2008 Camper Schotland

… al goed

Het is al net zo als bij alle andere vakanties: zo’n laatste dag, als je weet dat het afgelopen is, wil ik ineens alleen maar zo snel mogelijk thuis zijn. Zo’n laatste dag rommel je wat, je drentelt wat heen en weer, je let voor het eerst weer op de tijd en je wilt je voor-al niet haas-ten.
Zonder het te willen, begin ik ook weer aan thuis te denken.
Hoe zal de tuin erbij liggen? Is er niet ingebroken? Zal ik eerst een bonte of een witte was draaien? Zou er ‘vervelende’ post zijn? En in gedachten maak ik alvast een boodschappenlijstje.
Back to normal. Kon ik maar met m’n vingers knippen en in een flits thuis voor de deur staan…

Ondanks het getalm waartoe ik mezelf gedwongen heb, sta ik natuurlijk om elf uur al bij de ferry terminal. De check-in begint om half drie. Alle tijd om de Quay Outlet te bezoeken, die hier vijf minuten lopen vandaan is.
Ik stap bij Costa naar binnen, pak van de leestafel een krant (…) en plof neer in een gerieflijke fauteuil. Ik drink er mijn laatste large white coffee en eet m’n laatste chocolate muffin. Van mijn (bijna) laatste Schotse geld koop ik voor £ 50,– twee spijkerbroeken en een paar schoenen. Want ons blijft zuunig, nietwaar? (hoor wie het zegt…)

Terug in de camper maak ik nog één keer een kop koffie en eet de laatste twee Morrisson white rollsAls ik net klaar ben met opruimen, begint de check-in.

Eenmaal aan boord geniet ik meteen alweer van mijn hut, de sfeer, de mensen en het uitgebreide diner.
Ik bedenk me, dat het heel relaxed is om je vakantie op deze manier af te sluiten. Nog één nachtje in een vreemd bed.
Holland, I’m back again!

Hieronder een fragment uit de Schotland-video
Ga voor de hele film naar de videopagina

Hallo Frits!

Voor het achterruitje van mijn camper hangt een groot, knaloranje papier.
‘Frits (from Holland) on the move’ staat er met vette letters op geschreven.
Handig in het (stads)verkeer (weet diegene achter me waar-ie aan toe is).

Maar ook leuk voor de persoonlijke aanspraak, overal waar ik stop:
‘Goeiemorgen, Frits!’
‘Ver van huis, Frits!’
‘Leuke camper, Frits!’

Kerstinkopen?

In de Main Street van Callander zie ik tussen de vele souvenirwinkels een etalage met erboven het opschrift: De Notenkraker Kerstwinkel. Als ik ongelovig naar binnen stap, zie ik daar inderdaad een gigantische uitstalling van kerstartikelen. Ik begin een praatje met de eigenaar en vertel hem over mijn verbazing in april een winkel vol kerstartikelen aan te treffen.
‘Ach mijnheer’, legt hij uit. ‘we zijn het hele jaar door open en eerlijk gezegd zijn wij de best lopende winkel van heel Callander. We hebben aan klandizie niet te klagen: de plaatselijke bevolking koopt hier, maar nog veel meer mensen van buiten. Ze komen zelfs vanuit Ierland naar hier voor hun kerstinkopen. Vanaf zo’n week of zestien voor kerst zou ik geen tijd hebben voor een praatje met u, want dan staan de klanten tot buiten toe!’
‘Het zou niet bij mij opkomen een dergelijke winkel te openen’, reageer ik, nog steeds verbaasd.
‘Ik zal het u nog sterker vertellen’, is zijn antwoord, ‘over drie weken openen wij onze tweede winkel, een paar miles verderop. En die wordt nog vijf keer zo groot als deze…’

Bus terug

Als ik instap, is de bus al redelijk gevuld met passagiers. Ik loop naar achteren, maar kom niet ver.
Er staat iemand op, die mij met een vriendelijk gebaar zijn plaats aanbiedt. Ik zie het bordje boven de stoel: ‘Bestemd voor oudere personen’.(…) Als ik vriendelijk en beleefd (gekrenkt?) weiger en even later achterin zit, moet ik denken aan een tekst van Peter Koelewijn:

Je wordt ouder, papa, geef het maar toe
Je wilt nog wel, maar bent sneller moe

Je wordt ouder, papa!

