2008 Camper Schotland

Hollandse zuinigheid

Bij de meeste bezienswaardigheden waarvoor betaald moet worden, is er wel een speciaal lager tarief. Vaak is het niet duidelijk voor wie die korting precies bestemd is, maar als ik erom vraag -en dat doe ik dus, heel Hollands, gewoon altijd- kom ik vaak in aanmerking voor een reductie.

‘Een kaartje, alstublieft, met korting graag.’
‘Waarom korting, mijnheer?’
‘Ik ben oud, grijs en kom uit Nederland.’
Vanuit het kantoortje roept een onzichtbare stem: ‘Als-ie uit Nederland komt, Allan, laat hem dan maar dubbel betalen!’
Ik schiet in de lach en vraag waarom ik een dubbele entreeprijs zou moeten betalen.
De man komt zijn kantoortje uit, lacht naar me en zegt: ‘Omdat jullie beter kunnen voetballen! Vooruit, geef de man maar korting, Allan…’

Lang geleden

Na drie weken rijd ik het laatste stukje van Stirling naar Edinburgh voor het eerst tijdens deze rondreis op een motorway.
Na drie weken rijd ik weer eens 120 km/uur op deze M9.
Na drie weken staat de versnelling geruime tijd in z’n zes.
Na drie weken gaat de cruisecontrol aan.
Dat duurt precies vijfenveertig minuten.
Wat zal dat motortje van m’n bus genoten hebben…

Kerstinkopen?

In de Main Street van Callander zie ik tussen de vele souvenirwinkels een etalage met erboven het opschrift: De Notenkraker Kerstwinkel. Als ik ongelovig naar binnen stap, zie ik daar inderdaad een gigantische uitstalling van kerstartikelen. Ik begin een praatje met de eigenaar en vertel hem over mijn verbazing in april een winkel vol kerstartikelen aan te treffen.
‘Ach mijnheer’, legt hij uit. ‘we zijn het hele jaar door open en eerlijk gezegd zijn wij de best lopende winkel van heel Callander. We hebben aan klandizie niet te klagen: de plaatselijke bevolking koopt hier, maar nog veel meer mensen van buiten. Ze komen zelfs vanuit Ierland naar hier voor hun kerstinkopen. Vanaf zo’n week of zestien voor kerst zou ik geen tijd hebben voor een praatje met u, want dan staan de klanten tot buiten toe!’
‘Het zou niet bij mij opkomen een dergelijke winkel te openen’, reageer ik, nog steeds verbaasd.
‘Ik zal het u nog sterker vertellen’, is zijn antwoord, ‘over drie weken openen wij onze tweede winkel, een paar miles verderop. En die wordt nog vijf keer zo groot als deze…’

Niet te vertalen #2

Veel te veel koffie en sap gedronken bij het ontbijt, zit ik al snel te wippen op m’n bestuurdersstoel met een op klappen staande blaas.
Ik kan niet zomaar even langs de kant stoppen, want daar is de weg te smal voor. Er is ook geen parkeerplaats te bekennen. En dat duurt al kilometers! Wanhopig gil ik keihard door m’n bussie: ‘I need a P!’

Doorstart

Ik heb niet voor niets in het hotel gekozen voor het all-you-can-eat ontbijt. Als de waitress mij een tafeltje heeft toegewezen en met pen en papier klaar staat om mijn bestelling op te nemen, ga ik er helemaal voor. Kom maar op!
Hoe mijnheer zijn ei wil? Nou, doet u maar scrambled.
En hoeveel worstjes? Vier! Bacon? Drie plakken! Tomaten? Natuurlijk! Champignons? Toe maar! Bonen in tomatensaus? Zeker! En of mijnheer bij dat alles dan ook nog pap wenst? Wat dacht u!
Terwijl mijn bestelling wordt klaar gemaakt, hap ik -staande bij het buffet- alvast een muffin weg, overzie goedkeurend de rest van het ontbijt, schenk koffie en sap in en rooster een boterhammetje. That’s life!

Nog voor achten stap ik in m’n camper, die ik een nacht ontrouw ben geweest en voeg me bij de ochtendspits van Aberdeen. De man aan de bar gisterenavond heeft gelijk: als je in een vreemde stad bent, kun je inderdaad het beste tijdens het spitsuur rijden. Het verkeer schuift dan maar langzaam de stad in en ik heb alle tijd situaties op m’n gemak te overzien. Bovendien houden die Schotten zich keurig aan de regels. Rijden precies de maximumsnelheid van 30 miles per uur. Zijn ze zulke heren in het verkeer of ligt het aan de vele camera’s? Mijn Garmin-lady waarschuwt me namelijk onophoudelijk voor flitspalen.

