2009 Camper Frankrijk en Italië

Soms zit het mee… #5

08:30
‘Goedemorgen, Bovag pechhulp, met Marja. Ik bel u toch niet wakker?’
‘Welnee, Marja. Fijn weer wat van je te horen!’
‘Ik lees net uw dossier. Wat heeft u nou weer?’
Als ik Marja op de hoogte heb gebracht van de laatste ontwikkelingen, komt ze meteen in actie.
‘Wat vervelend voor jullie. Ik ga meteen alles in het werk stellen om de repat van uw camper te regelen. Ik bel u zo snel mogelijk terug.’

08:45
‘Goedemorgen, ANWB alarmcentrale. Ik heb goed nieuws voor u. We hebben een auto voor u kunnen regelen, waarmee u via Frankrijk (daar had u toch een afspraak?) terug naar huis kunt. We hebben een Ford C Max voor u gereserveerd bij Hertz tot en met 31 augustus. Uiterlijk op die datum moet u de auto weer inleveren aan het Weena in Rotterdam. Het vervelende nieuws is, dat u die auto zelf voor twaalf uur vandaag moet ophalen op vliegveld Malpensa bij Milaan en dat de huurkosten waarschijnlijk uw vergoeding enigszins zullen overschrijden, want door de one-way-fee komt de huur op € 733,– euro en u hebt recht op honderd euro per dag…’

09:10
‘Goedemorgen, Bovag pechhulp, met Marja weer. De repat is geregeld hoor. Uw camper wordt vanuit Nederland opgehaald en naar Buscamper in Culemborg gebracht. Houdt u er wel rekening mee, dat dit wel tien tot veertien dagen kan duren. Ik zal de garage in Baveno bellen en alles uitleggen. Heeft u al iets gehoord over uw eigen transport?’

10:00
Bon giorno. Kunt u voor mij een taxi bestellen naar Malpensa? Rond een uur of elf graag.’

11:00
‘U wilt naar Malpensa? Geen bagage? Stapt u in, alstublieft.’
Na zo’n tien minuten in de taxi stoot vriendin mij aan.
‘Volgens mij zit die chauffeur te dommelen. Moet je kijken: z’n hand onder z’n hoofd, z’n ogen vallen steeds dicht en hij zit te knikkebollen.’
Door iedere keer overbodige vragen te stellen of iets te vertellen, houden we de chauffeur wakker, maar we zijn blij als we bij Malpensa worden afgezet. We betalen onze vijftig euro (mag ik een bonnetje voor de verzekering?) en stappen de luchthaven binnen.

11:40
Bij de balie van Hertz is het druk. Er is net een vliegtuig uit Israel geland en er staat een lange rij keppeltjes tot buiten het kantoor. We sluiten geduldig aan. Hebben we haast?

11:59
‘Goedemorgen. Als het goed is, staat er een auto voor ons klaar, die vanuit Nederland geregeld is.’
En ach, wat krijgen we te doen met de vriendelijke medewerkster achter de balie, die steeds meer begint te zuchten, steeds vertwijfelder naar haar beeldscherm kijkt, steeds nerveuzer allerlei papieren invult, uiteindelijk op een andere computer helemaal overnieuw begint en als het daar ook niet lukt ons overdraagt aan een andere collega. We wisselen geduldig van plaats aan de balie. Hebben we haast?

12:45
‘Hallo, mijnheer. Volgens dit papier moet onze auto op nummer 445 staan. Daar staat weliswaar een Ford C Max, maar het kenteken klopt niet en in plaats van zilvergrijs is deze auto zwart.’
Momento!’

Hallo! Gaat u ons nog helpen?’
De medewerker van Hertz loopt mee naar plek 445, stelt vast dat daar inderdaad een verkeerde auto staat, loopt zonder iets te zeggen weg en brengt een paar minuten later de juiste auto. Dat we daarna twee keer het parkeerterrein van het vliegveld rond rijden omdat we het bordje uscita missen, kan ons niet meer deren. We hebben een auto. We zijn weer mobiel!

13:00
Merda! Kijk nou. Moet ik in Rotterdam die auto met een volle tank weer inleveren, staat-ie nu al op driekwart.’
Ik haal m’n schouders op. ‘Zullen we eerst daar op dat terrasje maar even koffie drinken?’

14:20
‘Hallo, Luca. Daar zijn we weer. We komen nog even alle sleutels van de camper brengen en hier heb je ook het kentekenbewijs en de groene kaart. Hebben ze je vanuit Nederland al gebeld en is alles geregeld?’

