2009 Camper Frankrijk en Italië

Fotoboek

Er is een apart fotoboek van deze reis.
Klik hier om naar de fotopagina te gaan.

Vreemde vakantie

Dochter Saskia en dochter Laura-van-vriendin gaan dit jaar op vakantie naar Zuid-Frankrijk.
Dochter Saskia verblijft op camping l’Anjou in Montesquiou.
Dochter Laura-van-vriendin verblijft in villa Bellavista in de Provence.
Wat ligt er meer voor de hand (…) dan beide kinderen even een bezoekje te brengen?

Jammer, dat dochter Saskia eind juli/begin augustus in Zuid-Frankrijk is en dat dochter Laura-van-vriendin pas vanaf eind augustus vakantie heeft.
Jammer ook, dat dochter Saskia aan de Atlantische kant van Zuid-Frankrijk verblijft en dochter Laura-van-vriendin zo’n krappe zeshonderd kilometer verderop aan de Middellandse zeekust zit.

Hadden die twee meiden dat niet even met elkaar kunnen communiceren? In dezelfde periode met vakantie kunnen gaan? Wat dichter bij elkaar kunnen gaan zitten?

Ach, wat zou het ook?
We maken afspraken om in begin augustus eerst een goeie 1350 kilometer naar dochter Saskia af te leggen en daar een paar dagen te verblijven, daarna -pak ‘m beet- 1000 kilometer verderop in het Italiaanse Cassinetta di Biandronno voor veertien dagen een hotel te boeken, dan weer zo’n krappe 500 kilometer terug naar Frankrijk te rijden voor een meerdaags bezoekje aan dochter Laura-van-vriendin om tenslotte eind augustus weer koers naar Nederland te zetten, wat ook weer een ritje van 1350 kilometer is. Prima geregeld toch?

Een week na de definitieve boeking van het Italiaanse hotel koop ik (onverwacht? impulsief?) een kampeerauto.
Geen probleem toch? Gaan we gewoon met dat bussie naar Zuid-Frankrijk en Italië op en neer. Beetje vreemd misschien om voor veertien dagen bij een hotel aan te komen en daar je kampeerbus op het parkeerterrein te zetten. Maar daar zal mijnheer-de-hoteldirecteur toch geen bezwaar tegen hebben?

Wereldreiziger?

Heb ik toch al aardig wat afgereisd.
Heb ik in het verleden toch al heel wat keren op tolwegen gereden.
Kom ik bij de eerste-de-beste péage in Frankrijk, stop ik mijn creditcard in die gleuf. Gebeurt er niks.
Probeer ik mijn creditcard er weer uit te peuteren, zit dat ding diep in de gleuf en muurvast.
Beginnen ze achter me in de rij ongeduldig te toeteren.
Kijk ik nog eens goed, zie ik dat ik (uiteraard!) een ticket had moeten pakken.
Druk ik op de grote, groene knop, krijg ik inderdaad een kaartje en gaat de slagboom open.
Rijd ik dus maar door, mijn creditcard in het apparaat achterlatend.
Parkeer ik zo snel mogelijk na de tolpoortjes aan de kant van de weg.
Loop ik terug naar dat tolpoortje en probeer ik tevergeefs mijn creditcard uit de gleuf te peuteren.
Komt er na een hele rij Fransen een auto met een Nederlands kenteken bij het poortje.
Zegt de man in onvervalst Gronings: ‘Heb je problem’n, jong?’
Leg ik hem uit wat voor stomme streek ik heb uitgehaald.
Pakt-ie zo’n uitschuifbaar hobbymes, stapt-ie uit en wrikt mijn creditcard uit het apparaat.
Bedank ik hem hartelijk, zegt-ie: ‘Ach, kan iedereen overkom’n. Goeie reis verder!’
Rijd ik -opgelucht- verder, bedenk ik me hoe dom ik gehandeld heb. Natuurlijk moet je achteraf betalen. Ze kunnen immers niet ruiken wanneer je de péage weer verlaat?
Beschouw ik het maar als een leermomentje. Overkomt me geen tweede keer…

Ben ik ruim een week later in Italië.
Sta ik weer voor de slagboom van zo’n tolpoortje bij de autostrada.
Zoek ik het hele apparaat af waar mijn ticket tevoorschijn komt.
Beginnen ze achter me weer te toeteren.
Zie ik, dat ik daar nu juist wél van tevoren moet betalen.
En dan denken ze thuis, dat het alleen maar genieten is tijdens een vakantie. Afzien is het! Maar weten ze veel (hoe naïef ik ben…).

Rek- en strekoefeningen

Over tolpoortjes gesproken.
Op de automaten zitten vier gleuven waar je een ticket uit kunt trekken. Twee onderaan voor de passagiersauto’s, twee bovenaan voor de vrachtwagens. Met m’n 2.65 m hoge bussie word ik door het elektronisch oog steevast ‘gezien’ als vrachtwagen. Het gevolg is, dat mijn ticket uit één van die bovenste gleuven komt. Als ik mijn gordel losmaak en ga staan, kan ik door het portierraam net hoog genoeg reiken om dat biljetje te pakken. Ach, het houdt je lenig…

Ontmoeting #1

Pardon? Wat zegt u? Ik ben namelijk aan één kant doof, weet u, en aan de andere kant hoor ik betrekkelijk weinig…’

Plasproblemen

Dochter Saskia voelt er weinig voor zoon Jurgen van zes ’s nachts alleen over de donkere camping naar het toiletgebouw te laten gaan. En om nou zelf met hem over dat onverlichte pad te lopen…
Dus zet ze ’s avonds bij de uitgang van de tent een emmer-voor-de-nacht neer.