Na twee dagen langs de noordwestkust te hebben gereden, besluit ik die route voor gezien te houden. Het is mij te saai, de wegen zijn me te druk, er is de nodige industrie en de bevolking is ook wat stugger. Als ik na drie kwartier Aberdeen achter me laat, sla ik linksaf een binnenweggetje in.
In de verte doemen de heuvels op, voorbodes van het Highland waarnaar ik weer op weg ben (maar nu vanaf de oostkant). Het wordt al snel stiller op de weg en het landschap ruiger. Als ik weer schapen in de berm zie, moet ik even glimlachen. Nooit gedacht dat ik nog eens een schaap zou missen.

Ik klap m’n armsteunen naar beneden en leun relaxed achterover.
Met een gangetje van zo’n 40, 50 miles rijd ik op de heuvels af.
Langzaam verdwijnt mijn elektra-paaltje-schade-depressie naar de achtergrond.
Frits is back! Scotland, here I come again!

Mega!

Dacht ik bij de diverse Morrisons al in enorme winkels te zijn geweest, de filialen van Tesco overtreffen alles!
Te vergelijken met bijvoorbeeld de Mammouth in Frankrijk, maar dan nog een tikkeltje groter.
De dorpsjongen kijkt zijn ogen uit. Geopend: 24 uur, zeven dagen per week.
Het aanbod aan artikelen is overweldigend en bij de kassa moet je zoeken naar een caissière.
Het overgrote deel van de klanten scant zelf de boodschappen, heeft een klantenpas, pint daarmee en loopt tevreden (want niet duur en snel geholpen) naar de auto op de immense parkeerplaats.

Grote boodschap, kleine ergernis

Op het toilet hangt weer eens een grote, ronde trommel met daarin zo’n enorme rol toiletpapier.
Niks mis mee als dat wc-papier niet zo flinterdun zou zijn. Scheurt al af als je er naar wijst.
Zal wel aan mij liggen hoor, maar dan sta ik weer met m’n broek op m’n hielen in zo’n tochtig hok in een onmogelijke houding van onder uit in die trommel te peuteren op zoek naar dat naar binnen geschoten einde van de rol…

Foei #1

De lounge van het restaurant is een ruimte met een piano, twee versleten banken en in een hoekje een tafel met een computer en een printer. Aan de muren hangen de wat treurige olieverfprestaties van een lokale kunstenaar. ‘Internet-toegang beschikbaar’ had er buiten op het bordje gestaan. Dat klopt: als ik een pound in de black box stop, kan ik mijn gang gaan, had de vrouw achter de bar gezegd.
Of het een draadloos netwerk is, vraag ik haar.
Ze haalt haar schouders op, zegt dat ze van computers geen verstand heeft, er vandaag helemaal alleen voor staat, maar als ik problemen heb wel even iemand voor me wil bellen.
Ik antwoord haar geen moeite te doen (ze heeft het al zo druk), zo’n drie kwartier nodig te hebben en daarna te willen lunchen.

Mijn verhalen voor mijn weblog maak ik niet on line, maar dagelijks op de laptop in de camper. Hetzelfde doe ik met de foto’s. Als ik dan ergens onderweg een internetaansluiting heb, staat alles binnen de kortste keren op m’n blog. Vervelend dan ook, dat ik in dit restaurant alleen maar op hun computer kan internetten. Moet ik eerst de documentjes en de foto’s vanaf mijn laptop op een USB-stick kopiëren. Omslachtig!
Ik zet mijn eigen computer aan, pak m’n aantekeningen erbij en wil beginnen met kopiëren, als mijn laptop de mededeling geeft een draadloos netwerk te hebben gevonden. Onbeveiligd.
In de andere hoek van de lounge staat de computer voor de gasten van het restaurant. Met de one-pound-black-box… Ik besluit mijn blog bij te werken op m’n eigen laptop.

Met een klein uurtje ben ik klaar, ruim mijn spullen op en ga terug naar de bar. Waarschijnlijk is de vrouw mijn aanwezigheid helemaal vergeten, want als ze me ziet binnenkomen, slaat ze haar hand voor haar mond.
‘U wilde lunchen, hè? Wat jammer nou. De keuken sluit om twee uur…’
Ik kijk op m’n horloge en zie dat het tien over twee is.
De vrouw put zich uit in verontschuldigingen, maar ik stel haar gerust.
‘Ik ben hier met een camper. Ik maak zelf wel even een lunch.’
‘Is het allemaal gelukt met internet?’, vraagt ze.
‘Prima hoor! Dank u wel en tot ziens!’