Tsja…

Niet te vertalen #1

Ik overnacht bij de vuurtoren van Dunnet Head.
Om half acht ’s avonds komt er een bestelbusje aangereden.
Het rijdt het vuurtorencomplex op.
In het voorbijgaan lees ik op de zijkant de naam van de firma: Clear View

Van haar

Van huis heb ik de bak-met-handdoeken-ooit-van-de-boot in de camper meegenomen.
Als ik een setje schone pak en ophang, zie ik op een van die handdoeken een lange, blonde haar van Nel.
Schiet helemaal vol. Sta te janken als een klein kind.
Bij alle plezier dat ik tijdens deze vakantie heb, realiseer ik me weer eens pijnlijk hoe onrechtvaardig het allemaal is…

Recept #1

Tot nu toe gebruik ik mijn lunch en avondeten zo veel mogelijk ‘buiten de deur’. Bevalt me prima. Het eten is over het algemeen goed en redelijk betaalbaar. Ook alweer zo’n change of plans. Bij het inruimen van de camper thuis had ik m’n snijplank, m’n vleesmes en zelfs een juslepel meegenomen… Da’s lachen! Moet er (nog) niet aan denken in dat kleine keukenhoekje, op dat kleine gaspitje, met dat kleine aanrechtje een heuse maaltijd te bereiden.

Omdat de lunch bij voorkeur (dus altijd) warm is, hoeft er bij een avondmaaltijd niet zo uitgebreid gekokkereld te worden als ik aan het einde van de dag besluit wild te kamperen, zoals vandaag, ‘ergens’ langs de B8074 aan de River Orchy. Geen restaurant in de buurt. sterker nog: geen bewoonde wereld in de buurt. Geen nood. Je doet een graai in de koelkast, gooit een en ander in de pan en ziedaar:

Eggs from the Highlands

Ingrediënten

– 3 vrije inloopeieren (AH)
– 2 eetlepels Bertolli vloeibaar
– 1 eetlepel Gulpener Limburgse mosterd
– 2 eetlepels Heinz sandwichspread naturel
– 2 white rolls (bij voorkeur een paar dagen oud)
– gezouten smeerbare roomboter (AH)
– ketchup (AH)

Bereiding

– verhit de vloeibare boter in de koekenpan
– breek de eieren en bak ze al roerend bijna gaar
– voeg de mosterd en de sandwichspread toe en verhit het geheel
– snijd de white rolls doormidden en besmeer beide helften dik met roomboter
– verdeel het eiermengsel over de halve broodjes
– naar smaak aftoppen met ketchup

En, ongelogen: heerlijk!
De afwas doen we al net zo eenvoudig: alle vuile vaat nemen we mee naar het snelstromende riviertje, waar we de boel omspoelen (scheelt weer water uit de tank). Voor we met de gespoelde vaat terugkeren naar de camper, doen we eerst nog een bruisende plas in hetzelfde riviertje (het is raadzaam het spoelen van de vaat en het plassen in de beschreven volgorde te doen…).
Terug in de camper maken we een klein, heet sopje en wassen nu echt af. Als we klaar zijn, dweilen we met datzelfde sopje ook nog even de vloer. Klaar is Kees: gegeten en alles weer schoon.
Morgen maar weer buiten de deur…

Dit verhaaltje gebruikte ik voor een van mijn columns in het blad Kampeerauto van de NKC.
Na publicatie reageerde een boze lezer met de volgende ingezonden brief:

Geachte redactie,
Ik lees Kampeerauto altijd met veel belangstelling, maar de laatste keer heb ik mij vreselijk geërgerd aan de camperkolom van Frits. Hij doet de vuile vaat in een snelstromend riviertje en plast er later ook nog in! Door met name de olie in de vuile vaat maakt hij veel dierenleven dood. De oppervlaktespanning verandert en schaatsenrijders en schrijvertjes verdrinken, doordat ze door de oppervlakte zakken. Vuil water moet je in de camper opslaan en op de daarvoor bestemde plaatsen lozen.

Mislukt

Hoeveel mensen heb ik inmiddels al ontmoet en gesproken?
En altijd even aardig, vriendelijk en hulpvaardig.
Maar er zijn uitzonderingen.

