2007 Colombia en Mexico

Mensen

Salvador

Veronica

Frits

Francisco

Twee keer flauw

In het business centre van Hotel Morrison in Bogotá staat de gasten een tweetal computers ter beschikking. Ik kan het niet laten wat aanpassingen aan te brengen. Na mijn vertrek is mijn eigen website de startpagina van Internet Explorer…

Het Sevilla Palace Hotel in México-City telt 22 verdiepingen. Vier liftkooien bewegen zich dag en nacht op en neer.
We stappen uit op ‘onze’ 17e verdieping. Vlak voor we de lift verlaten, roetsen we met onze vingers langs alle knopjes. Daarna hangen we als kwajongens over de balustrade en hebben de grootste lol als we de lift op iedere verdieping even zien stoppen…

Woordenboekje #3

‘Waarom spreken jullie geen Engels?’, vraag ik -licht verwijtend- aan mijn tafelgenote. Ze kijkt me even aan.
‘Waarom spreken jullie eigenlijk geen Spaans?’
Ik zit met m’n mond vol tanden en kan niet anders dan haar gelijk geven.

Maar hoe leg je dan uit, dat je getrouwd bent?
Dat je vrouw is overleden? Dat je twee kinderen hebt?
Dat die kinderen getrouwd zijn? Dat je twee kleinkinderen hebt? Dat het derde kleinkind op komst is?

Simpel. Je vraagt de ober een pen en een stukje papier.
En je begint te tekenen…

Hi teacher!

¿Solamente Espagñol?’
Ik had het kunnen weten. De man bij de kassa kijkt me niet-begrijpend aan. Ik sta bij de ingang van het Quinta de Bolivar, het huis waar Simón Bolivar in 1820 heeft gewoond en dat sinds 1922 als museum is ingericht. Ik wijs op de koptelefoons die aan haakjes bij de kassa hangen en maak duidelijk, dat ik er een wil hebben om rondgeleid te worden.
‘Solamente Espagñol…’
Ik loop het woonhuis in en vraag de looproute aan één van de suppoosten.
‘Solamente Espagñol…’
Ik blijf stilstaan bij één van de kamers en lees de uitleg op het bord naast de deur.
‘Solamente Espagñol…’
Ik bewonder de overige kamers, de tuin, de gedenkplaats en slenter terug naar de uitgang.

Op dat moment stopt er een bus met uitgelaten schoolkinderen die door de leerkrachten keurig in een rijtje naast de kassa worden opgesteld. ‘Hi kids!’, roep ik in een opwelling, ‘say: Hi to the teacher!’
Tot mijn stomme verbazing beantwoordt de hele groep kinderen me met een enthousiast ‘Hi teacher!’
Ik begin een praatje met een van de leerkrachten en kom erachter, dat deze groep kinderen op vierdaagse schoolreis is en vandaag een rondleiding krijgt in de Quinta.
‘Hoe komt het dat deze kinderen zo goed Engels spreken?’, vraag ik de leerkracht.
‘Dit is een tweetalige school. Deze kinderen krijgen les in het Spaans en het Engels.’
‘En jullie gaan nu aan een rondleiding beginnen? Met een gids?’
Ik ruik mijn kans nog iets op te steken in dit museum en wandel tussen de giebelende leerlingen voor de tweede keer die ochtend richting ingang. Daar wordt de groep opgevangen door een gids, die ons meeneemt naar het monument van Bolivar. De gids stelt zich voor de groep op, kijkt de kring rond en begint: ‘Hola, muchachos y muchachas. Bienvenida en esta casa Quinta de Bolivar.’
Het is me die ochtend niet gegund: solamente Espagñol…

Later op de dag bezoek ik het schitterende goudmuseum, het Museo del Oro.
Het wordt een kort bezoek, want bij de ingang van het museum word ik verwelkomd door een groot bord, waarop (ook in het Engels…) staat te lezen dat men momenteel met een grote renovatie bezig is en zich verontschuldigt voor de overlast. Slechts een derde deel van het gebouw is nog opengesteld voor de bezoekers. ‘Ach mijnheer’, zegt de vrouw achter de balie, ‘komt u na de zomer van 2008 nog eens terug, dan is de renovatie achter de rug…’

Terug in mijn hotel bestel ik een kop koffie en een clubsandwich.
De clubsandwich ziet er prima uit: een driedubbel belegde witte boterham met ham, spek, kaas, ei en kip. Gretig neem ik een eerste, grote hap. Heerlijk! Jammer dat het wittebrood mierzoet is en dat de patat wit, slap en te kort gebakken is.
Buena comida! Eet smakelijk! Ik heb beslist mijn dag niet…

Woordenboekje #1

Citaat uit de Lonely Planet:

‘Het belangrijkste wat u kunt doen voordat u afreist naar Colombia is uw Spaans oppoetsen. Er zijn maar weinig mensen in het land die Engels spreken. Zelfs bij de hotelreceptie of door gidsen wordt vrijwel alleen Spaans gesproken. Neem een woordenboekje mee en leer wat eenvoudige zinnetjes uit uw hoofd.’