Op de parkeerplaats van het restaurant maak ik wat broodjes klaar.
Terwijl ik zit te eten, bedenk ik me hoe ‘trots’ ik was geweest om voor niks gebruik te maken van het draadloze netwerk van het restaurant.
Had ik toch maar eventjes een pound uitgespaard! Reken uit je winst: één euro en twintig cent. Ik steek toch wel raar in elkaar: nog diezelfde ochtend had ik bij het vertrek van een ‘onbeheerde’ camping £ 6,50 in de honesty box gestopt…

Een brutaal mens…

Goedemorgen’, meld ik me aan de bar van het restaurant, ‘kan ik hier de lunch gebruiken?’
Natuurlijk is dat geen enkel probleem. De eigenaresse van de zaak kijkt me zelfs een beetje vreemd aan. Geen wonder ook: wie stelt er nu zo’n vraag als het restaurant vol zit met lunchende dagjesmensen?
Maar’, vervolg ik, ‘belangrijker nog: kan ik hier ook mijn laptop inpluggen en van het internet gebruik maken?’
Bij deze vraag twijfelt de vrouw: ‘Eerlijk gezegd hebben we zo’n verzoek nog nooit eerder meegemaakt. Ik weet eigenlijk niet of dat wel kan? Is dat gebruikelijk? En moet ik u daarvoor iets rekenen?’
Maar mevrouw’, reageer ik, ‘dan feliciteer ik u van harte! Want dit is voor u en uw restaurant een historische dag! Voor het eerst van uw leven heeft u een bezoeker die, voordat hij de lunch bij u gebruikt, even gaat internetten. Wat betalen betreft: in alle voorgaande restaurants en hotels was dat niet de gewoonte. Maar… u heeft hier toch wel een draadloos netwerk, hoop ik?’
Ja, ik geloof van wel, maar…’
Prima! Zegt u me dan bij welk tafeltje ik een stopcontact kan vinden, dan installeer ik me daar. Ik ga even mijn spulletjes pakken en wilt u dan ondertussen een lekkere mug white coffee voor me maken? Ik ben zo terug!’
Verbouwereerd wijst de vrouw me een tafeltje en tien minuten later heb ik contact met hun (onbeveiligde) draadloze netwerk en kan ik mijn blog bijwerken.

Als dank laat ik de keuze van de lunch helemaal aan haar over (voor wat hoort wat, nietwaar?). Met de kaart voor mijn neus, vraag ik haar me raad te geven voor een echte, originele Schotse lunch.
En dan adviseert ze (de schat) niet eens het duurste van de kaart, maar stelt haggis met baked potatoe voor. En lekker!

Bloody shit #1

Ik heb voor deze reis de videocamera geleend van mijn broer.
Zo af en toe bekijk ik wat ik tot nu gefilmd heb. Ziet er redelijk uit.
Jammer alleen dat ik bij sommige opnamen te beroerd ben geweest even het statief te gebruiken. Jammer ook dat ik het geluid niet kan beluisteren via de camera.
‘Vind ik echt een minpuntje van dit apparaat’, denk ik dan, ‘moet ik in de gaten houden als ik zelf een camera koop.’
Als ik een tweede bandje in de camera heb gestopt en daarvan de eerste opnamen bekijk, blijk ik plotseling wel geluid te horen! Zit er waarschijnlijk zo’n knopje op die camera, waarmee je de microfoon kunt in- en uitschakelen. Heb ik dat knopje in mijn onkunde natuurlijk per ongeluk aangeraakt bij het wisselen van de nieuwe tape, zodat nu pas de microfoon aan staat!
Bloody shit!
Heb nu letterlijk zestig minuten ‘stomme’ film!
En ik hoor het mijn broer al zeggen als ik weer thuis ben: ‘Maar we hebben het toch over de microfoon gehad? Dat heb ik je toch uitgelegd? En ik heb je toch ook de handleiding meegegeven? En waarom heb je dan voor je vertrok niet even een stukje proeffilm gemaakt? En dan nog wat: ik had je toch ook mijn statief geleend? Heb je dat thuis gelaten?’
Bloody shit!
En hij heeft nog gelijk ook.

(more or less) Translate »