Aan boord van de veerboot was me een tafeltje gewezen, waar een stopcontact is en waar ik met m’n laptop kan werken. Nadat ik alles heb uitgepakt, merk ik dat mijn adapter nog in de camper ligt. Ik kijk om me heen. Er is maar een persoon in de ruimte aanwezig. Nors kijkt hij voor zich uit, af en toe een afkeurende blik op mij werpend. Hij heeft stug, strak achterover gekamd, grijs haar. Op zijn iets te forse, rood opgezwollen neus staat een bril met een dik montuur. Zijn handen liggen onverzettelijk op z’n wandelstok die tussen zijn knieën staat geklemd. Niet bepaald iemand om spontaan op af te stappen.
‘Neem me niet kwalijk’, begin ik vriendelijk, ‘bent u van plan hier nog even te blijven zitten? Ik heb iets in mijn auto vergeten en dat wil ik snel pakken. Kunt u in die tussentijd een oogje op m’n spullen houden?’
Hij verroert geen vin, kijkt me ook niet aan, maar blijft nors voor zich uitkijken. Omklemt alleen zijn wandelstok wat steviger. ‘Dat is het stomste wat je kunt doen. Je spullen onbeheerd achterlaten. Voor je het weet, is het gestolen. Je moet de mensen niet vertrouwen!’
‘Dat zegt mijn moeder ook altijd’, doe ik een poging het ijs te breken, ‘maar, please, het is maar voor even. Anders moet ik alles weer inpakken en heen en weer sjouwen.’
‘Je doet maar’, is alles wat-ie zegt.
Zo snel mogelijk haal ik mijn adapter. Het cardeck is al afgesloten, maar een aardige ferryman wil voor mij de deur nog wel even openmaken, hoewel dat ‘tijdens de vaart streng verboden is’.

Als ik een uurtje later klaar ben met m’n verhalen en alles weer heb ingepakt, spreek ik bij het verlaten van de ruimte de man nog een keer aan. Hij is noch van plaats, noch van houding veranderd. Ook zijn gezicht heeft nog steeds diezelfde norse uitdrukking.
‘Zo’, begin ik -tegen beter weten in en overdreven opgewekt- ‘ik ben klaar. Ik ga nu eerst beneden lekker lunchen en daarna buiten een sigaartje roken.’
In plaats van stuurs recht voor zich uit te kijken, draait hij nu zijn hoofd naar het raam.
‘Je doet maar!’, mompelt hij, van mij afgewend strak naar buiten kijkend, ‘je doet maar! En dan een sigaartje. Verbaast me niks. Ik rook je al van een afstand…’

Tegen de tijd dat we afmeren in Oban zit ik op een bank met m’n ogen halfdicht wat te dommelen.
Ik zie de man opstaan, zijn krantje in zijn zak stoppen en mijn richting opkomen. Ik sluit snel mijn ogen.
In het voorbijgaan geeft-ie met z’n wandelstok een ferme tik tegen mijn bank.
‘Zit je nog te slapen ook’, bijt-ie me toe, ‘dat bedoel ik nou….’

Hieronder een fragment uit de Schotland-video
Ga voor de hele film naar de videopagina

Links-rechts

Binnen een paar uur ben je wel gewend aan het links rijden in Schotland. Maar als voetganger?
Na een week sta ik nog steeds naar de verkeerde kant te kijken als ik wil oversteken (en schrik me dan telkens rot als er ineens een auto van de andere kant komt aanrijden…).

Wilde nacht bij Corrie

Of er hier in de buurt een camping is, vraag ik aan de man met overgewicht, die net met zijn hondje een wandeling over het strand heeft gemaakt en nu -licht hijgend van de klim over de gladde stenen naar boven- naast mijn camper staat. ‘Een camping?’, hij trekt de hond naar zich toe die tegen me op wil springen, ‘een camping? Niet dat ik weet. Maar ik zie ze wel eens staan bij de townhall een stukje terug. Je moet het gezien hebben toen je er voorbij reed.’

Dat had ik inderdaad.
Vanuit mijn ooghoek had ik het gemeentehuisje links van de weg zien staan. Het liep al tegen vijven en bij het passeren, had ik al bedacht, dat dit mogelijk een geschikte plek zou kunnen zijn om eventueel te overnachten als er geen camping in de buurt zou zijn.
De opmerking van de man is voldoende om de knoop door te hakken. Ik draai mijn busje en rijd zo’n achthonderd meter terug. Op het parkeerplaatsje zet ik mijn camper neer voor de nacht. Rechts van me het gebouwtje van de townhall, links uitzicht over het spiegelgladde water van de Firth of Clyde met het vasteland nevelig in de verte. Daartussen de tweebaansweg. Welke camperaar gaat in vredesnaam op zo’n plek staan? Bermtoerisme!

Hieronder een fragment uit de Schotland-video
Ga voor de hele film naar de videopagina