Zo’n handig Wat & Hoe-boekje heb ik niet bij me. Het zou me waarschijnlijk wel een eindje op weg geholpen hebben. Maar zo’n boekje bevat nou weer net niet de zinnetjes die ik dagelijks nodig heb. In de praktijk mis je toch altijd de zinnen die je echt helpen om te ‘overleven’ in deze landen. Gedurende mijn verblijf heb ik een verzameling aangelegd van uitdrukkingen waar ik écht wat aan heb.

Eerste behoeften

Mag je hier roken?
¿Se permite fumar aquí?

Heeft u voor mij een asbak?
¿Tiene usted un cenicero para mí?

Waar is hier het toilet?
¿Dónde está aqui los servicios?

In de taxi

Wilt u de meter aanzetten alstublieft?
¿Por favor quiere usted encender el metro?

Volgens mij rijdt u rondjes.
En mi opinión usted corre en círculos.

Weet u nou echt de weg niet?
¿No sabe usted realmente la dirección verdadera?

Weet u zeker dat dit de kortste weg naar mijn hotel is?
¿Es usted seguro esto es el camino más corto a mi hotel?

In het restaurant

Weet u zeker dat dit koffie is?
¿Es usted seguro esto es café?

Dank u, ik lust geen wormen.
Gracias, no mi gusto de gusanos.

Nee, ik wil alleen koffie en niets te eten.
No, quiero solo café y nada que comer.

Nee, ik wil echt niets eten!
¡No, quiero realmente nada que comer!

Heus, ik hoef niets te eten!!
¡¡Verdad, no quiero nada que comer!!

Voor de vierde keer: ik wil alleen koffie!!!
¡¡¡El cuarto vez: quiero solo un café!!!

Als u nu nog één keer vraagt of ik iets wil eten…
Si usted me pide una más vez o quiero algo comer…

Op straat

Nee, ik wil mijn schoenen niet laten poetsen!
¡No, no quiero limpiar mis zapatos!

Nee, ik wil geen souvenir kopen!
¡No, no quiero comprar un recuerdo!

Nee, ik wil niet eten in uw restaurant!
¡No, no quiero comer en su restaurante!

Nee, ik wil geen ‘lovely lady’!
¡No, no quiero a ‘señora encantadora’!

Nee, ik hoef geen taxi!
¡No, no necesito un taxi!

Nee, ik ben uw vriend niet!
¡No, no soy su amigo!

Nee, ik wil geen bloemen kopen!
¡No, no quiero comprar flores!

Welke kerk is dat nou weer?
¿Qué iglesia es ésa otra vez?

Is dat geweer geladen?
¿Es cargado eso fusil?

Sodemieter op!
¡Cogida apagado!

Conversatie

Nee, wij lopen niet allemaal in klederdracht.
No, no andamos todos los trajes regionales.

Nee, ik woon niet in een molen.
No, no vivo en un molino.

Nee, wij hebben geen bergen in Nederland.
No, no tenemos montañas en Holanda.

Nee, ik heb geen tulpen in mijn tuin.
No, no tengo tulipanes en mi jardín.

eBook

Dit reisverhaal is ook te downloaden als eBook.
Klik hier om naar de downloadpagina te gaan.

Souvenir

Nog iets typisch Méxicaans meegenomen als aandenken aan deze geweldige reis?
Zeker wel…

Eten bij Carmen

‘Hier dan maar?’
We lopen al een tijdje rond in de niet-toeristische wijk van México-City op zoek naar ‘een kop koffie’. Met onze westerse kieskeurigheid hebben we al menig eettentje afgewezen: te smoezelig, te vies, te armoedig. Uiteindelijk blijven we staan voor dit ‘cafetaria’. Een groot gedeelte van de ingang wordt in beslag genomen door een enorme grillkast: in zes rijen draaien daarin de kippen aan het spit rond. De zaak zelf is een grote pijpenla: aan de linkerkant van voor naar achter een lange eetbar, aan de rechterkant tafeltjes en stoeltjes die allemaal druk bezet zijn.

‘Hier dan maar?’
Wat smoezeligheid, viesheid en armoedigheid betreft, onderscheidt deze zaak zich niet van alle andere eetgelegenheden die we eerder hebben afgewezen, maar onze trek in koffie is groter dan onze weerzin en bovendien maak de man, die bij de ingang de kippengrill bedient, zo’n uitnodigend gebaar, dat we onze reserves opzij zetten.