16:30
‘Weet je’, zeg ik tegen vriendin, ‘om in de sfeer van deze vakantie te blijven, zou het nu het toppunt zijn als deze huurauto het onderweg zou begeven.’ ‘Of dat-ie helemaal leeg gestolen wordt’, doet vriendin er nog een schepje bovenop…

Soms zit het mee… #4

‘Bovag pechhulp, waarmee kan ik u helpen?’
‘Goedemorgen, met Frits Mahn, gestrand in Italië met kenteken 13-Pieter Theodoor Zacharias Karel. Hebben jullie van de garage in Baveno al iets gehoord over mijn camper?’
‘Ogenblikje. 13-Pieter Theodoor Zaandam Karel? Ja, mijn collega heeft een uurtje geleden contact gehad met de garage. Tot nu toe hebben ze niets kunnen vinden. Het is nu kwart voor twaalf dus er zal weinig meer gedaan worden. Om een uur of twee gaan ze verder met uw camper en we hebben afgesproken, dat we zo rond half vier weer zouden bellen. Zodra we wat weten, bellen we u weer.’

We zitten met een cappuccino en een espresso op een terrasje in Luino met een schitterend uitzicht over het Lago Maggiore na een prachtige rit dwars door het natuurgebied van het Parco del Campo dei Fiori. Luino is niet zonder reden als koffiestop gekozen: hiervandaan kunnen we langs het meer een stukje zuidelijk kronkelen om in Laveno de veerboot naar Verbania aan de overkant van het meer te nemen. Vandaar is het nog maar een klein stukje rijden naar Stresa, waar we onze gehuurde Fiat Punto vandaag moeten inleveren. De maximale termijn van vier dagen voor reparatie in het buitenland en de beschikking over een huurauto loopt namelijk vandaag af. Ja, je leert snel als je pech hebt in het buitenland.

Na de lunch in Verbania (een mens moet toch blijven eten, nietwaar?) besluit ik eigenwijs niet te wachten op het telefoontje van de Bovag, maar direct naar de garage in Baveno te rijden om poolshoogte te nemen. Als we tegen vieren de garage binnen stappen, worden we bijna met open armen ontvangen.
‘Ha! U bent de eigenaar van de camper? We hebben het probleem gevonden! Het is de startblokkering van het inbraakalarm. Goed dat u er bent. Heeft u de code?’
Vriendin-en-ik kijken elkaar aan. Startblokkering? Het zal toch niet zo zijn, dat het hele probleem veroorzaakt wordt door een code? Dat we dit oponthoud met het invoeren van een paar cijfertjes… Tegelijkertijd pieker ik me suf over die code. Ik weet van niks. Is mij vier weken geleden (…) bij de koop ook niks over verteld. Met veel gebaren en hulp van de gebrekkig Engels sprekende vriendin van garage-eigenaar Luco maken ze me duidelijk, dat ik in het bezit moet zijn van een soort creditcard met daarop de code. Die heb ik dus niet.
Geen probleem -benieuwd naar de rekening van de mobiele telefoon als ik weer thuiskom- we bellen wel weer even naar Buscamper in Nederland. Aan het eind van de boodschap, dat hun bedrijf op maandag gesloten is, wordt een 06-nummer genoemd voor spoedgevallen. Dit lijkt me een typisch gevalletje spoed. Vijf minuten later heb ik de code doorgekregen en ik overhandig het briefje aan Luco, die ermee in zijn kantoortje verdwijnt om op internet de handleiding uit te printen. Met die handleiding en de code neemt hij plaats op de bestuurdersstoel, verricht een aantal voor mij onduidelijke handelingen en start de motor! Opluchting bij Luco, opluchting ook bij vriendin-en-mij.

Nadat Luco ook nog een Engelstalige handleiding van internet heeft geplukt en mij heeft voorgedaan hoe we de startblokkade kunnen omzeilen om de motor te starten, kunnen we eindelijk weg. Luco is zo vriendelijk het bussie naar het zes kilometer verderop gelegen autoverhuurbedrijf te brengen waar we de Punto moeten inleveren.

