram in de houding staande spoorwegbeambte bij de deur van ons treinstel betreft. Ook schalmt het Moskouse volkslied uit de luidsprekers als onze trein om 23:55 uur vertrekt. Maar verder?
Vriendin-en-ik kijken elkaar eens aan.
Waar moeten we onze koffers laten? Daar had goede-vriend-uit-Brabant niets over gezegd. Met moeite proppen we ze onder de banken.
En we voelen ook even aan die banken. Moeten we daar op slapen? En de badjas? En de slippers? En de toiletartikelen? Nergens te bekennen.

Het ziet er allemaal keurig uit hoor: het is schoon, er hangen gele, gedrapeerde gordijnen voor het raam met rode balletjes, er ligt een kleedje op tafel, maar het dekbed bestaat uit een paardendeken in een hoes. En het gezamenlijke toilet is aan het einde van het rijtuig en overwegend bezet. We gaan voor het raampje zitten en zien de lichtjes van de stad langzaam vervagen.

Er wordt op onze deur geklopt. Ha, daar zul je de beddenopmaker hebben! Maar het is een vrouw met een rieten mand vol eet- en drinkwaren. Of we iets nodig hebben? Nou, nog maar net begonnen aan de reis hebben we daar nog geen behoefte aan. Hadden we maar gekocht! Hadden we maar ingeslagen! Konden wij weten dat we die vrouw gedurende de hele reis niet meer zouden zien?
We klappen de banken uit, pakken kussen en dekbed en proberen wat te slapen.

We zijn de volgende morgen natuurlijk veel te vroeg wakker, maar vroeg genoeg om voor de meute uit ons te kunnen wassen in de toiletruimte.
Gelukkig kan ik een kop koffie halen bij onze ‘stewardess’*) en met dikke slaapogen zien we de buitenwijken van Sint-Petersburg aan ons voorbij rollen. Het kan ons niet snel genoeg gaan. Wat zijn we toe aan het ontbijt in ons hotel!

‘En?’, vroeg goede-vriend-uit-Brabant bij onze thuiskomst, ‘hoe vond je de nachttrein? Een heel aparte belevenis, toch?’
Ik deed verslag van onze ervaringen en we kwamen tot de conclusie, dat er meerdere nachttreinen rijden tussen Moskou en Sint-Petersburg.
Pech. Hadden vriendin-en-ik waarschijnlijk net die ene sobere gehad. Of zou goede-vriend-uit-Brabant meer roebels voor zijn treinkaartje hebben neergeteld?

*) Nuchtere vaststelling: de nostalgische, romantische samowar is vervangen door de magnetron