‘Hier dan maar?’
We gaan aan de lange bar zitten op de oranje plastic stoeltjes die warm en plakkerig aanvoelen. De aanwezige gasten kijken even op naar de twee gringo’s die zijn binnen gekomen.
Ik kijk om me heen. De tegels en het houtwerk hebben duidelijk in lange tijd geen sopje gehad. In een hoek draait een ventilator, die ooit wit is geweest, maar nu bedekt is met een laagje bruinig vette aanslag. Hetzelfde geldt voor de elektriciteitsleidingen die langs de muur lopen.
Carmen loopt achter de bar heen en weer om de gasten te bedienen. Ze is van middelbare leeftijd, mist een voortand, is heel vriendelijk en spreekt alleen Spaans. Ze legt twee niet al te frisse placemats voor ons neer, ziet dat die niet schoon genoeg zijn, pakt een groezelige lap van het aanrecht, veegt onze placemats ‘schoon’ en kijkt ons afwachtend aan.
‘Twee koffie.’
‘No eat?’, vraagt Carmen in de twee woorden Engels die zij beheerst.
‘No eat, alleen koffie.’
Carmen zucht, wijst op de vele borden die aan de muur hangen waarop de gerechten staan vermeld en herhaalt: ‘No eat?’. Als we voor de derde keer duidelijk maken, dat we alleen een kop koffie bij haar komen drinken, doet Carmen nog een laatste poging. Ze wijst op de grillkast met kippen: ‘No eat?’. ‘No eat, Carmen. Just coffee!’
Carmen haalt haar schouders op en begint koffie voor ons in te schenken. Even later zet ze een kop americano voor me neer.  ‘No eat?’, probeert ze nog maar eens. Ik maak duidelijk dat ik alleen nog melk bij m’n koffie wil. Carmen grijpt achter zich en bonkt een kannetje melk naast mijn kopje. Dat heeft ze waarschijnlijk al vaker zo gedaan, want de opgedroogde melkdruppels zitten langs de rand van het kannetje gekoekt.

Carmen blijkt een vasthoudende vrouw. Iedere keer als ze met een bestelling voor de andere gasten langs komt, mindert ze in het voorbijgaan even vaart bij onze plek, houdt de borden dampend eten onder onze neus en zegt met een vragend-dwingende blik: ‘No eat?’. Nadat ze dat een keer of vier heeft gedaan, gaan we voor de bijl. We bestellen nog een kop koffie en something to eat. Carmen lacht haar gehavende gebit bloot en neemt onze bestelling op.
Het moet gezegd: even later zitten we te smullen, werkelijk te smullen van wat we besteld hebben! Carmen blijft in het voorbijgaan nog even bij ons staan. Ze ziet ons genieten. ‘Eat good?‘ (spreekt ze toch nog drie woorden Engels…). We kunnen het alleen maar volmondig beamen. Carmen knikt tevreden en loopt alweer naar een andere klant.

Als we afgerekend hebben, wil ik nog even gebruik maken van het toilet. Carmen wijst me dat ik daarvoor achterin de zaak moet zijn. Dat is nog even zoeken, want om het toilet te bereiken, moet ik door de keuken, waar ze bezig zijn kippen aan een spies te steken. En het toilet zelf, ach, gelukkig hadden we al gegeten…

México City

Ik ga even zitten op een bankje aan de Paseo de la Reforma om op adem te komen. Niet vanwege de elf uur durende vlucht die me van Schiphol naar México-City bracht. Ook niet vanwege de ruim negenduizend kilometer die ik heb overbrugd. Wel om bij te komen van de enorme, overrompelende overgang.
Nog geen dag geleden stapte ik in mijn kleine, rustige dorpje met nog geen tweeduizend inwoners in mijn auto op weg naar Schiphol. En nu zit ik hier in een wereldstad met 22 miljoen inwoners. Achter me staat het Monumento a la Indepencia, in de volksmond bekend als La Angel. Recht vooruit kijk ik de Avenida Florencia in, het begin van het bekende uitgaanscentrum Zona Rosa. Van dorp naar metropool: kan de overgang groter zijn?

Om me heen een kakofonie van geluiden: toeterend verkeer, dat kris-kras voortdurend van rijstrook wisselt in een poging vooruit te komen in deze chaos. Een ontspannen chaos, dat wel, want als ik wat langer zit, merk ik dat het verkeer zich door de stad wurmt volgens het idee ‘leven en laten leven’. Aangegeven maximum snelheden worden massaal genegeerd. Voorsorteren mag, maar is niet noodzakelijk. Ik zie een wit-rode taxi op de meest rechter rijstrook voor het rode licht wachten. Als het licht op groen springt en de vier banen auto’s zich in beweging zetten, steekt de taxichauffeur luchtigjes zijn arm uit het raampje en wringt zich voor de drie andere stroken langs linksaf de zijstraat in. Op centimeters schuiven de auto’s langs en door elkaar heen, er wordt voortdurend en hard getoeterd, maar iedereen laat hem gaan. Niks agressiviteit: vandaag jij, morgen ik…