We kunnen weg!
Eerst morgen naar dochter-van-vriendin in Zuid-Frankrijk en daar vandaan terug naar Emmen/Goudswaard. Lastig weliswaar met die ongemakkelijke startprocedure die Luco ons heeft uitgelegd, maar daar is overheen te komen. Maar simpel is anders: Het contact aanzetten, het gaspedaal intrappen tot het motorlampje uitgaat, het gaspedaal laten opkomen, tellen tot het motorlampje twee keer heeft geknipperd, het gaspedaal snel intrappen, wachten tot het motorlampje weer uitgaat, het gaspedaal weer op laten komen, wachten tot het lampje weer aangaat, tellen tot dat lampje vijf keer heeft geknipperd, gaspedaal intrappen en dat herhalen tot we op die manier de code 25577 hebben ‘ingetrapt’…
’t Is niet te hopen, dat de motor een keer per ongeluk afslaat.
Bij een verkeerslicht bijvoorbeeld…

Luco heeft het bussie keurig neergezet op het parkeerterreintje naast het autoverhuurbedrijf. We nemen afscheid van deze aardige garagist, leveren de huurauto in en ik neem met een zucht van opluchting plaats achter het stuur. Met eenzelfde opluchting krijg ik de motor gestart met de ‘gaspedaaltruc’. Ik manoeuvreer een stukje achteruit, draai een stukje vooruit en als ik het parkeerterrein wil afdraaien, springt het rode lampje van de versnellingsbak weer aan. Het bussie is niet meer voor- of achteruit te krijgen. Daar staan we voor de zoveelste keer: nu midden op de parkeerplaats, vier tot vijf geparkeerde auto’s blokkerend en in een brandende zon die aan het einde van de middag de temperatuur nog steeds laat oplopen tot dik boven de dertig graden.

‘Bovag pechhulp, waarmee kan ik u helpen?’
‘Goedemiddag, met Frits Mahn nog maar weer een keer, nog steeds in Italië met kenteken 13-Pieter Theodoor Zacharias Karel. Nu was ik blij dat mijn camper weer de weg op kon, maar nadat hij zes kilometer heeft gereden, staat hij alweer stil. Wees zo vriendelijk de garage in Baveno voor me te bellen en te vragen of ze hier naartoe willen komen?’

Een kwartiertje later draait Luco de parkeerplaats op. Hij neemt plaats achter het stuur, start de motor en constateert -net als ik- dat de camper alleen maar in de vierde versnelling wil optrekken. Luco stelt voor op die manier weer terug naar zijn garage te rijden. Als we daar aankomen (wat is die boulevard dan druk, wat moeten we vaak inhouden en wat kost het dat motortje dan moeite weer op gang te komen) staat Luco al klaar met zijn laptop om de elektronica nog maar eens na te lopen. Iedere keer denkt hij het gevonden te hebben en maakt hij samen met mij een proefritje, maar het uiteindelijke en beste resultaat is, dat we de motor niet hoger dan in de tweede versnelling krijgen. Niet bepaald de ideale versnelling om mee naar huis te rijden.
Luco haalt mismoedig zijn schouders op, brabbelt iets over een defecte brandstofpomp en maakt een gebaar dat die reparatie me een stevige duit zal gaan kosten. Omdat die pomp ook nog besteld moet worden en de leveranciers de gehele maand augustus gesloten zijn, worden de pogingen opgegeven m’n bussie ter plekke te repareren…

‘Bovag pechhulp, waarmee kan ik u helpen?’
‘Goedemiddag, met Frits Mahn weet u nog? Mijn kenteken is nog steeds 13-Pieter Theodoor Zacharias Karel. Ik ben nu definitief gestrand in Baveno en ik heb jullie hulp nodig om mijn camper naar Nederland gerepatrieerd te krijgen…’

‘Travelcare internationale pechulp, wat kan ik voor u doen?’
‘Goedemiddag, met Frits Mahn, kenteken 13-Pieter Theodoor Zacharias Karel. Als het goed is, hebben jullie al een dossier over mijn camper. Die wordt door de Bovag naar Nederland gerepatrieerd en ik vraag jullie vervangend vervoer terug naar huis voor mij te regelen.’

Het is inmiddels half negen geworden als er een taxi stopt bij de garage van Baveno. Vuilniszakken met kleding, kratjes met spulletjes, tasjes met van-alles-en-nog-wat die we in allerijl uit de camper hebben gehaald (niks vergeten? nee, dat is alles) verdwijnen in de kofferbak van de taxi, vriendin en ik schudden voor de zoveelste keer Luco de hand, nemen plaats in de taxi en laten ons voor honderd euro naar ons hotel vervoeren. We sjouwen de spullen naar onze kamer en frissen ons snel wat op. Op weg naar de eetzaal voor het diner melden we bij de receptie, dat we nog maar een nachtje langer blijven…

Heeft u dat nou ook? #1

Doet u dat nou ook? Dat u de namen van uw reisgenoten (nog) niet kent en dan maar zelf toepasselijke namen bedenkt?
Zo kwam ik deze reis o.a. in contact met: de Brede Scheiding, FC Hoogvliet, Snormans, de Klessies, Il Silenzio, Jamie & Co, Heerlen, de Onassis-vrouw, het Jonge Stel, André Rieu, de sectie Groenlo en Flipje.