Als Jurgen ’s nachts wakker wordt en zich bij het bed van zijn moeder meldt met de mededeling dat hij naar de wc moet, herinnert dochter Saskia haar zoon aan die emmer.
Jurgen stommelt slaapdronken wat bij de uitgang van de tent, maar kan de emmer niet vinden. Vanuit haar bed geeft dochter Saskia hem aanwijzingen en hoort tot haar geruststelling, dat zoonlief een ferme plas doet.

Geleerd van de ervaringen van de vorige nacht wijst dochter Saskia haar zoon de volgende avond bij het naar bed gaan ‘voor de zekerheid’ nog even op de noodplas-emmer.
‘Dus als je nou vannacht moet plassen, dan mag je dat in de tent op de emmer doen. En mama leegt die dan morgenochtend wel op de wc. En je weet nu waar die emmer staat, hè?’
Of Jurgen dat weet! Nee, dat hoeft zijn moeder hem nu niet meer uit te leggen. Hij loopt naar de uitgang van de tent en wijst op de jerrycan met drinkwater die naast de plasemmer staat.
‘Heb je daar vannacht in geplast?’, vraagt dochter Saskia ongelovig, ‘niet in die emmer ernaast? Jurgen is heel beslist en wijst nogmaals op de drinkwaterjerrycan. Dochter Saskia maakt in gedachten een opsomming waar ze die dag dat drinkwater voor hebben gebruikt: kopje thee, kleine afwasjes, nog een kopje thee, groenten in gewassen, tanden gepoetst, eten in gekookt…

Pic du Midi

Uit de reisfolder:

Op de Pic du Midi de Bigorre in de Hautes-Pyrénées, is sinds 1880 een observatorium gevestigd waar het heelal wordt bestudeerd. In het onderzoekscentrum bevindt zich een interactief museum over astronomie. Hier kan men alles te weten komen over de sterren en de planeten, maar ook over de geschiedenis van de Pic du Midi.
De top is met twee kabelbanen bereikbaar.
Vanaf het op 1800 meter gelegen La Mongie gaat men naar Le Taoulet, op 2342 meter, en vervolgens naar de Pic du Midi, op 2877 meter. Vanaf de top heeft men aan alle kanten een uniek uitzicht over de keten van de Pyreneeën.

Helemaal gerust ben ik niet op dit uitstapje.
Dat komt door broer, die ik sprak na de aankoop van m’n bussie.
‘En je hebt een automatische versnellingsbak?’, had-ie gereageerd, ‘nou veel plezier dan maar in de bergen…’
Ik had mijn schouders opgehaald over deze opmerking, maar nu puntje bij paaltje komt en het bussie voor zijn eerste echte bergkrachtproef staat, moet ik weer aan die uitspraak denken.
Samen met schoonzoon stippel ik een route uit en bij Google Earth (wat begin je zonder laptop en internet op een camping?) bekijken we de berg en de ernaartoe leidende weg. Daar zitten behoorlijk wat kronkels in, dat gaat op sommige plaatsen flink steil omhoog en de haarspeldbochten zijn niet te tellen. Arm bussie. Het zal me benieuwen.

Maar wat gedraagt dat stoere campertje zich kranig in de Pyreneeën!
En wat brengt hij ons keurig en zonder mankeren naar de top!
Broer kan gerust zijn: dat bussie-van-me kan letterlijk bergen verzetten. Met een automaat!

Ontmoeting #2

Kijk, dit zijn sigaartjes met vanillesmaak en deze met kersen. Ik rook ze niet omdat ik er zelf zo gek op ben, maar de meeste vrouwen in een gezelschap vinden dit lekkerder ruiken, hè?’

In de boot

‘Hoe laat is het?’
We hebben ’s morgens de folder uitgebreid bekeken.
Er zijn twee mogelijkheden om te kanoën. Je kunt begeleid met een groep mee en een tocht van een halve dag maken over de rivier. Vanaf het eindpunt word je dan weer terug gebracht naar de ‘basis’.
Je kunt ook voor een uur (of langer) een kano huren en zelf op de rivier varen. Jammer genoeg (…) is de halve dagtocht al vertrokken, zodat we besluiten met z’n allen voor een uurtje in zo’n wankel bootje te stappen.

‘Hoe laat is het?’
Het is warm. Het is meer dan warm. De verplichte zwemvesten plakken aan je lijf. Er staat geen zuchtje wind. Van enige verkoeling is geen sprake of het moet van het water zijn dat we met onze ongeoefende roeibewegingen in de boot hozen.
En wat zit dat eigenlijk ongemakkelijk op zo’n stukje gemodelleerd plastic dat een zitplaats moet voorstellen. Spierpijn krijg je ervan. En de armbewegingen worden ook steeds trager. Is het uur al om?

‘Hoe laat is het?’
Wat zijn we blij als er een half uur voorbij is. Nee, die mooie watervalletjes bij de bocht in de rivier gaan we niet meer halen. Als we op tijd terug willen zijn, moeten we hier even uitrusten en dan beslist keren.

‘Hoe laat is het?’
Precies tijd om die kano’s de kant weer op te trekken. Precies tijd om droge kleren aan te trekken (lang leve het bussie dat dienst doet als kleedhokje). Precies tijd om vast te stellen, dat het allemaal reuze leuk is geweest, maar dat een uurtje genoeg, meer dan genoeg is.
Volgende keer die halve dagtocht? Dacht het niet…

Lourdes

Ach, hadden we toen geweten wat we later allemaal nog zouden meemaken met dat bussie!
Hadden we bij het bezoek aan Lourdes die camper pal voor de grot van Bernadette Soubirous geparkeerd.
Hadden we daar de allergrootste kaars gekocht en aangestoken.
Hadden we met z’n allen een kruisje geslagen en gebeden om een nieuwe motor…