Op de rotonde tel ik zeker een tiental verkeersagenten. Ze staan in groepjes van drie tot vier bij elkaar op de stoeprand. Als het verkeerslicht van kleur verandert, stappen zij de weg op en beginnen driftig en doordringend op hun fluitjes te blazen en druk met hun armen te gebaren. Het lijkt of niemand zich er wat van aantrekt. Iedereen gaat schijnbaar zijn eigen gang in deze verkeersmierenhoop.
Op de hoek van de Avenida Florencia staat een agent tegen een paal geleund. Zijn te dikke buik bolt in een smetteloos wit overhemd over zijn uniformbroek en met een al even smetteloos witte zakdoek veegt hij het zweet van zijn voorhoofd. Dan maakt hij zich los van de lantaarnpaal, steekt zijn hand op ten teken dat het verkeer moet stoppen en loopt naar het midden van de kruising. Daar begint hij als een dolle op zijn fluitje te blazen, maakt naar alle kanten allerlei onbegrijpelijke gebaren en zet van vier kanten het verkeer stil. Hij kijkt om zich heen, stopt zijn overhemd wat beter in zijn broek, wandelt -nog steeds op zijn fluitje blazend en druk gebarend- van de kruising af en verdwijnt in een zijstraat. Het verkeer blijft nog even staan en komt dan van vier kanten weer in beweging. Ik moet denken aan die ene politieauto bij ons in het dorp, die -als we geluk hebben- drie keer per week een patrouillerondje rijdt…

Voor mijn bankje langs schuifelt een constante stroom voetgangers voorbij. Ik sta op en laat me met de stroom meevoeren de Zona Rosa in. Het is zaterdagavond en in de uitgaanswijk kun je over de hoofden lopen. Voor ieder restaurant, iedere bar, disco of winkel staan mannen, die me uitnodigen naar binnen te komen. Ik word veelvuldig aangesproken en er wordt me van alles aangeboden in rap en soms gefluisterd Spaans, waarvan ik niets begrijp. Af en toe vang ik tussen al dat Spaans wat Engels op, als ik uitgenodigd word naar de ladies bar te komen. Het is een complete, overrompelende kermis: waar ik kijk, zie ik mensen, mensen en mensen. De ontelbare auto’s rijden stapvoets tussen dat alles door. Af en toe mengt zich een politieauto met zwaailicht tussen dat gekrioel. Via zijn luidspreker geeft hij aanwijzingen. Voor wie? Geen idee, want ook hier trekt niemand zich er wat van aan.
Ik wring me tussen het uitgaanspubliek door en vind na enig zoeken een vrij tafeltje op een terras en bestel een cerveza. Er begint een Mexicaans orkestje te spelen. Aan de overkant treedt een gitarist op. Uit alle winkels en eetgelegenheden klinkt muziek. Van alle kanten klinkt autogetoeter en gefluit van agenten, vermengd met het lachen en praten van het uitgaande publiek.
Ik zit aan de buitenrand van het terras en regelmatig komt er iemand langs die mij zijn koopwaar aanbiedt. Ik heb op dit moment geen behoefte aan bloemen, chocola of een Jezus-aan-het-kruis. Als even later mijn maaltijd wordt geserveerd, komt er een meisje van een jaar of zeven naar het terras gelopen. Haar rok is gescheurd en aan de mouwen van haar smoezelige truitje hangen rafelige draadjes. Een kapper heeft ze al lange tijd niet bezocht en haar lange, zwarte haar hangt in vettige sliertjes rond haar smalle gezichtje. Ze zeult een voor haar veel te grote accordeon met zich mee.
Ze blijft staan, peutert het bandje van de accordeon los en begint te spelen. Ondertussen speurt ze met haar grote, doffe ogen het terras af in de hoop dat iemand haar wat geld zal geven. Haar accordeonspel is vals en niet om aan te horen. Als ze er ook nog -net zo vals- bij gaat zingen, breekt mijn hart. Ik moet denken aan mijn eigen kleindochter, net zo oud, negenduizend kilometer hier vandaan. Het idee, dat die kleine meid ’s avonds laat over straat zou moeten zwerven om zo aan de kost te komen…

México-City: impressie

México-City:  Museo Nacional de Antropologia

Woordenboekje #2

Tijdens de vlucht van Bogotá naar México-City reikt de stewardess een Declaración de Equipaje y Titulos Representativos de Dinero-Viajeros uit. Of ik dat maar even wil invullen. Tevergeefs probeer ik te begrijpen wat me allemaal gevraagd wordt. Gelukkig spreekt de Colombiaanse naast me een paar woordjes Engels…

(more or less) Translate »