Sporthotel

Hotel Continental in Biandronno blijkt een uitvalsbasis te zijn voor professionele sporters. De Australische Olympische roeiploeg is er op trainingskamp. Lig je bij het zwembad, komen die mannen na hun training op het meer van Varese nog even een ontspannen duik nemen. Vriendin en andere Hollandse vrouwen volgen met meer dan normale belangstelling de verrichtingen van die six-pack-sportlijven. Slecht voor mijn dikbuikige, overgewicht-ego…

Ook de Italiaanse Olympische roeiploeg is in het hotel aanwezig. Het team van de Paralympics om precies te zijn. Ik weet wel, dat het een doodnormale zaak is, maar de eerste keer kijk je toch wat vreemd op als je zo’n sporter op de rand van het zwembad ziet zitten, haar onderbeen ziet afschroeven om zich vervolgens in het water te laten glijden…

En ik ga me een keer in de fout!
Loop ik tijdens het avondeten naar het buffet, komen er op dat moment twee mannen de eetzaal binnen. Ze lopen achter elkaar en de achterste heeft zijn voorganger bij de schouders vast. In een opwelling roep ik ‘Gezellig! Polonaise!’, sluit spontaan aan en leg mijn handen bij de achterste van de twee op zijn schouders.
Heb ik een blinde Italiaanse roeier te pakken!
Ik schaam me dood en vervolg met een mille scusa mijn weg naar het buffet…

Kort door de Italiaanse bocht #1

Overpeinzing in de trein van Varese naar Milaan.
Dat heeft die Berlusconi dan toch maar mooi voor elkaar. Net als bij zijn illustere voorganger en voorbeeld (?) Mussolini rijden de treinen in dit land nog altijd perfect op tijd…

In de boot

‘Hoe laat is het?’
We hebben ’s morgens de folder uitgebreid bekeken.
Er zijn twee mogelijkheden om te kanoën. Je kunt begeleid met een groep mee en een tocht van een halve dag maken over de rivier. Vanaf het eindpunt word je dan weer terug gebracht naar de ‘basis’.
Je kunt ook voor een uur (of langer) een kano huren en zelf op de rivier varen. Jammer genoeg (…) is de halve dagtocht al vertrokken, zodat we besluiten met z’n allen voor een uurtje in zo’n wankel bootje te stappen.

‘Hoe laat is het?’
Het is warm. Het is meer dan warm. De verplichte zwemvesten plakken aan je lijf. Er staat geen zuchtje wind. Van enige verkoeling is geen sprake of het moet van het water zijn dat we met onze ongeoefende roeibewegingen in de boot hozen.
En wat zit dat eigenlijk ongemakkelijk op zo’n stukje gemodelleerd plastic dat een zitplaats moet voorstellen. Spierpijn krijg je ervan. En de armbewegingen worden ook steeds trager. Is het uur al om?

‘Hoe laat is het?’
Wat zijn we blij als er een half uur voorbij is. Nee, die mooie watervalletjes bij de bocht in de rivier gaan we niet meer halen. Als we op tijd terug willen zijn, moeten we hier even uitrusten en dan beslist keren.

‘Hoe laat is het?’
Precies tijd om die kano’s de kant weer op te trekken. Precies tijd om droge kleren aan te trekken (lang leve het bussie dat dienst doet als kleedhokje). Precies tijd om vast te stellen, dat het allemaal reuze leuk is geweest, maar dat een uurtje genoeg, meer dan genoeg is.
Volgende keer die halve dagtocht? Dacht het niet…

Fotoboek

Er is een apart fotoboek van deze reis.
Klik hier om naar de fotopagina te gaan.

Heeft u dat nou ook? #2

Dat u in Frankrijk en Italië tevergeefs gezocht hebt naar een radiozender die een beetje om aan te horen is?
Dat u op de thuisreis zo blij bent eindelijk weer eens een Hollandse zender te horen in de buurt van de Nederlandse grens? En dat u helemaal het gevoel krijgt weer bijna thuis te zijn als u rond Antwerpen het bord ziet met de afslag Jezus-Eik?

Bankpraat

De man op leeftijd zit in de schaduw van een boom te genieten van het uitzicht op het hoogste punt van Belvedère. Met een buon giorno ga ik naast hem op het bankje zitten. Waarschijnlijk omdat ik op dat moment in een huurauto rondrijd met een Italiaans nummerbord, beantwoordt hij mijn groet, vraagt of ik toerist ben en begint -zonder het antwoord af te wachten- in het Italiaans uitgebreid te vertellen over de prachtige omgeving. Het helpt niets als ik hem duidelijk maak, dat ik een Hollander ben en zijn taal niet spreek: hij is niet te stuiten.
Met weidse gebaren wijst hij op de heuvels aan de overkant en kletst honderduit. Ik probeer hem nog een keer duidelijk te maken, dat ik hem niet versta, maar het is aan dovemansoren gericht.
Ik geef het op, neem een belangstellende luisterhouding aan, steek een sigaar op, schud af en toe op goed geluk mijn hoofd of mompel een ‘begrijpend’ si, si.
Zo nu en dan vang ik een bekend (?) woord op en meen ik enig verband in zijn verhaal te kunnen ontdekken. Gaat het misschien over de Tweede Wereldoorlog, over verzetsgroepen in de bergen, over Duitsland, over Zwitserland? Ik knik maar weer eens.

Dan loopt de man naar zijn auto, pakt er iets uit, komt terug naar het bankje en laat me zien wat hij heeft gehaald. In zijn geopende hand ligt een kompas, zo’n minuscuul, blikkerig kermiskompasje. Hij legt het voor het bankje op de grond, wijst op het trillende naaldje en maakt me duidelijk dat daar het noorden is. Dan wijst hij weer naar de heuvels, geeft een duwtje tegen het kompas, wacht tot het naaldje weer stilstaat en kijkt me afwachtend aan.
Ik gok erop, dat ik nu met ontzag voor zijn redenering ‘ja’ moet knikken. Ik gok blijkbaar goed, want de man laat zich achterover op de bank zakken en leunt voldaan tegen de rugleuning. Ik sta op, schud hem de hand en bedank hem voor zijn mooie verhaal.

Twintig minuten op een bankje gezeten.
Twintig minuten een verhaal over me heen gekregen waar ik geen snars van heb begrepen.
Twintig minuten op een vakantie van vier weken.
Da’s toch een hele kleine tijdsinvestering om iemand het gevoel te geven dat er nog naar hem geluisterd wordt?

Soms zit het mee… #3

‘Koos’, met Frits Mahn, ‘je weet wel die vier weken geleden bij jullie die buscamper heeft gekocht. Ik ben nog steeds in Italië en heb je al eerder gebeld over de problemen met dat bussie.’
Ik breng Koos van Buscamper Nederland op de hoogte van mijn ervaringen bij de Citroëngarage in Gavirate en vertel hem ook het laatste ‘nieuws’. Dat we gisteren waren terug gekomen van een dagje met de trein naar Milaan en dat toen het bussie weer niet wilde starten. Met veel geduld, wachten en af en toe proberen, was het uiteindelijk wel weer gelukt de motor aan de praat te krijgen, ‘maar je begrijpt, Koos, dat ik het nu wel even gehad heb met die problemen. Omdat ik nog in de garantie bij jullie zit en wil voorkomen, dat ik op eigen houtje dingen onderneem die jullie later niet willen vergoeden, leg ik het probleem maar weer bij jou neer.’
Koos vindt het allemaal (weer) heel vervelend, maar ‘als het even kan, probeer er dan toch mee naar huis te komen. Je camper naar Nederland laten overbrengen, is een hele toestand. Laten we maar meteen een afspraak maken, dat je in de eerste week van september je camper naar ons brengt.’

En wat hadden we vandaag een schitterende, probleemloze tocht gemaakt naar het Lago Maggiore. Niks geen knipperende lichtjes en niks geen startproblemen.
En wat hadden we genoten van een boottochtje naar Isola Bella.

En wat waren we (gedeukt vertrouwen) benieuwd of de motor startproblemen zou hebben toen we na uren weer terugkeerden op de parkeerplaats. En wat waren we opgelucht toen dat niet het geval bleek te zijn.

We besluiten niet dezelfde weg terug naar het hotel te nemen, maar iets noordelijker langs het meer te rijden en daar de veerboot naar de overkant te nemen.
Ik sluit tegen half vijf met mijn bussie aan bij de rij wachtende auto’s, vriendin stapt vast uit om een kaartje voor de overtocht te kopen en in afwachting van de komst van de veerboot zet ik de motor uit (…).
Als de boot arriveert, start ik…
Als de boot arriveert, start ik…
Als de boot arriveert, start ik…
Om me heen rijden de auto’s de veerboot op. Opgewonden Italiaanse veerdienstmannetjes in blauwe overhemden beginnen driftig naar me te gebaren, dat ik moet oprijden, maar het enige dat ik kan doen, is verontschuldigend mijn armen omhoog steken: mijn bussie is niet aan de praat te krijgen. Verschillende blauwe overhemmetjes beginnen zich ermee te bemoeien, geven (in het Italiaans uiteraard) allerlei adviezen, maar niets helpt. Uiteindelijk word ik door vier van die mannetjes uit de oprijlaan van de boot geduwd. Daar staat mijn bussie dan: onbeweeglijk midden op de weg.

Weer gaan er telefoontjes naar Nederland.
Het eerste is kort: ‘Koos, ik weet dat je er anders over denkt, maar ik ben het nu spuugzat. Je hoeft niet eens te reageren. Ik laat je alleen weten, dat ik op dit moment met m’n bussie bij de veerboot sta aan het Lago Maggiore, dat de motor weer niet wil starten, dat het hier 35 graden is en dat je ervan op de hoogte bent hoe deze mankementen mijn vakantieplezier vergallen. Dag Koos!’

Het tweede telefoontje is wat langer. Bij het internationale hulpnummer van de Bovag zijn ‘alle medewerkers helaas in gesprek’ en krijg ik twintig minuten een ontspannend (…) wachtmuziekje. Maar daarna gaat het (voor Italiaanse begrippen) allemaal redelijk snel. Binnen drie kwartier verschijnt er een bergingsvoertuig ten tonele, met een half uurtje staat het bussie bovenop dat voertuig en zitten vriendin-en-ik naast de chauffeur in de bloedhete cabine. Een chauffeur die alleen maar Italiaans spreekt, maar die ons duidelijk maakt, dat de camper eigenlijk naar een Citroëngarage moet, dat die garage tot maandag gesloten is wegens vakantie en dat-ie ons nu naar zijn bergingsbedrijf vervoert, ook al omdat inmiddels alle andere garages gesloten zijn.

Na zo’n twintig minuten draaien we het terrein van het bergingsbedrijf in Baveno op. De chauffeur ‘draagt ons over’ aan de bazin en vertrekt. Gelukkig spreekt die vrouw Engels. Nou ja, een woord of twintig. Genoeg om het verhaal van de chauffeur te bevestigen. Na het weekeinde kunnen we bij Citroën terecht en tot die tijd moet het bussie dan maar bij haar blijven. Die mededeling is genoeg om de Bovag hulplijn maar weer te bellen. Ik heb wat moeite om uitgelegd te krijgen, dat we met het bussie in een hotel verblijven, zo’n klein uurtje hier vandaan, dat we absoluut terug naar dat hotel moeten in verband met noodzakelijke injecties voor vriendin en dat we aanstaande zaterdag een dringende, niet te verzetten afspraak hebben in Zuid-Frankrijk (dat we op bezoek gaan bij dochter-van-vriendin die daar dan vakantie houdt, hoeven ze bij de Bovag niet te weten).

Ettelijke telefoontjes over en weer later is alles geregeld.
Vanuit Nederland is een taxi besteld die ons oppikt bij het bergingsbedrijf. Die taxi brengt ons naar Stresa waar een huurauto voor ons klaar staat en daarmee kunnen we naar ons hotel terug. Bovag gaat er morgenochtend alles aan doen het bussie gerepareerd te krijgen, zodat we morgenmiddag, uiterlijk zaterdag weer de weg op kunnen.
‘Maar mijnheer’, voegt Marja-van-Bovag eraan toe, ‘we kunnen niets met zekerheid zeggen. We gaan ons best doen, maar houdt u er ook rekening mee, dat uw camper eventueel naar Nederland moet worden vervoerd.’

Het liep inmiddels tegen achten.
Even na negen uur bereiken we met de huurauto ons hotel.
Nog precies op tijd om ons op te frissen en een hapje te eten.
Morgen weer een dag.